Bij de luchtaanval op de Iraanse vertegenwoordiging in Syrië werden maandag twee kopstukken van de Revolutionaire Garde gedood. Zoiets heeft Israël wel vaker gedaan. Maar van diplomatieke missies hoorde je af te blijven.
Er zijn twee manieren om naar de Israëlische aanval maandag op het Iraanse consulaat in Damascus te kijken. Bij de ene manier gaat het om hogere geopolitiek, een ingewikkeld schaakspel van strategische en tactische zetten, een mix van psychologische en daadwerkelijke oorlogsvoering. De andere manier om ernaar te kijken is simpeler.
In beide gevallen echter moet worden uitgegaan van dezelfde feiten. Bij een raketaanval op het terrein van de Iraanse ambassade in de Syrische hoofdstad Damascus werden volgens de Iraanse regering dertien mensen gedood. Onder hen waren twee hoge commandanten van de Iraanse Revolutionaire Garde, generaal Mohammad Reza Zahedi en zijn plaatsvervanger Mohammad Hadi Haji. Ook vijf andere leden van de Revolutionaire Garde overleefden de aanval niet.
Over de auteur
Rob Vreeken is correspondent in Istanbul voor de Volkskrant. Hij schrijft over Turkije, Iran, Israël en de Palestijnse gebieden. Voorheen specialiseerde hij zich op de buitenlandredactie in mensenrechten en het Midden-Oosten.
Zahedi en Haji hadden een belangrijke rol in de Iraanse politiek in de regio. Volgens Israëlische media is met de luchtaanval de man uitgeschakeld die al vele jaren leiding geeft aan acties van de Revolutionaire Garde in Syrië en Libanon. Hij zou de tweede man zijn geweest van de Al Quds-brigade en verzorgde ook de contacten in Syrië met de Libanese beweging Hezbollah, het belangrijkste, op afstand bestuurde wapen van Teheran in de confrontatie met Israël.
Maar hoge Iraanse gardisten, die heeft Israël in het verleden vaker weten uit te schakelen. Wat de actie van maandag brisanter maakt dan vorige Israëlische operaties, is dat ze was gericht tegen een diplomatieke missie van Iran. Het was dan wel niet de ambassade zelf die werd geraakt (en zelfs volkomen verwoest), maar het naastgelegen consulaat, maar toch. Ambassades en consulaten hebben een beschermde status in het internationale verkeer, daar blijf je van af.
Teheran reageerde dan ook woedend. President Ebrahim Raisi heeft tegenacties aangekondigd. Hij sprak van een ‘terroristische luchtaanval’ en een grove schending van de internationale regels. Ook Irans Opperste Leider, ayatollah Ali Khamenei, zei dat de aanval zal worden gewroken.
Dus dreigt nu een serieuze, gewapende escalatie tussen Iran en Israël? Waarschijnlijk niet. De twee landen bestoken elkaar al decennia met krijgshaftige taal en soms worden er echte klappen uitgedeeld, maar nooit daadwerkelijk tegen elkaar. Iran laat meestal het vuile werk opknappen door zijn onderaannemers in de regio, zoals Hezbollah en de Houthi’s, en ook acties van Israël spelen zich in derde landen af, zoals nu ook weer in Syrië.
Iran met name zit niet te wachten op een directe confrontatie met Israël, want het weet dat Israël militair veel sterker is (en kernwapens heeft). Bovendien weet Teheran dat oorlog met Israël ook oorlog met de Verenigde Staten betekent. Zo’n strijd is niet te winnen. Maar ook Israël heeft nu zeker geen behoefte aan een militaire confrontatie met Iran. Aan de oorlog in Gaza en de raketbeschietingen met Hezbollah aan zijn noordgrens heeft het zijn handen vol.
Waarom besluit Israël dan toch voor een escalatie (want dat is het zeker), met alle risico’s van dien? ‘Het heeft er volgens mij mee te maken dat Israël zich internationaal steeds meer geïsoleerd voelt’, zegt de Nederlandse Irankenner Peyman Jafari. ‘Dan is de Iraanse kaart spelen politiek gezien handig, want wie is er niet tegen Iran?’
Op deze manier, is de gedachte, laat Israël zien waar het op het internationale speelveld werkelijk om gaat: een tegenstelling tussen de beschaafde wereld en de krachten van het kwaad, aangevoerd door de Iraanse Israëlhaters. ‘Zo zullen de VS en Europa zich weer aan je zijde scharen. Want niemand zal je afvallen.’
Dat is manier van kijken één, de cynische geopolitieke. Manier twee wordt verwoord door Meir Litvak, hoogleraar Iraanse studies aan de Universiteit van Tel Aviv. Hij gelooft er niets van dat Israël met de aanval de aandacht probeert af te leiden van de oorlog in Gaza.
‘Geen sprake van. Vergeet niet dat sinds het begin van de oorlog in Gaza ruim 150 duizend Israëliërs in het noorden van het land uit hun huizen zijn verdreven. Dorpen in Noord-Israël zijn verwoest. Israël wil het conflict daar beëindigen en Hezbollah misschien een beetje naar het noorden duwen, tot boven de rivier de Litani, zodat de burgers naar hun huizen kunnen terugkeren.’
Zo simpel is het, volgens Litvak. Israël wil dat Hezbollah ophoudt met de beschietingen vanuit Zuid-Libanon en zet daarom Iran onder druk. Dat moet, als macht achter de schermen, Hezbollah intomen. ‘Het zou erg naïef zijn om te geloven dat Israël een nieuwe oorlog wil riskeren om de aandacht van Gaza af te leiden. Dit zal heus de aandacht niet van Gaza afleiden. Ze willen Iran laten zien dat het een hoge prijs betaalt als het niet zorgt voor de-escalatie in Zuid-Libanon.’
Niettemin gelooft Litvak dat Teheran hard zal terugslaan. ‘Natuurlijk, het is een klap voor Iran. De Iraniërs willen heel graag op een soortgelijke manier reageren op hetzelfde niveau.’
Dus een Israëlische ambassade? ‘Ja. Misschien zullen ze proberen een ambassade of een Joodse instelling op te blazen. In 1994 vielen ze het Joodse gemeenschapscentrum in Buenos Aires aan, bijna honderd mensen kwamen om. Of Israëlische toeristen. Het kan overal ter wereld gebeuren. Misschien in Dubai, misschien in Europa, misschien in Istanbul.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant