Home

Wat zegt die Nutri-score nu werkelijk over hoe gezond een product is?

Vandaag begint de overheid een campagne over de Nutri-score. Nodig, want het simpel bedoelde systeem om gezond eten te stimuleren, staat bol van de mitsen en maren. Wat zegt de letterscore nu echt?

Het zou allemaal niet zo moeilijk moeten zijn met die Nutri-score, zou je denken. De donkergroene A staat voor gezond, de rode E voor ongezond – klaar. Toch vindt de overheid het nodig om consumenten middels een publiekscampagne uit te leggen hoe ze de score, die sinds januari officieel is ingevoerd, moeten interpreteren.

Want ja, sommige diepvriespizza’s hebben een gezond ogend groen stempeltje. Intussen krijgt 30+-kaas – nota bene onderdeel van de schijf van vijf – een vernietigende knaloranje D. Het is een koud kunstje om de Nutri-score met zulke voorbeelden af te serveren en je cynisch af te vragen: wie heeft dit knotsgekke systeem bedacht? Maar duik iets dieper, en wordt zichtbaar dat er in elk geval een logica achter de score zit.

Over de auteur
Niels Waarlo is economieverslaggever van de Volkskrant. Hij schrijft onder meer over duurzaamheid en de circulaire economie. 

Om met de bedenkers te beginnen: die zitten in het Wetenschappelijk Comité van de Nutri-Score. De taak van deze internationale groep deskundigen − de Nutri-score is een Europees label − is niet eenvoudig. Ze moesten met een methode komen die producenten in staat stelt eenvoudig (en zonder discussie) te kunnen berekenen welke letter er op hun productverpakking hoort te staan. En dat op de meest uiteenlopende etenswaren.

Gezond (voor vla)

Niet elke consument heeft trek om zich in die toewijzing van scores te verdiepen. Daarom is de boodschap van de publiekscampagne simpel: gebruik de Nutri-score om producten te vergelijken binnen dezelfde productcategorie. Welke muesli is gezonder, welke zoutjes zijn het minst slecht, dat werk. De score van een pak vla naast die van een stoommaaltijd houden, heeft weinig zin. En wie alleen producten met een A- of B-score eet, eet niet per se gezond.

Toch is het een misverstand dat het om relatieve schaal per productcategorie zou gaan. Het is niet zo dat de minst slechte zak chips een A krijgt en de ongezondste een E-label. Chips, afbakbroodjes, hagelslag, broccoli: allen krijgen scores op basis van exact dezelfde rekenmethode.

Vergelijken werkt niet goed door de grote verschillen tussen producten zelf en hun portiegroottes. Zo eet je per keer doorgaans veel meer van een pizza dan van een blok kaas, maar daar wordt in de scoretoekenning geen rekening mee gehouden. Die wordt immers altijd berekend per portie van 100 gram.

Die berekening begint met het toekennen van getalsmatige scores. Ongezonde bestanddelen als verzadigd vet, suiker en zout leveren punten op. Gezondere bestanddelen, zoals vezels en eiwitten, leiden tot puntenaftrek. Zit er per 100 gram bijvoorbeeld tussen de 27 en 31 gram suiker in een product, dan staat daar een forse 6 punten voor. Hoe meer punten, des te slechter de beoordeling. Iedere eindscore krijgt vervolgens een letter; tussen de 3 en 10 punten bijvoorbeeld een gele C.

Er zijn trouwens een paar categorieën waarbinnen de puntentoekenning wel afwijkt, omdat de scores anders te bizar zouden worden. Neem de dranken, waarbij opvallend genoeg geldt dat alles wat geen water is, per definitie een B of slechter scoort.

Ook noten, zaden en oliën vormen samen een aparte categorie. Door het hoge aantal calorieën per 100 gram zouden ze extreem slecht uit de verf komen, terwijl ze met mate juist in een gezond eetpatroon passen. Ongezouten amandelen scoren nu een A, anders zou dit een E zijn.

De Nutri-score is dus een balansoefening tussen de complexe realiteit met al die soorten voedsel en een praktijk die vraagt om eenvoud. Aan die balans wordt nog altijd geschaafd. Zo is net een verbeterd algoritme ingevoerd, waardoor zakken Doritos-chips bijvoorbeeld hun veelbesproken B-score kwijtraken. Wel krijgen bedrijven buiten Nederland nog tot eind 2025 om hun scores bij te werken.

Vermoedelijk is niemand ooit 100 procent gelukkig met het systeem. Zo zien de wetenschappers zelf ook dat witte en zilvervliesrijst op dit moment even goed scoren, terwijl de zilvervliesvariant duidelijk gezonder is. ‘De Nutri-score is geen wondermiddel’, is nota bene het allereerste citaat van Maarten van Ooijen, demissionair staatssecretaris van Volksgezondheid, in het persbericht over de publiekscampagne.

Critici vinden het complete idee achter de Nutri-score niet deugen. Dat de letters soms rechtstreeks tegen de Schijf van Vijf in roeien, zorgt alleen maar voor verwarring, vrezen zij.

Het ministerie van Volksgezondheid meent dat het label wel een nuttige toevoeging is. De Gezondheidsraad plaatst stevige kanttekeningen, bijvoorbeeld dat ongezonde toevoegingen als zout en suiker soms makkelijk te maskeren zijn met gezondere bestanddelen. Toch kunnen vooral mensen die weinig weten over gezond en ongezond eten baat hebben bij het labeltje, volgens de raad.

Maar ook wie zich al redelijk bewust is van wat gezond is, kan best eens aan het denken worden gezet door de Nutri-score. Valt de score voor een product verrassend slecht uit, dan zit er misschien toch meer zout of suiker in dan gedacht. Zo kan het geen kwaad om te weten dat er een flinke snuf zout aan gerookte zalm is toegevoegd. Dat komt direct aan het licht komen door de D-score, terwijl op verse zalm een donkergroene A prijkt.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next