Home

Opinie: Amsterdamse deken vat de handelswijze van oud-advocaat Kasem te licht op

Er zijn wel degelijk sterke aanwijzingen dat oud-advocaat Khalid Kasem een strafbaar feit heeft gepleegd, te weten poging tot oplichting. Daar had de Amsterdamse deken een punt van moeten maken.

Uit onderzoek van de Amsterdamse deken Barbara Rumora-Scheltema naar het handelen van presentator en voormalig advocaat Khalid Kasem – zoals uiteengezet in publicaties van het Algemeen Dagblad – volgt dat er geen bewijs is van (poging tot) omkoping van een ambtenaar, met als doel een cliënt eerder vrij te krijgen.

Op basis van de berichtgeving en mijn eigen ervaring als oud-advocaat kan ik dat goed volgen. Gelet op alle feiten en omstandigheden − in het bijzonder de gang van zaken in Nederland rondom eerdere invrijheidstelling en de enorme risico’s voor Kasem zelf indien hij daadwerkelijk zou hebben geprobeerd een ambtenaar om te kopen − was het scenario van (poging tot) omkoping van meet af aan bijzonder onwaarschijnlijk.

Over de auteur

Göran Sluiter is hoogleraar internationaal strafrecht aan de Universiteit van Amsterdam en oud-advocaat. Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Wat ik minder goed begrijp is dat de deken, de toezichthouder vanuit de orde der advocaten, het aanbod tot omkoping in de richting van een cliënt – met als kennelijk doel de betaling van een openstaande factuur – slechts ziet als ‘ongepaste uitlatingen ten opzichte van een cliënt’ en dit afdoet met een waarschuwing.

Verzinsel

Er is denk ik sprake van meer dan alleen een ‘ongepaste uitlating’; er zijn namelijk sterke aanwijzingen dat een strafbaar feit is gepleegd, te weten poging tot oplichting. Kasem heeft zover ik kan overzien geprobeerd door middel van een verzinsel (een vals aanbod tot omkoping dat hij nooit van plan was waar te maken) zijn cliënt wederrechtelijk en voor zijn eigen bevoordeling geld afhandig te maken. Dat het hier gaat om een geval waarin iemand zijn factuur niet betaalt is geenszins een rechtvaardiging voor dit soort ‘trucs’; voor de inning van facturen zijn wettelijke mogelijkheden beschikbaar.

De poging tot oplichting is in meerdere opzichten te beschouwen als een minder ernstig strafbaar feit dan een eventuele poging tot omkoping. Maar is er ook reden om juist deze poging tot oplichting, in vergelijking met andere situaties, niet te bagatelliseren.

Toevertrouwd

In de eerste plaats gaat het hier om poging tot oplichting van een eigen cliënt, iemand die aan de zorg van de advocaat is toevertrouwd. In die relatie moet de cliënt volledig kunnen vertrouwen op de correcte en rechtmatige bejegening door zijn advocaat.

Een ander bijzonder verwijtbaar aspect aan deze situatie is dat Kasem evident misbruik maakt van de kwetsbare positie van zijn cliënt. Voor iemand die vastzit is vrijheid het hoogste goed en door in te spelen op dat sterke verlangen wordt in het bijzonder misbruik gemaakt van de situatie waarin het slachtoffer zich bevindt.

Rechtsstaat

Het derde en laatste punt gaat over de rol van advocaat als (mede-)bewaker van de rechtsstaat en zijn taak om cliënt zo veel mogelijk te hoeden voor het plegen van toekomstige strafbare feiten. Met zijn poging tot oplichting nodigt Kasem in wezen cliënt uit om samen met hem een ernstig strafbaar feit te plegen, of op zijn minst daarbij medeplichtig te zijn. Het gevraagde geldbedrag wordt, bezien vanuit het perspectief van het slachtoffer, direct ingezet voor de omkoping van een ambtenaar. Ook al is het verzonnen, een advocaat die een cliënt voorstelt om samen met hem een ernstig strafbaar feit te plegen handelt uiterst verwerpelijk.

In het licht van deze bijzondere omstandigheden gaat het hier wat mij betreft om een serieuze aangelegenheid. Het wekt verbazing dat de deken het op deze wijze afdoet, waarbij de nadruk wordt gelegd op hetgeen waarvoor in dit geval ‘vrijspraak’ volgt, en niet op het ernstige verwijt dat overblijft. Dat is niet goed voor het aanzien van de advocatuur en versterkt de roep om onafhankelijk toezicht op de advocatuur.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next