Home

De geschiedenis van ‘The Village Voice’, legendarische New Yorkse buurtkrant, is een genot om te lezen

Feminisme, aids, de nieuwe plaat van Prince: je kon het zo gek niet bedenken of The Village Voice ging ervoor of -tegen op de barricaden. Nu is er een boek over de New Yorkse buurtkrant waar de beroemdste schrijvers aan verbonden waren. De ego’s, de roddels, de ruzies: wat een vermaak!

Een boek van ruim zeshonderd pagina’s over de geschiedenis van een buurtkrantje, is dat niet een beetje overdreven? En daarover dan ook nog een bespreking in een Nederlandse krant? Maar The Village Voice ontsteeg de buurt waarin ze in 1955 werd opgericht, Greenwich Village, het bohemien hoofdkwartier van New York. Sterker nog, de krant ontsteeg zelfs de stad en ja, volgens een enkeling zelfs het land, al komt die kwalificatie voor rekening van de redactie van The Voice zelf, waar talent hand in hand ging met ambitie en een groot vermogen tot zelffelicitatie.

En precies die combinatie maakt The Freaks Came Out To Write van Tricia Romano zo’n genot om te lezen. ‘The gossip! The fistfights! The passion! The fury!’, roept Joe Hagan in een blurb op het openingsblad. Hagan is auteur van het boek Sticky Fingers, over het muziekblad Rolling Stone en de controversiële oprichter ervan, Jann Wenner. Dus hij weet waarover hij het heeft. De ruim 600 pagina’s lange kroniek over de invloedrijkste alternatieve krant van Amerika stelt niet teleur. The freaks díd come out to write. En schrijven konden ze.

Over de auteur
Arno Kantelberg schrijft voor de Volkskrant over stijl. 

Koppen bij elkaar

Als in de herfst van 1955 drie mannen de koppen bij elkaar steken om een krant voor downtown Manhattan te bedenken, is Greenwich Village het kloppend hart van de tegencultuur, de culturele en politieke beweging die synoniem is komen te staan voor de jaren zestig, maar zijn oorsprong een decennium eerder heeft. Elke keer als Ed Fancher, een van de oprichters, op een feest kwam, zei er wel iemand: waarom heeft de Village geen goede krant?’

Fancher: ‘Ik kwam er Ginsberg tegen, Kerouac en Baldwin. En die kende ik allemaal. Dáárom zijn we The Voice begonnen.’ De culturele en intellectuele voortrekkers van de beatbeweging woonden in Greenwich Village, ze traden er op, zoals Allen Ginsberg die zijn poetry readings gaf in Washington Square Park, in het hart van de Village. De verhalen liggen op straat, denken de oprichters, en de schrijvers loop je vanzelf tegen het lijf.

Bob Dylan en Edward Hopper

Greenwich Village, de wijk tussen Houston Street in het zuiden en 14th Street in het noorden (grofweg tussen midtown en downtown Manhattan), dankt de naam aan haar vele groen. De eerste steen werd er ooit gelegd door een Nederlander, die de wijk de naam Greenwijck gaf. Na de Tweede Wereldoorlog was het een bouwvallige buurt met lage huren, die een uitvalsbasis werd voor de beatbeweging. Het was de wijk van Bob Dylan en The Velvet Underground, van Edward Hopper die er zijn studio had, en van Norman Mailer, de beroemde, tevens beruchte schrijver, die wél twee Pulitzers won, maar nooit de Nobelprijs. Mailer bedacht de naam voor de krant die hij met zijn voormalige huisgenoot Dan Wolf en diens legermaatje Ed Fancher oprichtte: The Village Voice.

Ze kochten een paar tweedehands Royal-schrijfmachines en belden wat vrienden om te komen helpen. De kop boven het eerste openingsverhaal: ‘Village trucker sues Columbia’. Die trucker was een bekende van Fancher, diens oude sergeant om precies te zijn. Hem was onrecht aangedaan en de krant onthulde dat. Het was een voorbode voor het type journalistiek waarmee The Village Voice zich zou onderscheiden.

Pen in vitriool

De krant introduceert ‘personal journalism’, ook wel ‘advocacy journalism’ genoemd: activistische journalistiek geschreven in de eerste persoon. Feminisme, homorechten, racisme, corrupte rechters en ambtenaren, de aidsepidemie, genderidentiteit; je kon het zo gek niet bedenken of The Voice ging ervoor of ertegen op de barricaden. De redacteuren waren progressieve kruisvaarders die hun pen in vitriool doopten, ook als het over de kunsten ging. Zijn recensie van Dirty Mind, het derde album van een nog jonge Prince, eindigde muziekrecensent Robert Christgau met: ‘Mick Jagger should fold up his penis and go home.’

De illustraties bij dit artikel maken deel uit van de tentoonstelling I’ll Fight You Forever van Isa Grutter en Mick Johan in galerie De Schans, Warmoesstraat 67, Amsterdam, 12/4 t/m 26/5.

Malafide huisbazen werden ontmaskerd, evenals malafide rechters, en Donald Trump werd ontleed door sterverslaggever Wayne Barre in ‘Anatomy of a young power broker’. Het was de eerste keer dat Trump journalistiek onder het mes werd gelegd. De biografie die Barret vervolgens schreef, vormde de basis voor vrijwel elk boek dat later over Trump zou verschijnen. (Trump komt zelf overigens in het Voice-boek ook aan het woord: ‘Wayne is a very bad writer.’)

De krant komt wekelijks uit. Woensdag wordt ze gedrukt, vrijdag ligt ze in de kiosk, klaar om bestudeerd te worden: wat te doen dit weekend? Want vanaf de start is er de combinatie van hard nieuws en een cultuuragenda, wat de krant een unieke positie geeft.

Heerlijke opwinding

Norman Mailer, die met The Deer Park net zijn derde bestseller heeft afgeleverd, is alleen bij de oprichting betrokken. Hij stopt 5.000 dollar in de Voice en schrijft een paar columns, daarna is hij weg. Medeoprichter Ed Fancher, die afgelopen september op 100-jarige leeftijd overleed, was daar niet rouwig om. Hij en Mailer waren ‘not friendly’. Fancher: ‘Mijn vriendin en ik waren uit elkaar, en Norman trouwde met haar – die ene die hij neerstak en bijna vermoordde. Adele.’ (In 1960 stak Mailer zijn vrouw tweemaal met een zakmes, een cause célèbre die zelfs een eigen Wikipediapagina heeft: ‘Stabbing of Adele Morales by Norman Mailer.’)

Tricia Romano heeft de geschiedenis van The Village Voice geheel opgebouwd uit citaten. Sommige van die uitspraken heeft ze zelf opgehaald, andere (van overledenen zoals Mailer) komen uit eerdere interviews. Door die vorm verveelt het verhaal geen moment, het leest bijna als een revue, met heerlijke opwinding (the passion) en ergernis (the fury) die bijna terloops worden opgediend (‘Is Jack dood? Mooi’). Het lijkt wel of er achter elke komma een konijn uit de hoed komt. Wat een vermaak!

Parade aan popculturele iconen

New York groeit na de oorlog uit tot het politieke en culturele centrum van de wereld, en The Voice vecht zich als een spin in dat web. Greenwich Village is dan een wijk met veel gaybars, waaronder de Stonewall Inn. Als de politie daar in 1969 weer eens binnen wil vallen, vechten de bezoekers terug. Deze Stonewall Riots gelden als de officieuze geboorte van de homo-emancipatiebeweging, ‘the Rosa Parks moment for gay people’. Voice-redacteur Howard Smith bevindt zich tijdens de rellen ín de Stonewall Inn – de redactie houdt een paar deuren verderop kantoor.

Eerste monument

De New Yorkse Stonewall Inn, geboorteplaats van de homo-emancipatiebeweging, is het eerste nationale monument in de Verenigde Staten dat gewijd is aan de lhbti-beweging. Kort na de Stonewall Riots in 1969, vechtpartijen tussen politie en bezoekers, ging de bar op slot. Inmiddels is de bar weer open en zelfs een van de grootste toeristische attracties in Greenwich Village.

De gloriejaren van The Village Voice liggen in de jaren zeventig, de jaren van de befaamde muziekclub CBGB en van John en Yoko, en in de jaren tachtig, met de kunstenaars Warhol en Basquiat. Sidney Lumets Oscarwinnende film Dog Day Afternoon uit 1975, met Al Pacino als bankovervaller, is gebaseerd op een verhaal van Voice-medewerker Arthur Bell. Frank Serpico, de agent/klokkenluider die door Al Pacino wordt gespeeld in Serpico uit 1973, komen we ook tegen in het boek. Hij bezoekt een Voice-feest, maar wordt weggestuurd omdat hij, inmiddels behoorlijk paranoïde, een rugzak vol revolvers meesjouwt.

Zo is de geschiedenis van de Voice een parade aan popculturele iconen die een hall of fame vormen van alternatief New York in de jaren dat het er ruig was, maar ook bruisend, spannend en avant-garde. ‘What the paper was telling you was important’, zegt medewerker William Bastone.

Vuige roddels

In die bubbel van belangrijkheid zaten ze elkaar ook nogal in de haren. Bij The New York Times staken ze een mes in elkaars rug, bij The Village Voice kwam het recht op je af. ‘Het voelde als een combinatie van de middelbare school en Bosnië’, zegt kunstredacteur Richard Goldstein, al was op een gegeven moment onduidelijk waarom sommigen ook alweer ruzie hadden met elkaar. Om al dat gekijf hangt een waas van intellectuele vurigheid en vuige roddel. Op de muren van de wc’s werden hele vetes uitgevochten.

In de jaren negentig wordt de krant meer ‘a straight magazine’. Het unieke karakter vervliegt, andere media duiken in dezelfde onderwerpen en Greenwich Village wordt een opgepoetste yuppenwijk. Op een dag vraagt eigenaar Leonard Stern aan zijn zoon hoe die aan zijn au pair is gekomen. ‘Oh, on Craigslist in San Francisco.’ Stern: ‘What’s Craigslist?’

Craigslist is halverwege de jaren negentig door Craig Newman in San Francisco begonnen als onlineplatform waarop mensen advertenties kunnen plaatsen. Al snel breidt Newman die dienst uit naar andere steden in de VS. Voice-eigenaar Stern beseft wat die ontwikkeling betekent voor zijn krant, want rubrieksadvertenties zijn de commerciële kurk waar The Village Voice op drijft. Debbie Harry en Chris Stein van Blondie vonden hun drummer Clem Burke via een advertentie in de Voice. De E Street Band van Bruce Springsteen kwam op dezelfde manier aan drummer Max Weinberg. Vond Patti Smith ook niet haar appartementje via de Voice?

Glans eraf

Stern besluit onmiddellijk om de krant te verkopen. Maar ach, denken enkele oud-medewerkers in het boek hardop, misschien was de glans al van de pagina’s verdwenen. ‘New York was never the same after the epidemic’, zegt kunstredacteur Gary Indiana, refererend aan de aidsepidemie die in New York, en met name in Greenwich Village, ongelooflijk veel slachtoffers maakte.

In 2017 stopt The Village Voice met de papieren editie, de onlineversie blijft wel actief. Vanaf 2021 wordt de krant heel incidenteel in papieren vorm verspreid. Maar in principe komen the freaks niet meer naar buiten om te schrijven.

Tricia Romano: The Freaks Came Out to Write – The Definitive History of The Village Voice, the Radical Paper That Changed American Culture. Uitgeverij PublicAffairs; 608 pagina’s;  € 32,99.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next