Home

Na zege van CHP kan het zelfvertrouwen van de Turkse oppositie worden uitgedeukt

In Turkije krabbelt de oppositie weer op: voor het eerst is oppositiepartij CHP de regeringspartij van president Erdogan in de stembus voorbijgestreefd. CHP kreeg 37,5 procent van de stemmen. ‘De kiezers hebben de deur geopend naar een nieuw politiek klimaat in ons land.’

Erdogan kan dus ook verliezen. Niet eerder kreeg de AKP-partij, waarvan de Turkse president de leider is, zo’n zware klap als bij de lokale verkiezingen zondag in Turkije. Voor het eerst is oppositiepartij CHP de regeringspartij in de stembus voorbijgestreefd. De CHP kreeg landelijk 37,5 procent van de stemmen, de AKP 35,5 procent.

Daarmee krabbelt de oppositie weer op, na de rampzalig verlopen verkiezingen van vorig jaar voor het parlement en het presidentschap. Het zelfvertrouwen kan worden uitgedeukt. De seculiere CHP veroverde 36 van de 81 Turkse provincies, zestien meer dan vijf jaar geleden. Erdogans conservatieve AKP kreeg 23 provincies in handen, zestien minder dan in 2019.

Over de auteur
Rob Vreeken is correspondent in Istanbul voor de Volkskrant. Hij schrijft over Turkije, Iran, Israël en de Palestijnse gebieden. Voorheen specialiseerde hij zich op de buitenlandredactie in mensenrechten en het Midden-Oosten.

‘We hebben het onzichtbare plafond van 25 procent doorbroken’, zei CHP-leider Özgür Özel zondagavond in een overwinningstoespraak, verwijzend naar het percentage van de stemmen dat voor zijn partij jarenlang het maximum was. ‘De kiezers hebben de deur geopend naar een nieuw politiek klimaat in ons land.’

Deemoedig

In een voor zijn doen deemoedige toespraak, voor een menigte aangeslagen aanhangers in Ankara, zei president Erdogan dat ‘onze natie als overwinnaar uit de bus is gekomen’. Hij feliciteerde de oppositie niet, maar de uitslag wordt door de regeringspartij niet aangevochten. ‘We zullen de resultaten met openheid evalueren en ons moedig inlaten met zelfkritiek.’

De regeringsgezinde krant Sabah opende maandag met de kop ‘De democratie heeft gewonnen’. Op Turkse tv-zenders gaven analisten hoog op van de democratische veerkracht van Turkije, sommigen sneerden nadrukkelijk naar de buitenlandse kritiek op het democratisch klimaat in Turkije. In ieder geval is de voorspelling van sommige buitenlandse critici, dat Turkije na Erdogans verkiezingszege vorig jaar definitief zou afglijden richting dictatuur, niet uitgekomen.

Voor Erdogan en zijn partij is de herverkiezing in Istanbul van burgemeester Ekrem Imamoglu het meest vernederend. Het was de AKP er alles aan gelegen om de metropool te heroveren op de CHP, een revanche voor de machtswissel van 2019. Het zou volgens de peilingen een nek-aan-nekrace worden, maar het pakte anders uit. Imamoglu kreeg ruim 51 procent van de stemmen, AKP-kandidaat Murat Kurum nog geen 40 procent.

Rode kaart

Ook in andere provincies en steden deed de CHP het beter dan verwacht. Op de electorale kaart kleurt nu vrijwel het gehele westen van het land rood, de CHP-kleur, evenals de westelijke zuidkust. De vijf grootste steden van Turkije (officieel stadsprovincies) zijn nu in handen van de oppositie, één (Bursa) meer dan tot zondag. Hoofdstad Ankara bleef moeiteloos in handen van CHP-burgemeester Mansur Yavas.

Istanbul was echter de hoofdprijs. Ook internationaal waren alle ogen gericht op de metropool met 16 miljoen inwoners. Voortzetting van zijn burgemeesterschap biedt Imamoglu de kans zich te positioneren als tegenkandidaat van de AKP-kandidaat bij de presidentsverkiezingen van 2028. Erdogan is dan niet herkiesbaar, tenzij hij de grondwet verandert om zichzelf een vierde termijn te gunnen.

Bovendien kan de CHP zich nu, met hernieuwd elan, positioneren als de enige kracht in de oppositie die er werkelijk toe doet. De samenwerking met vijf kleinere partijen in de zogeheten Tafel van Zes van de afgelopen jaren is de CHP niet goed bekomen. De partijen hadden voortdurend onenigheid en werden het pas op het laatste moment eens over wie de gezamenlijke presidentskandidaat zou worden. Het maakte geen sterke indruk, zeker niet tegenover de almachtige Erdogan.

Broekriem

Zelfs een stembusakkoord met andere oppositiepartijen had de CHP dit keer, anders dan in 2019, niet nodig om in steden als Istanbul en Ankara te winnen. De meeste van die partijtjes ondervonden nu de concurrentie van de CHP. Met name de centrumrechtse Goede Partij (IYI) kreeg het zwaar te verduren. Daar klonk maandag al de oproep aan de vrouwelijke partijleider Meral Aksener om af te treden.

De economische problemen in Turkije hebben de AKP waarschijnlijk kiezers gekost. De inflatie is nog altijd torenhoog en zeker gepensioneerden hebben last van de enorme prijsstijgingen. Anders dan bij de presidentsverkiezingen van vorig jaar kon Erdogan het zich dit keer niet veroorloven royaal geld uit te delen aan groepen kiezers. De regering moet de broekriem aanhalen.

De verrassende nieuwkomer is de Nieuwe Welvaartspartij (YRP). De conservatieve islamistische partij krijgt twee provincies in handen, Sanliurfa en Yozgat, beide ten koste van de AKP. Landelijk kreeg YRP 6,2 procent van de stemmen. De in 2018 opgerichte partij komt voort uit de islamistische beweging die in de jaren negentig ook de AK-partij voortbracht.

De Koerdisch gezinde partij DEM won zoals gewoonlijk de meeste stemmen in Koerdische provincies in het zuidoosten van het land, maar scoorde over het algemeen slechter dan verwacht. De Koerdische kiezers waren ook belangrijk voor de CHP. Anders dan in 2019 had DEM in steden als Istanbul en Ankara eigen kandidaten naar voren geschoven. Het leek erop dat dit in Istanbul ten koste zou kunnen gaan van de kansen van Imamoglu. Dat is echter niet gebeurd. Waarschijnlijk hebben veel Koerden strategisch op Imamoglu gestemd.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next