De samenstellers hebben bewust ‘de meerstemmigheid van de geschiedenis laten zien’. Dat sport ontbreekt, is een vergissing die nog zal worden gecorrigeerd.
Niet lang na de herziening van de nationale canon, zomer 2020, diende de plaatselijke afdeling van de Partij voor de Dieren in de Rotterdamse gemeenteraad een motie in: de havenstad moest ook een canon krijgen. En natuurlijk: daarin zouden het bombardement van 14 mei 1940, de Euromast en Jules Deelder heus een plek krijgen.
Maar er zou ook aandacht moeten worden besteed aan de rol van migratie. Zodat de nieuwste generatie Rotterdamse scholieren, samen een kleurenpalet aan afkomsten, discussies kunnen voeren over waar ze vandaan komen én wat hen bindt.
Over de auteur
Abel Bormans is regioverslaggever van de Volkskrant in de provincie Zuid-Holland.
De Rotterdamse canon, die 52 vensters telt, werd begin maart gepresenteerd. Daarin blijkt de geschiedenis van de stad geen eenvoudige of ondubbelzinnige.
De historici Anne Jongstra (Stadsarchief Rotterdam) en Rob Noordhoek (Museum Rotterdam), die met vier anderen de canon hebben gemaakt, hebben bewust ‘de meerstemmigheid van de geschiedenis laten zien’, zegt Noordhoek. ‘Zodat scholieren leren dat ze op verschillende manieren naar het verleden kunnen kijken.’
Die scholieren zullen van hun canon leren dat migratie de stad tot grote hoogten heeft gestuwd. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) brachten gevluchte kooplieden uit Antwerpen cruciale expertise en financiële middelen mee, die de stad deden opbloeien.
Begin 20ste eeuw deden Chinese arbeiders het zware werk als stoker en wasknecht op de passagiersschepen naar Nederlands-Indië. En tegenwoordig brengt het Zomercarnaval, oorspronkelijk een feest voor Caribische Nederlanders, bijna één miljoen bezoekers op de been voor de kleurrijke straatparade.
Maar de scholieren zullen ook leren dat migratie in Rotterdam altijd minder positieve reacties heeft opgeroepen. Toen Belgische vluchtelingen tijdens de Eerste Wereldoorlog naar Rotterdam kwamen, klaagden Rotterdammers over de banen die de nieuwkomers ‘inpikten’.
In 1972 vonden in de Afrikaanderwijk heuse rassenrellen plaats, nadat een Turkse huisbaas een Nederlandse vrouw en haar kinderen op straat had gezet. En begin deze eeuw behaalde Pim Fortuyn met zijn migratiekritische programma een glorieuze overwinning bij de gemeenteraadsverkiezingen.
Jongstra wijst verder op Piet Hein, de zeevaarder uit Delfshaven die in 1628 in opdracht van de West-Indische Compagnie (WIC) de Spaanse zilvervloot kaapte. ‘Er staat een standbeeld van hem in Rotterdam, maar Piet Hein zal niet bij iedereen in de stad dezelfde reactie oproepen.’
Van Piet Hein is bekend dat hij met compassie schreef over slaafgemaakte Afrikanen, maar hij was evengoed betrokken bij gewelddadige expedities, zoals op het (nu Indonesische) specerijeneiland Banda Neira. ‘Piet Hein was geen boef of held, geen eendimensionaal figuur’, zegt Jongstra. ‘Met die blik willen we leerlingen laten kijken.’
In de canon lijkt Rotterdam een stad vol tegenstrijdigheden, ook nu nog. In de meest multiculturele stad van Nederland werd de PVV bij de recente Tweede Kamerverkiezingen de grootste partij.
‘In Rotterdam is er altijd een sterke, volkse tegenbeweging geweest’, zegt Jongstra. Hij wijst op volksvrouw Kaat Mossel, een fanatiek aanhanger van stadhouder Willem V, die zich in de 18de eeuw fel verzette tegen de hervormingsgezinde patriotten (en door hen voor ‘viswijf’ werd versleten). ‘En aan het begin van de 20ste eeuw waren het anarchistische havenarbeiders die de wereldrevolutie predikten.’
Noordhoek ziet ook een verklaring in Rotterdam als ‘werkstad’. ‘Een stad waar een groot deel van de bevolking moet vechten voor het bestaan. Dan is het niet zo gek dat ze denken: kan het niet anders en beter? Of dat vervolgens goed uitpakt, is een tweede.’
Er is één venster dat alle Rotterdammers verbindt, benadrukken Jongstra en Noordhoek. Jongstra: ‘Natuurlijk is iedereen anders, maar we kunnen toch wel veilig stellen dat er zoiets bestaat als een Rotterdamgevoel.’ Noordhoek: ‘Veel inwoners die zich misschien niet direct met Nederland identificeren, zijn wél trotse Rotterdammers.’
Dat Rotterdamgevoel (als equivalent van het ‘Oranjegevoel’, dat in de nationale canon is opgenomen) is nog niet zo eenvoudig te omschrijven. Jongstra: ‘Rotterdam heeft een kosmopolitisch, hypermodern en superdivers imago.’ Noordhoek: ‘En ook uit het imago van Rotterdam als werkstad zijn karaktereigenschappen voortgekomen: rauw, eerlijk en hardwerkend. Veel Rotterdammers spiegelen zich daar graag aan.’
Opmerkelijk genoeg ontbreekt één cruciaal onderdeel van het Rotterdamgevoel in de canon. Die ene club, de trots van de stad, waarover iedere Rotterdammer na drie zinnen al zal beginnen. Maar noch Feyenoord, noch stadion De Kuip, noch Willem van Hanegem komen voor in de canon.
Een vergissing? ‘Je hebt natuurlijk ook Excelsior en Sparta…’, reageert Jongstra. ‘En bokser Bep van Klaveren en zwemster Rie Mastenbroek verdienen eigenlijk ook een venster…’
Noordhoek: ‘Sport is per ongeluk bij het redigeren gesneuveld. Dat gaan we nog recht zetten. Sporthistoricus Jurryt van de Vooren heeft uit onvrede alvast een canon van de Rotterdamse sportgeschiedenis gemaakt. Zo zie je maar: de canon stimuleert meteen om mee te praten over onze Rotterdamse geschiedenis.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant