Home

De geschiedenis van Gelderland is ‘de mooiste van Europa’, volgens de kenners. Hoogste tijd voor een provinciaal museum

‘We hebben gewoon nog nooit het hele plaatje verteld. Dat willen we doen, want iedere Gelderlander heeft er recht op zijn eigen geschiedenis te kennen.’

Toen hij vreesde dat Normaal-zanger Bennie Jolink in 2018 wel eens hertog Karel van Gelre de loef kon gaan afsteken bij de verkiezing tot grootste Gelderlander aller tijden, wist Bas Steman dat hij zijn missie kracht moest bijzetten. De tv-presentator was met zijn compagnon René Arendsen op Omroep Gelderland toen al drie jaar onvermoeibaar bezig met het onder de aandacht brengen van de Gelderse geschiedenis.

Onbegrijpelijk vinden ze het, dat Gelderlanders hun verleden zo slecht kennen. In hun ogen ‘de mooiste geschiedenis van Europa’, een Game of Thrones-achtig epos vol oorlogen, adellijke intriges, verbanningen en broedertwisten. Om alle inwoners ervan te overtuigen dat daar geen oerend harde streekrock tegenop kan, moest er, naast hun goed bekeken tv-serie Ridders van Gelre, ook een Gelders Museum komen.

Over de auteur
Pieter Hotse Smit is regioverslaggever van de Volkskrant in Oost-Nederland.

Die droom lijkt nu dichterbij dan ooit. Waarmee Gelderland lang na veel andere provincies een eigen museum zou krijgen. ‘Onze vaderlandse geschiedenis begint steevast bij Floris de Vijfde’, zegt Steman. ‘Terwijl het sprookjesverhaal van Gelre, met een glorietijd en de uiteindelijke ondergang, dan al ruimschoots is begonnen.’

In het Stadsarchief van Zutphen raakt Steman er niet over uitgepraat. Hij hangt boven een van de topstukken die straks in het Gelders Museum te zien moeten zijn. De Verbondsbrief van Gelre, waarmee in 1418 de steden en ridders van het hertogdom feitelijk het parlement oprichtten. Voortaan zou de hertog democratisch worden gekozen, gecontroleerd en eventueel worden afgezet. Een van de eerste constitutionele monarchieën was geboren.

Centrum van de macht

De Zutphense cultuurwethouder Sjoerd Wannet en Paulo Martina, directeur van Musea Zutphen, zijn ook naar het stadsarchief gekomen. Door het tomeloze enthousiasme van inwoner Steman zijn ze de mogelijkheid gaan inzien om van Zutphen het Gelderse culturele centrum te maken.

Zutphen is niet toevallig dé plek waar volgens de drie het verhaal van Gelderland moet worden verteld. Het was immers de eerste Gelderse plaats met stadsrechten en lange tijd economisch, politiek en juridisch het centrum van het machtige hertogdom Gelre. ‘Zutphen maakt historisch gezien gewoon aanspraak op dit museum’, zegt wethouder Wannet. ‘Na een museumbezoek loop je zo de middeleeuwse stad in waar het allemaal gebeurde.’

Op de Houtmarkt, langs het oude stadspaleis van de graven en hertogen van Gelre bijvoorbeeld, waar nu een ijssalon huist. Of de Walburgiskerk, waar in 1118 – toen Amsterdam nog niet bestond – de graaf van Gelre trouwde met de gravin van Zutphen. Waarmee het toen nog graafschap Gelre vanuit de Hanzestad opstuwde naar een machtig hertogdom, dat op het hoogtepunt strekte van Zaltbommel tot Hattem en van het Duitse Geldern tot Roermond.

Rond het Zutphense ’s Gravenhof moet een waar museumkwartier ontstaan. De gemeente stelt daar, in een leegstaand deel van het stadhuis, een vleugel van 1.000 vierkante meter ‘om niet’ beschikbaar. De museumzaal kijkt uit op de Walburgis, de door branden afgetopte kerk die ooit hoger was dan de Utrechtse dom. Aanpalend is de Librije, de leeszaal uit 1561, waar de eerste boeken uit de boekdrukkunst nog aan kettingen liggen. Ertegenover huizen nu al de bestaande Musea Zutphen: het Stedelijk Museum Zutphen en Museum Henriette Polak.

Identiteit

Anders dan Friesland of Brabant staat Gelderland niet bekend om de eigen identiteit. Inwoners zijn Achterhoekers, Arnhemmers of Nijmegenaren, geen Gelderlanders. De provincieslogan is veelzeggend: ‘Gelderland levert je mooie streken’. Maar het geheel is ook de moeite van het vertellen waard, vindt museumdirecteur Martina. ‘We hebben gewoon nog nooit het hele plaatje verteld’, zegt hij. ‘Dat willen we doen, want iedere Gelderlander heeft er recht op zijn eigen geschiedenis te kennen.’

Dat, om maar wat te noemen, de man die wordt gezien als eerste schilder van Nederland, ver voor Rembrandt en Vermeer, uit het Gelderse Nijmegen kwam. En dat deze Johan Maelwael (1371-1415) oom was van de drie Van Limborch-broers, die werden opgeleid aan het Gelderse hertogelijk hof en vervolgens naam maakten in Frankrijk. Hun werken, die onder meer in het Louvre in Parijs hangen, worden gezien als hoogtepunten uit de middeleeuwse schilderkunst.

Of ze ooit te zien zullen zijn in het Gelders Museum in Zutphen, is nu aan de provincie. In het coalitieakkoord onder leiding van de BBB staat al dat het provinciaal museum er moet komen, maar het bestuur onderzoekt eerst hoe dat eruit moet komen te zien.

Mythe

Na jarenlang lobbyen en met steun van Martina en diens collega-stedelijkmuseumdirecteuren in de provincie, presenteerden programmamakers Steman en Arendsen begin dit jaar hun plan. Ze willen niet concurreren met andere musea, maar juist samenwerken en met bruikleenkunst chronologisch het verhaal van Gelderland vertellen.

Bijvoorbeeld met het 17de-eeuwse werk Het drakengevecht van Gelre uit het stadsarchief van Geldern (D), waarop is te zien dat ridders Wichard en Lupold een draak verslaan. De mythe wil dat het beest als laatste kreet ‘Gelreeeee’ uitkraamde en de ridders vervolgens op die plek een kasteel bouwden met die naam – en daarmee ook naam gaven aan de omliggende (Gelre)landen.

Het liefst ook met een portret zoals in Museum Arnhem, van Karel van Egmond (1467-1538), hertog van Gelre. De jongeman die werd opgesloten door de Franse koning, in 1491 terugkeerde in Zutphen en Gelre daarna verloste van de Bourgondische bezetter.

Dezelfde man dus die, weer later, geen partij had aan Bennie Jolink – al dan niet omdat de streekzanger bij leven bleek uitgesloten van deelname aan de grootste Gelderlander aller tijden-verkiezing.

Gelderland als buffer voor Holland

Onder redactie van Dolly Verhoeven, bijzonder hoogleraar Gelderse geschiedenis aan de Radboud Universiteit in Nijmegen, verscheen in 2022 het 1.560 pagina’s tellende Verhaal van Gelderland. De niet-Hollandse provincies komen er volgens haar in de nationale canon bekaaid af. ‘Met name Gelderland heeft altijd als belangrijke buffer gediend’, zegt ze. ‘In de Tachtigjarige Oorlog, maar ook in de Tweede Wereldoorlog, toen de Duitsers dwars door Gelderland binnenvielen. Moet je Nederland nu eens zonder Gelderland voorstellen; een vijand zou zo in de Randstad staan.’ 

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next