Gevluchte ‘derdelanders’ uit Oekraïne mogen voorlopig toch in de gemeentelijke vluchtelingenopvang blijven. Dat heeft de Raad van State dinsdagavond besloten. Eerder meldden enkele gemeenten dat zij waren begonnen met het wegsturen van derdelanders.
De uitspraak van de rechter geldt voor zes mensen, maar is volgens de Raad van State wel ‘richtinggevend’. Andere derdelanders zouden in dezelfde omstandigheden dezelfde voorlopige uitspraak krijgen.
Het gaat om mensen die in Oekraïne verbleven met een tijdelijke verblijfsvergunning, op het moment dat Rusland het buurland binnenviel. Ze vluchtten vervolgens naar Nederland. Lange tijd kregen zij dezelfde bescherming als Oekraïense vluchtelingen, maar in januari oordeelde de Raad van State als hoogste bestuursrechter dat die regeling per 4 maart zou eindigen. Vanaf dat moment kregen zij officieel nog vier weken de tijd om Nederland te verlaten of asiel aan te vragen, tot dinsdag 2 april.
Verschillende derdelanders hebben het verlopen van hun recht op bescherming aangevochten bij de rechter. De rechtbank in Amsterdam besloot dinsdag het Hof van Justitie van de Europese Unie om verduidelijking te vragen. In afwachting van het antwoord uit Luxemburg mogen de derdelanders blijven.
Eerder op de dag maakte Dordrecht bekend dat ongeveer negentig mensen de opdracht hadden gekregen de gemeentelijke vluchtelingenopvang per direct te verlaten. Ook de gemeente Meppel zei een derdelander uit de opvang te hebben gezet.
Voor zover bekend zijn Dordrecht en Meppel de eerste gemeenten die derdelanders wegsturen, zoals het demissionair kabinet heeft gevraagd. Vanwege tegenstrijdige rechterlijke uitspraken lijken veel gemeenten echter af te wachten tot meer duidelijk is over het recht op opvang van deze groep. Het is niet duidelijk wat de uitspraak van de rechter betekent voor de mensen die dinsdag al zijn weggestuurd.
Over de auteur
Carlijn van Esch is buitenlandredacteur van de Volkskrant. Ze woont en werkt in Sierra Leone.
De afgelopen maanden zijn tientallen derdelanders naar de rechter gestapt, met wisselend succes. Onder meer in Roermond, Haarlem en Den Bosch oordeelden rechters dat zij net zo behandeld moeten worden als Oekraïners. Op andere plekken gingen rechters mee met het besluit van de Raad van State. De verwarring werd vrijdag alleen maar groter toen de de Raad van State zelf in een zaak over één derdelander oordeelde dat deze persoon voorlopig niet mag worden uitgezet.
De uitspraak van het Europese hof kan maanden op zich laten wachten. Dat terwijl het geduld van het kabinet op is. Demissionair staatssecretaris Eric van den Burg wil dat derdelanders het einde van de oorlog in hun land van herkomst afwachten en niet in Nederland. Een ruime meerderheid van de Tweede Kamer schaarde zich dinsdag achter de staatssecretaris.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant