Waar lopen de correspondenten van de Volkskrant tegenaan in hun dagelijkse leven? Vandaag: Dion Mebius moet de bakker in Madrid uitleggen waarom hij brood koopt en wordt ingewijd in de kerk van het moderne Spanje: de keuken.
Na anderhalf jaar twijfelen, het bijna vragen, op het laatste moment terugdeinzen, zichzelf vermanen en nachtenlang wakker liggen – zo beeld ik het me althans graag in –, stelde de vrouw van de broodwinkel bij ons aan de overkant dan eindelijk die ene vraag: ‘Zeg, wat doen jullie eigenlijk met al dat brood?’
Opeten?, zei mijn vriendin, betrapter dan ze wilde. Dit was een vraag die we niet hadden verwacht. De twee à drie stokbroden die we wekelijks bij onze broodwinkel in Madrid haalden, hadden ons altijd een redelijke hoeveelheid voor een tweepersoonshuishouden geleken. Al die tijd had de verkoper zich achter haar permanente masker van vriendelijkheid blijkbaar hogelijk over ons verbaasd, haar fantasie loslatend op mogelijke verklaringen.
Dat de broodlunch er bij Spanjaarden moeilijk in gaat, is misschien geen verrassing. Eten is een serieuze zaak in Zuid-Europa, en dus ook in Spanje. Wat ik heb onderschat, is precies hoe serieus ze hun maaltijden hier nemen. Eten – en daarmee bedoel ik natuurlijk Spaans eten, het enige echte eten – blijkt gespreksonderwerp nummer één, een zaak van het allerhoogste landsbelang. Vergeet de leeggelopen kerk: in het moderne Spanje is de keuken alfa en omega.
Loop langs een terras en de discussies die je opvangt gaan vaker wel dan niet over bloedworst en octopus. Nooit zijn Spanjaarden trotser dan wanneer ze vertellen over de krokante buikspek uit het dorp van hun ouders, toevallig altijd het mooiste dorp van het land. Nooit zijn ze feller dan als de vraag op tafel komt of er wel of geen ui in de tortilla hoort (ik zeg van wel), een kwestie die hele families tegen elkaar uitspeelt.
De lunch is het hoogtepunt van de dag. Spanjaarden doen hier hun huiswerk voor. Meer dan eens ben ik door een vreemde op straat benaderd met de vraag ‘waar je hierzo goed kunt eten’. De bedoeling is dat je hen doorverwijst naar een restaurant met een menú del día, een dagmenu van drie gangen. Inclusief glas wijn mag dat hooguit 15 euro kosten; meer is vanzelfsprekend afzetterij.
Eten en zakendoen lopen naadloos in elkaar over. Ook voor journalisten. Bij het plannen van een reportage krijg ik soms al aan de telefoon van bronnen de namen door van de beste eettentjes in de omgeving. Een interview kan er ook mee worden afgerond. In het Zuid-Spaanse Lorca had ik een pittig gesprek met de voorman van varkensboeren die het gemeentehuis hadden bestormd. Een half uur later zat ik op zijn advies in een wegrestaurant aan een mixed grill, misschien wel gemaakt van zijn biggen.
Zelfs bij de aankoop van een huis, best een serieuze bedoening, is eten niet ver weg. Toen we vorig jaar zomer een appartement aan de kust kochten, bleek bij de koop inbegrepen een lijst van de veertien beste horecagelegenheden in de buurt, speciaal opgesteld door de oude bewoners. De beschrijvingen zijn zonder uitzondering in capslock: ‘HEEL MOOI EN DUUR, MAAR JE MOET GAAN.’ ‘NIETS AAN TOE TE VOEGEN. ALLES PROEVEN.’
Omdat iedere dag brood met kaas de smaakpapillen inderdaad niet doet tintelen, gaan ook wij nu soms de deur uit voor een dagmenu. Laatst nog, bij een restaurant om de hoek. Toen de serveerster met het bestek een mandje gesneden stokbrood bracht, kwamen de rustieke witte plakjes me al akelig bekend voor. Pas bij het weggaan zag ik haar aan een andere tafel zitten: de vriendelijke vrouw van de broodwinkel.
Terwijl wij haar stokbroden in onze Nederlandse magen hadden opgestapeld, had zij ze gebruikt op de enige zinnige manier: als ruilmiddel voor een warme maaltijd. Buiten keken mijn vriendin en ik elkaar aan en wisten: we hebben hier nog veel te leren.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant