De Ierse acteur Andrew Scott weet te vertederen, maar ook te ontregelen en chaos te zaaien. Het maakt hem de gedroomde vertolker van het personage Tom Ripley in de serie Ripley. Bij hem blijft deze kwetsbare oplichter met opzet een mysterieuze figuur.
Als Andrew Scott even sympathiek naar je glimlacht, weet je direct wat Fleabag gevoeld moet hebben toen ze voor het eerst kennismaakte met de hot priest. Hij heeft haast iets magnetisch, zelfs als hij iets doodgewoons doet als je een fijne dag wensen. Niet gek dus, dat ‘sexy priester’ Scott in de veelgeprezen serie Fleabag werd geadoreerd door miljoenen kijkers. Sterker nog: hij groeide uit tot een waar sekssymbool.
En toch kan die glimlach van Scott (47) ook iets verraderlijks hebben. De Ierse acteur zet hem in om te vertederen, maar soms ook om af te schrikken. Neem bijvoorbeeld de diepgevoelde drang om te ontregelen, om chaos te zaaien, zoals we Scott zagen doen als klassieke schurk Moriarty in de Sherlock-serie met Benedict Cumberbatch. Maar Scott beheerst ook de verpletterende kwetsbaarheid, zoals we onlangs nog zagen in de hartverscheurende film All of Us Strangers.
Het is alsof betovering, boeventrekjes en kwetsbaarheid zich hebben verenigd in één sympathiek Iers gezicht.
Over de auteur
Alex Mazereeuw schrijft voor de Volkskrant over film en televisie.
Al die kenmerken maken Scott de gedroomde acteur om Thomas ‘Tom’ Ripley te spelen. Voor wie het niet meer helemaal scherp heeft: Ripley is het titelpersonage uit de misdaadromans van Patricia Highsmith, en dan vooral uit haar meesterwerk The Talented Mr. Ripley. In dat boek is Tom Ripley een kruimeloplichter zonder vaste woon- of verblijfplaats in het New York van de jaren vijftig. Een serieuze baan heeft hij niet, dus vult hij zijn dagen vooral met het vervalsen van cheques en met brievenbusfraude. Een echte klapper levert het zelden op.
Maar dan wordt Ripley op een avond ineens achtervolgd door een mysterieuze man. Dat moet wel een agent of een detective zijn, denkt hij, want hij moet toch een keer de rekening gepresenteerd krijgen voor zijn (mis)daden. In werkelijkheid blijkt de mysterieuze man slechts een overbezorgde vader, een scheepsmagnaat die de hulp van Ripley inschakelt om zijn zoon Richard ‘Dickie’ Greenleaf terug te halen naar de Verenigde Staten. Dickie vertrok ooit tijdelijk naar Italië om daar het goede leven te leiden met zijn ‘platonische’ vriendin Marge, maar lijkt inmiddels geenszins van plan terug te keren.
Vader Greenleaf verkeert in de veronderstelling dat Ripley een oude studievriend is van zijn zoon, en dus de uitgelezen persoon is om – tegen een royale vergoeding – naar Italië te reizen om hem weer thuis te krijgen. Hoewel de vriendschap een behoorlijke overdrijving van de werkelijkheid is (de twee kennen elkaar nauwelijks), laat Ripley de kans op een geheel verzorgd Europees avontuur natuurlijk niet schieten.
Eenmaal aangekomen in een schilderachtig Italië doet Ripley heus zijn best om Dickie te overtuigen huiswaarts te keren, maar hij raakt toch vooral geobsedeerd door dit verwende, grillige en aantrekkelijke rijkeluiszoontje. De twee ontwikkelen – tot afgrijzen van de vijandige Marge – razendsnel een warme vriendschap. Maar wanneer die vriendschap in gevaar dreigt te komen, blijkt Ripley bereid tot het uiterste te gaan om zijn nieuwe, luxueuze leventje te beschermen, zelfs als hij daarvoor geweld moet gebruiken.
Lang voordat de complexe antiheld (met wie we eigenlijk niet mogen meeleven, maar wat we stiekem toch doen) hip werd door succesvolle series als Mad Men, Breaking Bad en The Sopranos, was daar dus al Ripley: een obsessieve sociopaat en moordenaar, maar ook een kwetsbare wees met wie je vanzelf gaat meeleven door zijn moeizame jeugd en zijn gebrek aan kansen op een beter leven.
Niet voor niets was Ripley in de filmgeschiedenis een dankbare rol voor topacteurs. De Fransman Alain Delon was de eerste in Purple Noon, daarna volgden onder anderen Dennis Hopper (The American Friend), Barry Pepper (Ripley Under Ground) en John Malkovich (Ripley’s Game). De bekendste vertolking is nog altijd die van Matt Damon, in de zeer geliefde (maar niet bepaald getrouwe) verfilming van The Talented Mr. Ripley uit 1999, met ook hoofdrollen voor Jude Law (als Dickie) en Gwyneth Paltrow (als Marge).
Denk anno 2024 aan een acteur die zowel kwetsbaar en gevaarlijk als meeslepend kan zijn, en je komt als vanzelf uit bij Andrew Scott, die veel van de karaktereigenschappen van Ripley al verwerkte in eerdere rollen.
En toch voelt de voortreffelijke achtdelige serie Ripley als een heel nieuwe stap in Scotts carrière, omdat hij in vrijwel alle scènes zit en de serie ook nog eens produceert. Wat helpt, is dat de in verbluffend zwart-wit gefilmde serie ook achter de schermen een bewezen grootmeester aan de knoppen heeft: schrijver en regisseur Steven Zaillian, die eerder de HBO-serie The Night of maakte, en films schreef als The Irishman, Moneyball en Schindler’s List.
Met Ripley willen Zaillian en Scott vooral dicht bij het oorspronkelijke boek van Highsmith blijven, in tegenstelling tot bijvoorbeeld de film The Talented Mr. Ripley – al is veertiger Scott een stuk ouder dan de twintiger die Highsmith beschrijft in haar boek. De acteur liet zich dan ook vooral leiden door zijn eigen lezing van het personage en was niet zozeer geïnteresseerd in eerdere vertolkingen, vertelt hij als we hem eind maart spreken in een Zoom-interview.
‘Zoals bij elk groot personage uit de literatuurgeschiedenis heeft iedereen een mening over hoe zo iemand gespeeld moet worden en wie het personage moet zijn’, aldus Scott. ‘Dat had ik zelf ook: ik had van begin af aan een idee welke kant ik op wilde met Ripley. Wat hielp, was dat ik direct alle afleveringen mocht lezen. Dat is bij series tamelijk uniek, want meestal krijg je maar één of twee scripts voordat je een rol aanneemt. Mede door die briljante scripts kreeg ik vrij snel greep op wat het personage moest worden.’
Scott vond de aanknopingspunten naar eigen zeggen vooral in de ‘ongelooflijke veelzijdigheid’ van het personage. ‘Tom is kwetsbaar en wordt in zijn leven voortdurend afgewezen, maar tegelijkertijd is hij óók extreem slim en getalenteerd, en in staat een zekere macht uit te oefenen over anderen. Die combinatie is heerlijk om te spelen als acteur. Daarvoor zijn we allemaal schatplichtig aan het tijdloze, briljante werk van Patricia Highsmith, die er met haar schrijfstijl voor zorgt dat we voortdurend meeleven met Tom, terwijl hij de verschrikkelijkste dingen doet.
‘Maar wat hem, volgens mij, onderscheidt van andere moordenaars, is dat hij geen natural-born killer is. Hij is niet bloeddorstig: de meeste van zijn acties zijn vooral een noodzakelijk kwaad. Dat maakt het voor het publiek, en voor mij, makkelijker om met hem mee te leven, en te hopen dat hij wegkomt met zijn daden.’
Mede daardoor hoefde Scott weinig moeite te doen om sympathie te kweken voor het personage, ook omdat Ripley een underdog is die de verwende klasse uitdaagt en wil ‘meeproeven’ van ‘het goede leven’.
Scott: ‘Highsmith schrijft tussen de regels door veel over het klassensysteem, hoe een bepaald deel van de samenleving onevenredig veel toegang heeft tot de schoonheid van het leven, zoals kunst, cultuur, natuur en reizen. Dat maakt het voor mensen als Dickie en Marge, met hun geschilder en geschrijf, veel eenvoudiger zichzelf gewoon maar ‘kunstenaars’ te noemen, terwijl ze in werkelijkheid geen greintje talent hebben.
‘Het fascinerende, en oneerlijke, is dat Tom die talenten wél heeft, maar nooit de mogelijkheden of kansen heeft gekregen daar iets mee te doen. En toch zit dat zijn waardering voor de schoonheid van het leven niet in de weg. Dat zie je terug in de serie: voor Dickie en Marge is de schoonheid van kunst, cultuur en natuur vanzelfsprekend, terwijl Tom een soort aanstekelijk enthousiasme blijft houden voor dat goede leven, en een diepe wil heeft om dingen te zien en te leren. Hij spreekt in no time voortreffelijk Italiaans, wordt een uitstekend schilder en leert alles over de klassieke Italiaanse kunstenaars. En ondertussen blijft hij wel gewoon nederig.’
Klein glimlachje: ‘Naast natuurlijk de wat duisterder karaktereigenschappen...’
Scott gebruikt in zijn reflectie op het personage meermaals het woord elusive, dat zoiets betekent als ‘ongrijpbaar’. ‘Door die ongrijpbaarheid moest ik vooral veel dingen uitproberen terwijl ik Tom speelde. Tom Ripley proberen te vatten is een beetje als het vasthouden van water. Ik denk dat niemand ooit écht kan weten wat er in hem omgaat, maar dat maakt hem ook zo tijdloos en fascinerend.’
Daarmee was de rol ook een forse uitdaging. In een gesprek met Vanity Fair noemde Scott de rol van Ripley eerder ‘een van de uitdagendste en zwaarste rollen’ die hij ooit had gespeeld, zowel fysiek als mentaal. Op de vraag wat de rol zo uitdagend maakte, begint Scott opnieuw over de ongrijpbaarheid van het personage, maar hij noemt ook het zware productieproces. Dat duurde bijna een jaar, waarbij de opnamen ook nog eens plaatshadden tijdens de coronapandemie.
Scott voelde als producent en hoofdrolspeler daarbij vooral een grote verantwoordelijkheid, en daarmee ook de druk om de hele serie te dragen. ‘Ik zit in 95 procent van de scènes, het was echt bizar! Als je vrijwel elke scène in een film zou moeten spelen, zou je daar bijna drie maanden mee bezig zijn. Hier duurde dat bijna een jaar.’ Korte stilte. ‘Jeetje, als ik dat hardop zeg, klinkt het echt als een krankzinnige hoeveelheid tijd voor één specifieke rol. Ja, in die zin was dit vooral een kwestie van uithoudingsvermogen.’
Wat de rol van Scott daarbij nog eens extra complex – en knap – maakt, is dat we nooit echt deelgenoot worden van zijn binnenwereld. Een bewuste keuze van Scott en Zaillian, die het publiek zo min mogelijk wilden voorkauwen.
‘Je moet vooral begrijpen wat Tom denkt of voelt door te kijken en te observeren. Dat was heel belangrijk: we moesten het vooral niet expliciet maken. Wat Tom een tamelijk atypisch personage maakt, is dat hij zich nergens thuis voelt. Daarom zien we hem in deze serie voortdurend als een eenzame figuur: hij heeft niemand bij wie hij zich écht op zijn plek voelt, bij wie hij zijn hart kan luchten. Dat laten we in de serie dus niet zien, en dat hoeft wat mij betreft ook helemaal niet. Je hoeft niet alles hardop uit te spreken om te begrijpen wat er in een personage omgaat.
‘In deze tijd van sociale media en oneindige online-informatie willen we voortdurend zo veel mogelijk informatie tot onze beschikking hebben. Maar soms is het toch veel interessanter om een personage te hebben van wie we níét alles weten? Zelf vind ik het geweldig dat Tom een bepaalde ongrijpbaarheid blijft houden. Na afloop van die acht afleveringen is hij nog steeds een man met geheimen. En zelfs nu ik met jou over hem praat, denk ik nog steeds aan bepaalde beslissingen en interpretaties die ik nooit met iemand wil of ga delen. Soms is het veel bevredigender als je een personage een beetje mysterieus laat blijven.’
Nog één keer die sympathieke en toch ook wat ontregelende glimlach: ‘De vragen die Tom Ripley oproept zijn toch veel interessanter dan de antwoorden?’
De serie Ripley is vanaf 4/4 te zien op Netflix.
Naast zijn gevierde film- en tv-rollen wordt Andrew Scott ook geroemd om zijn toneelwerk. Zo won hij onlangs de belangrijkste Britse theaterprijs – die van de Critics’ Circle, de Britse recensenten – voor de Tsjechov-adaptatie Vanya, een solovoorstelling waarin hij alle acht de rollen speelde. Eerder dit jaar gaven de Britse filmcritici Scott ook al de prijs voor beste acteur, voor zijn hoofdrol in All of Us Strangers. Het was voor het eerst dat beide prijzen van de Critics’ Circle naar dezelfde acteur gingen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant