Ik ging naar Haarlem om het heerlijke oude Teylers Museum te zien, een van mijn lievelingsmusea. Die elektriseermachine alleen al! Men waant zich in een novelle van W.F.Hermans: ‘De geur van het door de elektrische vonken onstane ozon doordrenkt de atmosfeer van het klaslokaal als een geur van heiligheid.’ Maar ook het Teylers gaat met zijn tijd mee. ‘Duik in de wereld van de optische illlusies’ ronkt het museum, en het belooft ‘200 jaar Virtual Realities’.
Buiten regent het, binnen is de tentoonstelling vol met kinderen, die zich door hun goedbedoelende ouders (‘nee, nu even geen schermpjes, jongens’) hebben laten meelokken met de belofte van ‘iets heel leuks’.
Sylvia Witteman schrijft voor de Volkskrant columns over het dagelijks leven.
En leuk ís het ook wel, die toverlantaarns, antieke projectieapparaten, het gigantische Kaiserpanorama, het dansende skelet, de keurige dame die op mysterieuze wijze half ontkleed wordt en het houterige filmpje uit 1900 van een man die zijn eigen hoofd afzet als een hoed. Alleen: voor kinderen van de 21ste eeuw, gewend aan de meest felrealistische beelden van seks , geweld en dood, is daar nu eenmaal niets bijzonders meer aan. Bovendien zijn veel apparaten niet in werking te zien, waardoor ze gereduceerd worden tot een oud, raadselachtig voorwerp.
Twee deerlijk verveelde meisjes van 10 en 12 sjokken achter hun vader aan, een vitale veertiger met een glimlach die niet van wijken weet, en die tot overmaat van ramp bij elk apparaat, hoe saai ook, hardop ‘allemachies!’ kraait, met de stem van clown Bassie. De meisjes werpen elkaar achter zijn rug doodvermoeide blikken van verstandhouding toe.
‘Allemachies! Dit is misschien een beetje erg spannend, meiden’ roept de vader bij de zogenaamde ‘Pepper’s ghost’, een populaire optische illusie voor 19de-eeuwse sensatiezoekers’. ‘Als je nog jong en/of gevoelig bent, neem dan een volwassene mee’, waarschuwt het bijschrift verlekkerd.
Met tegenzin werpen de meisjes een blik op de ‘geest’, een letterlijk en figuurlijk nogal doorzichtig spiegeltrucje. De oudste zwijgt broeierig, de jongste kreunt gepijnigd ‘pap...’, maar de vader trekt ze mee en roept: ‘Nu komt er iets héél vets!’
Hij stelt de beide meisjes met hanige gebaren op voor een soort grote kast, ‘zwevend hoofd’ genaamd, waarin een rond tafeltje te zien is, voor een fluwelen gordijn. De man verdwijnt stommelend achter het gordijn. De meisjes rollen met hun ogen.
Daar verschijnt de grijnzende kop van hun vader, ‘zwevend’ boven dat tafeltje. De meisjes werpen een blik vol walging op hem: twee Salomé’s bij het hoofd van Johannes de Doper. Dan draaien ze zich om en lopen naar de uitgang.
Zijn ‘allemachies!’ ketst af op hun rug.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant