Sinds een week gaan Jordaniërs iedere avond de straat op, uit solidariteit met de Palestijnen in Gaza. Ze eisen dat hun regering de banden met Israël verbreekt. Maar demonstreren is riskant. ‘Ik hoop dat we het volhouden tot het Suikerfeest.’
De politieagenten zijn onverbiddelijk. Er mogen geen kuffiyah’s gedragen worden, de bekende Palestijnse sjaals, en ook vlaggen zijn verboden. Een plukje demonstranten in Amman, de hoofdstad van Jordanië, gaat mokkend overstag en levert de sjaals in. Er mag heel veel níet op deze lenteavond, maar wat wel mag is leuzen scanderen. Dus lopen de betogers langs het politiecordon naar een plein waar zo’n twee- à drieduizend mensen op de been zijn. Eén van de betogers is op de schouders gehesen, en gaat brullend voorop in het protest.
‘Gaza roept ons!’
‘Verhef je stem, o Jordanië!’
‘Of we leven in vrijheid, of we sterven met waardigheid.’
Over de auteur
Jenne Jan Holtland is correspondent Midden-Oosten voor de Volkskrant. Hij woont in Beiroet. Hiervoor was hij correspondent Centraal- en Oost-Europa.
Iedereen klapt mee. Voor de negende dag op rij gingen Jordaniërs maandagavond de straat op om hun woede te uiten over de opstelling van hun regering in de Gaza-oorlog. Ze doen dat dagelijks op een symbolische plek, nabij de Israëlische ambassade – na het uitzetten van de Israëlische ambassadeur, na 7 oktober, helemaal leeg. Ook in andere steden zijn al maanden geregeld protesten. Jordanië heeft sinds dertig jaar een vredesverdrag met het buurland, en hoewel de regering harde woorden gebruikt om de mogelijke genocide in Gaza te veroordelen, is dat volgens de demonstranten allemaal voor de bühne. Zij vinden dat er veel meer nodig is.
‘We willen Israël heus niet de oorlog verklaren’, aldus de 28-jarige activist Ward al-Allan, zijn stem schor van het schreeuwen. ‘Het gaat er alleen om de bestaande deals op te zeggen.’ Dat zijn er nogal wat. Behalve het vredesverdrag uit 1994 liggen er ook akkoorden voor de import van Israëlisch aardgas en water.
De voorbije maanden is daar bovendien een ‘landbrug’ bijgekomen. Nu de Rode Zee gegijzeld wordt door de Jemenitische Houthi-regering en Israëlische vrachtschepen gevaar lopen, worden veel producten in vrachtwagens aangevoerd via de Verenigde Arabische Emiraten (VAE), Saoedi-Arabië en Jordanië. Officieel ontkent Amman het bestaan van zo’n ‘landbrug’, maar uit mediaberichten valt op te maken dat hij wel degelijk bestaat. Ook Jordaanse komkommers, tomaten en courgettes belanden via handelaren in Israëlische supermarkten.
‘Ik vind het onverdraaglijk dat wij groenten aan Israël leveren, terwijl mensen in Gaza omkomen van de honger’, zegt Jenin (21) terwijl ze een sigaret opsteekt. Uit angst voor represailles wil ze niet met haar achternaam in de krant. Meer dan de helft van de bevolking in Jordanië is van oorsprong Palestijns, en dat geldt ook voor haar. Liefst 42 van haar familieleden zijn in Gaza gedood. ‘De tante van mijn vader heeft al haar vier kinderen verloren. Haar dochter verloor beide benen bij een bombardement. Ze is doodgebloed omdat er geen medische zorg was. Ik kan thuis gaan zitten huilen, maar dat helpt niet. Dan verhef ik liever mijn stem.’
Demonstreren mag, zo blijkt, maar er zitten grenzen aan. Om half 11 ’s avonds, als het protest net op gang komt, grijpt een politiecommandant een megafoon. Om uiterlijk middernacht moet iedereen naar huis. Links en rechts wordt er gefloten, maar de boodschap is aangekomen. Afgelopen weekend verrichtte de politie een flink aantal arrestaties, zo zegt de 28-jarige Yasser (‘geen achternaam’). ‘En iedere avond maken ze het gebied waar gedemonstreerd mag worden ietsje kleiner.’
Op het plein worden de leuzen intussen scherper. ‘Dood aan Israël’, klinkt het, en: ‘Wij zijn de mannen van Mohammed Deif’ – een verwijzing naar de Hamas-leider die de bloedige terreuraanval van 7 oktober zou hebben voorbereid. De slogan illustreert de groeiende populariteit van Hamas, ook al heeft de beweging al een kwart eeuw geen kantoor meer in Jordanië. In een peiling door de Amerikaanse denktank Washington Institute van enkele maanden geleden zei 85 procent van de ondervraagde Jordaniërs ‘positief’ te staan tegenover Hamas, een verdubbeling vergeleken met vier jaar terug.
‘Persoonlijk sta ik niet achter Hamas’, zegt activist Al-Allan, ‘maar ik geloof wel in het idee van gewapend verzet.’ Hij beschouwt 7 oktober als een ‘gigantisch keerpunt’. De tijd van ‘normalisatie’, waarbij het ene Arabische land na het andere (de VAE, Soedan, Bahrein) vrede sloot met Israël, is wat hem betreft voorbij. Autocratische regimes zoals dat van Jordanië hebben er al hun geld op ingezet, terwijl hun bevolking er nooit over is geraadpleegd. Daarom laten ze zich nu horen.
En toch: kan het roer zomaar om? In de menigte maakt niemand zich illusies. Dit is Jordanië, een van de meest pro-westerse spelers in de Arabische wereld. De belangen zijn groot. Waar moet het water vandaan komen als Israël dat niet langer levert? Als bondgenoot van Amerika en ontvanger van westers hulpgeld kan Jordanië zich eigenlijk geen radicale stappen veroorloven. In een poging de demonstranten de wind uit de zeilen te nemen, kiest de regering zelf ook een harde toon. Minister Ayman Safadi (Buitenlandse Zaken) verklaarde vorige week dat het Israëlische kabinet van premier Netanyahu vol zit met ‘racistische extremisten’.
Protestbewegingen houden het zelden lang vol in Jordanië, en afgaand op de massale politieaanwezigheid hebben de autoriteiten ook dit keer weinig geduld. Ibrahim Jaabo, een 24-jarige student computerwetenschappen, probeert de moed erin te houden. ‘Ik hoop dat we het vol kunnen houden tot Eid al-Fitr (Suikerfeest op 9 april, red.).’
Even later slaat de klok middernacht, het signaal voor de agenten om het plein leeg te vegen. Ze houden knuppels in de aanslag, maar hoeven die niet te gebruiken – niemand heeft zin in een pak slaag. Terwijl ze richting hun auto’s lopen, verheffen de betogers nog één keer hun stem: tegen Israël, tegen de normalisatie en voor de Gazanen. Dan lossen ze op in de nacht.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant