Werkende jongeren wonen vanwege de krapte op de woningmarkt langer bij hun ouders. Sommigen stellen daarom het krijgen van kinderen uit. Ook voor Kimberly en Stefano is een eigen huis ‘gewoon niet te doen’. Toch maakten zij een andere keuze.
Nu kunnen ze nog tegenover elkaar gamen, ieder aan een eigen bureau, vlak naast hun tweepersoonsbed. Maar over negentien weken moet de schermopstelling van Kimberly Roovers (25) en Stefano Geraeds (26) plaatsmaken voor het ledikantje en de commode van hun eerste kind.
Dat het behelpen wordt, is duidelijk. Dat is het nu al, getuige het traytje cola en de op elkaar gestapelde dozen babydoekjes op de grond. Het stel leeft en slaapt namelijk in een ruimte van 20 vierkante meter, op de zolderverdieping van Geraeds’ ouderlijk huis.
Het tekort aan woonruimte in Nederland groeit en groeit. Woningzoekenden staan jarenlang ingeschreven, koophuizen zijn voor steeds minder mensen betaalbaar. De Volkskrant onderzoekt de oorzaken en gevolgen van de wooncrisis en gaat langs bij mensen die een oplossing proberen te vinden. Lees hier eerdere afleveringen.
‘Natuurlijk had ik liever eerst een eigen huis gehad, voordat we kinderen kregen’, zegt Stefano, als hij op een doordeweekse avond met zijn vriendin en ouders Mario (54) en Angelique Geraeds (51) aan de keukentafel in Breda zit. ‘Maar met deze markt is het vinden van een huis voor ons gewoon niet te doen.’ Hij draagt nog de bedrijfskleding van het dakdekkersbedrijf dat hij samen met z’n broer en vader runt, zijn vriendin heeft haar zwart-gele Jumbo-blouse net uitgetrokken.
Kimberly en Stefano behoren tot een groeiende groep. Het aantal thuiswonende jongeren stijgt al sinds 2012: van 44 procent van de 18- tot 31-jarigen toen, tot 53 procent in 2021, blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Onder hen zijn ook studenten. Maar wie inzoomt op de cijfers, ziet dat er steeds meer werkenden tussen zitten. Bijna 20 procent van de thuiswonende jongeren heeft zelfs al een vast contract.
De trend is onderdeel van een ‘breder verhaal’ over de jongeren van nu, zegt Tanja Traag, hoofdsocioloog bij het CBS. ‘We zien dat de stappen die vroeger heel gewoon waren, steeds later in het leven komen: uit huis gaan, samenwonen, eventueel trouwen en kinderen krijgen.’ Dat is volgens haar onlosmakelijk verbonden met de flexibilisering van de arbeidsmarkt, maar ook met de krapte op de woningmarkt. Het is voor jongeren moeilijker om op zichzelf te gaan wonen. ‘De stappen die logischerwijs daarna komen, schuiven automatisch mee.’
Dat is het duidelijkst te zien aan de ‘demografische vruchtbaarheidscijfers’: het moment waarop een vrouw haar eerste kind krijgt, komt voor alle opleidingsniveaus steeds later. ‘De meeste mensen willen eerst een vast contract en een huis hebben voordat ze aan kinderen beginnen’, zegt Traag. ‘Daardoor doet de dertiger van nu eigenlijk wat de twintiger van pak ’m beet vijftien jaar geleden deed.’
In Breda hebben Kimberly en Stefano een andere afweging gemaakt dan hun kinderwens uitstellen, vertellen ze aan de keukentafel. Tijdens het gesprek springt hond Bailey blaffend over de grijze hoekbank die de rest van de kamer vult. In de hoek van de ruimte staat de box voor de aanstaande familie-uitbreiding al klaar. Het stel is onderdeel van het type hechte familie dat ’s zondags bij elkaar op de koffie gaat en ’s avonds samen kaart. ‘Moeders smeert nog iedere dag ons brood’, verduidelijkt Kimberly met Brabantse tongval.
Over de auteur
Iva Venneman is buitenlandredacteur van de Volkskrant. Ze schrijft onder meer over Duitsland en België.
‘Huren was voor mij geen optie’, zegt Stefano, die al vanaf zijn 17de werkt. In Breda kost dat volgens hem al snel 800 euro per maand. Weggegooid geld, vindt hij. Met zijn achtergrond in de bouw wil hij bovendien kunnen ‘doen en laten’ wat hij wil in een huis. ‘Bij een koophuis betekent dat meerwaarde’, zegt hij. ‘Bij huur gooi je dat geld in een bodemloze put.’
Maar een koophuis is vooralsnog een ver-van-hun-bedshow voor het stel. Ze kunnen nu net tweeënhalve ton lenen. ‘Daarvoor krijg je in Breda bijna niets meer’, zegt Stefano. Hij moet bovendien dicht bij ‘de zaak’ blijven wonen, om in geval van nood direct klanten te kunnen helpen.
Een blik op Funda bevestigt dat er voor hun budget maar weinig te vinden is: slechts zeven van de 305 woningen die te koop staan in Breda. Daarvan heeft maar één huis een tweede slaapkamer.
‘Hier om de hoek bouwen ze zogenaamd ‘starterswoningen’’, zegt vader Mario. ‘Maar die gaan allemaal voor 370 duizend of 425 duizend euro weg.’ Onbetaalbaar voor zijn zoon en schoondochter.
Dus ziet het ernaar uit dat het nog jaren sparen wordt, voordat Kimberly en Stefano het gat tussen hun budget en de gedroomde eengezinswoning kunnen dichten. Tot die tijd huren vertraagt de boel alleen maar, is hun redenering. Dan wonen ze liever bij Stefano’s ouders. Om dezelfde reden gaat het stel zelden op vakantie of in het weekend op stap. ‘Dat kost allemaal weer geld’, zegt Stefano.
Tegelijkertijd temperde het ontbreken van een eigen huis de kinderwens van het stel niet. Hun uitgangspunt was: ‘Als het komt, dan komt het.’ Dus toen het kwam, toen ze net een jaar samen op zolder woonden, keken zij er zelf, net als vader Mario en moeder Angelique, nauwelijks van op.
Dat anderen daarin een andere keuze maken, zag de familie ook van dichtbij. Mario en Angelique’s oudste zoon en zijn vriendin, die jaren op de zolder van de ouders van zijn schoonouders woonden, hebben hun kinderwens wel uitgesteld tot ze een huis konden kopen: dat naast zijn ouders.
‘Omdat de huizenprijzen zo hoog zijn, zullen jongeren eerst een aantal jaar fulltime moeten werken en dan kan er nog geen kindje zijn’, duidt vader Mario. ‘Anders krijg je daarbovenop nog de kosten van alle spullen die je met een kindje nodig hebt.’
Kimberly en Stefano’s inzet is nu om een huis te vinden voordat hun kind naar de basisschool gaat. Daarna nog verhuizen, als hun kind net vriendjes heeft gemaakt, vinden ze sneu. ‘Als het maar voor die tijd lukt’, zegt Stefano, ‘dan vind ik het goed.’
Hoeveel jongeren net als Kimberly en Stefano hun eerste kind krijgen terwijl ze nog bij hun ouders wonen, is onbekend. Financieel lijkt het in elk geval niet onaantrekkelijk. Het heeft namelijk geen invloed op de hoeveelheid kinderopvangtoeslag, zorgtoeslag en kindgebonden budget dat een stel ontvangt.
Wat Tanja Traag van het CBS vooral zorgen baart, is dat veel jongeren het tegenovergestelde lijken te doen van wat Kimberly en Stefano doen: hun kinderwens uitstellen omdat ze nog geen huis hebben. ‘Ik zie vader of moeder worden als een oerdrang, die niet iedereen heeft, maar wel een substantieel deel is van het leven’, zegt Traag. Ze vindt het ‘droevig’ dat de afwezigheid van een eigen huis dat steeds vaker in de weg staat. ‘Als je door zoiets praktisch je kinderwens niet kunt vervullen, kan dat heel frustrerend zijn.’
Aan tafel in Breda is er ook frustratie over de woningmarkt, niet alleen bij de jongeren.
‘Ze willen hun eigen leventje opbouwen, maar ’t kan niet’, verzucht Angelique. ‘Ik loop er dikwijls over te malen’, zegt vader Mario. ‘In onze tijd liep ik de bank binnen, kon anderhalve ton lenen en daarmee konden we iets kopen. Ik had gehoopt dat mijn kind het op deze leeftijd ook gewoon voor elkaar zou hebben, want je gunt het ze zo.’
In hun omgeving zijn ze niet de enigen die in deze situatie zitten. Stefano’s vrienden wonen op één na allemaal nog thuis. Mario’s broer en zus hebben hun kinderen van in de twintig en een enkele dertiger nog thuis wonen. En toen Angelique onlangs de verzekeraar belde om door te geven dat Kimberly bij hen was komen wonen, zei de medewerker: ‘We horen tegenwoordig niet anders.’
De vier hebben het gevoel dat ze niet kunnen rekenen op steun van de overheid. Terwijl er in hun beleving wel wat voor vluchtelingen en arbeidsmigranten wordt gedaan. Nieuwsberichten over statushouders die een huurwoning weigeren, bevestigen dat beeld voor hen. Ze vinden alle vier dat vluchtelingen opgevangen moeten worden in Nederland. ‘Maar help dan ook je eigen volk’, verwoordt Kimberly hun gedeelde gevoel.
Stemmen deed het gezin nooit en dat zijn ze voorlopig ook niet van plan. Het heeft geen zin, denken ze.
Kimberly vindt het vooral bezwarend om zwanger te zijn terwijl ze bij haar schoonouders woont, omdat ze hun niet tot last wil zijn. Het was sowieso wennen, toen ze hier anderhalf jaar geleden naartoe verhuisde. Ze trok zich vaak op zolder terug. Maar tegenwoordig komt ze zaterdagavond steeds vaker bij Mario en Angelique op de bank zitten, terwijl Stefano boven gamet. ‘Dat gaat hartstikke gezellig’, zegt Mario. ‘Helemaal als die kleine er straks is.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant