Mijn jongste dochter staat voor het keukenraam. Lachend kijkt ze naar buiten, de tuin in. Daar is Moekie, de poes die inmiddels een maand of vier bij ons woont. Moekie klimt in het rek waar nog klimop tegenaan moet groeien. Of ze zit boven op de soort-van-pergola. Of ze schijt in een hoopje compost. Het maakt niet uit wat Moekie doet, mijn dochter vindt het fantastisch.
‘Ik hou zo veel van je’, zegt ze regelmatig. Niet tegen mij of haar moeder, of haar grote zus die haar bij alles op sleeptouw neemt, maar tegen deze poes. ‘Kijk haar, met haar dikke billen’, lacht ze, als de poes weer iets heel normaals doet, lopen bijvoorbeeld. ‘Ahhh.’
Over de auteur
Julien Althuisius is schrijver en voor de Volkskrant columnist over het dagelijks leven.
Moekie is trouwens helemaal niet dik, ze heeft een normaal postuur. Misschien is ze iets aangekomen sinds ze bij ons woont, maar dat heeft dan vooral te maken met de pasteitjes die ze met regelmaat krijgt – ‘kattenstamppot’, in de woorden van de felinofiel des huizes. Moekie heeft ook ‘echt een mooie staart’, zegt ze, ‘maar dan zie je wel haar poepgat’.
Zo gaat het de ganse dag. Als ze ’s ochtends wakker wordt, gaat ze als eerste naar de poes. ’s Avonds voordat ze naar bed gaat, moet Moekie nog even geknuffeld. En ook ’s nachts is ze met haar. Ze had gedroomd dat ze een schoolreisje met katten maakte naar een kattenpretpark. Zelf was ze met Moekie in de achtbaan geweest. ‘Haar oortjes gingen helemaal naar achteren.’
Niet dat Moekie het leuk vindt, al die aandacht. Al sinds ze bij ons woont, heeft ze de neiging bij ons te willen zijn zonder bij ons te willen zijn. Als ik ’s avonds op de bank hang komt ze bij me zitten, meestal bij mijn voeten, soms naast mijn arm. Maar, in tegenstelling tot andere katten die ik ooit heb gehad, nooit op me. Als ik haar wil aaien als ze langsloopt, gaat ze me panisch uit de weg en schuurt ze haar koppie en lijf even langs de hoek van een muur. Ze houdt er ook helemaal niet van opgetild te worden, wat ook de reden is van de krassen en schrammen op het lijf en gezicht van mijn jongste dochter.
Maar dat deert haar niet. Net zoals het haar niet deert dat Moekie haar genegenheid – die, toegegeven, wat onbeholpen is en, vooruit, soms aanleunt tegen mishandeling – op geen enkele manier beantwoordt. Toch blijft ze onvermoeibaar van die poes houden. En is dat niet onvoorwaardelijke liefde in haar puurste vorm? Als ze even in de tuin is geweest om Moekie met een tak lastig te vallen, stapt mijn dochter de keuken weer binnen. ‘Ik ga spelen’, zegt ze, terwijl ze langs me loopt, ‘Moekie moet nu lekker zichzelf gaan vermaken.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant