Zes voetballers uit Japan zijn dit seizoen actief in de eredivisie. Hoe beleven ze de Nederlandse voetbalcultuur, worden ze geaccepteerd? ‘Ik heb een dikke huid gekregen. Het boeit mij niet als ze wat roepen.’
‘Lalalalala Sugawara. Dit is het momento. AZ scoort die goal zo.’ Meermaals klonk dit lied voor de AZ-verdediger Yukinari Sugawara tijdens de laatste competitiespeelronde, twee weken terug. De Japanse voetballer scoorde tweemaal voor AZ op bezoek bij Volendam, als prelude voor een gloedvolle dag voor Japanse eredivisiespelers.
Feyenoordspits Ayase Ueda tekende even later voor het winnende doelpunt tegen Heerenveen. En weer een uur verder gaf Spartaan Koki Saito (22) een assist tegen Ajax, terwijl ploeggenoot Shunsuke Mito (21) een plaag was voor de linkerkant van Ajax.
Zes Japanners spelen er dit seizoen in de eredivisie, een record. Goeddeels een succesverhaal ook. Ruim een maand geleden bereikte NEC de bekerfinale met hoofdrollen voor hun Japanse voltreffers Kodai Sano en Koki Ogawa. PSV-coach Peter Bosz zal Sano en Ogawa ongetwijfeld noemen in zijn wedstrijdbespreking voor NEC - PSV.
Hun onderlinge verbondenheid is groot, vertelde Sugawara (23), die veruit de meeste ervaring heeft van het zestal, in het stadion van Volendam. ‘We inspireren elkaar, we zijn vrienden, we gaan soms eten, dan vertel ik hoe het werkt hier in Nederland.’
Over de auteur
Bart Vlietstra schrijft voor de Volkskrant over voetbal.
Sugawara heeft bijna de in Japan geboren Mike Havenaar achterhaald als de Japanse voetballer met de meeste eredivisieduels én is de AZ-speler met de meeste Europese wedstrijden achter zijn naam. Een eerbetoon van de supporters is op zijn plaats. Sugawara knikt, ja dat vindt hij ook wel.
Ook Ueda heeft al een liedje ‘Hey Ueda I wanna know if you score a goal’. Het is bedacht door Thomas Melisse, Feyenoord-supporter en VVD-wethouder in de gemeente Halderberg. ‘Eigenlijk verdienden andere Feyenoordspelers eerder een liedje’, vertelt Melisse. ‘Ueda heeft er pas twee gemaakt, maar hij was een dure aankoop en werd gaaf gelanceerd afgelopen zomer met een filmpje van Shinji Ono die hem succes wenste.’
Ono was een technisch zeer begaafde middenvelder in de memorabele Feyenoordploeg die de Uefa Cup won in 2002. Hij viel bij zijn komst in 2001 door de taalbarrière aanvankelijk een beetje buiten de groep. Totdat hij op het wintertrainingskamp met een glaasje op als grappenmaker uit de hoek kwam. Nederlands en Engels pikte hij snel op.
Ono stopte pas recentelijk als prof op 44-jarige leeftijd en is hoofdgast tijdens Feyenoord-Ajax op 7 april. Melisse: ‘Hij is nog steeds populair, daarna deed de Japanner Ryo Miyaichi het goed bij Feyenoord, daar profiteert Ueda van.’
Ook Sugawara wijst naar Ono als wegbereider. ‘Hij is een van de beste Japanse spelers ooit en maakte de Nederlandse competitie populair in Japan en Japanners populair in de eredivisie.’
Sugawara leerde van Ono hoe belangrijk communicatie is. ‘Engels is voor ons heel lastig, op school wordt het eigenlijk te technisch en op een te laag niveau onderwezen. Je moet het durven spreken om het goed te leren. Dat is voor sommigen een probleem, voor mij niet.’
Toch wordt hij minder vaak aangevraagd voor (grotere) interviews dan andere vaste basisspelers van AZ. Sugawara: ‘Ik houd ervan om te communiceren, om lol te hebben. Ik danste, zong en lachte al vanaf het begin bij AZ. Maar dat is niet hoe Japanners zich normaalgesproken presenteren.’
In de media klinken vaak dezelfde stereotypen over Japanse voetballers: nederig, verlegen, bescheiden, nijver, technisch en volgzaam.
‘Voor een groot deel klopt het, zitten die elementen in onze cultuur, maar elk mens is anders. Dat moet je alleen wel willen zien’, zegt Yuya Ikeshita (21), speler van FC Den Bosch, die opgroeide tussen twee culturen. Ikeshita werd in het vrijzinnige Amsterdam geboren, maar zijn Japanse ouders hamerden op bescheidenheid, een afwachtende houding en respect voor ouderen.
Door wat hem thuis geleerd was, had hij in het begin moeite met anderen coachen. ‘In Japan zou iedereen Danny Verbeek, een routinier bij Den Bosch, aanspreken met ‘u’ en de achternaam. In Nederland is er haast geen hiërarchie.’
Een paar weken geleden sprak Ikeshita uit naar de trainer wat hem al een tijdje dwars zat: hij wil graag meer spelen. ‘Mijn ouders hadden dat liever anders gezien, ze zeiden: sommige dingen moet je binnenhouden.’
Tijdens vakanties trainde Ikeshita mee bij Japanse clubs. ‘Niemand gaat daar in discussie met de trainer of oudere spelers. Als Japanners het veld opkomen, buigen ze altijd naar het veld. Het is een bedankje dat je mag voetballen. Ik snap dat het grappig of nederig overkomt. Maar het is eigenlijk niets anders dan een kruisje slaan.’
Er zijn nauwelijks verhalen bekend over Japanse spelers die hun beklag doen over een racistische of discriminatoire bejegening. Terwijl ruim eenderde van de Nederlanders met Oost-Aziatische wortels discriminatie ervaart, wees een onderzoek in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken uit.
Zo ook Ikeshita. ‘Ik word op het veld vaak uitgemaakt voor ‘Chinees’, ‘Koreaan’ of ‘spleetoog’ op een vervelende manier. Donkere mensen treden meer op als ze gediscrimineerd worden, wij zijn te bescheiden, denken: laat maar gaan. Ik heb een dikke huid gekregen. Het boeit mij niet als ze wat roepen. Wat mij boeit is dat ik goed presteer.’
Na Ono werden er in de eredivisie nog meer Japanse succesverhalen geschreven. Keisuke Honda en Maya Yoshida bouwden via VVV als eerste Europese stop aan imposante internationale carrières.
‘Ik zie mezelf niet als een Japanner zoals mensen in Europa ze doorgaans kennen. Die zijn vaak serieus’, zei Honda in een interview met de Volkskrant in 2009. ‘Er zijn zelfs landgenoten die boos worden als ik grappen maak. Ik houd van feestjes en het carnaval in Limburg. In Düsseldorf ga ik naar de karaokebar. Heimwee heb ik nooit gehad.’
26 Japanners speelden er in de eredivisie. Niet allemaal slaagden ze met vlag en wimpel, maar nimmer klonk er een klacht over hun inzet of gedrag. Sugawara stond de eerste seizoenen bij AZ dan weer rechtsback, dan weer rechtsbuiten en dan weer reserve, maar stelt: ‘Als je jong bent, moet je veel leren. Gewoon rennen en beter worden. Natuurlijk wilde ik altijd spelen, ik verdiende het alleen nog niet.’
Marino Pusic werkte als (assistent-)trainer met Yukinari Sugawara bij AZ en met Ayase Ueda bij Feyenoord. De Bosnisch-Kroatische Pusic was eerder gedragstherapeut. ‘Etiketten plakken op basis van nationaliteit gebeurt heel snel, zo worden alle mensen uit voormalig Joegoslavië ‘vurig’ genoemd,’ vertelt Pusic.
‘Yukinari is van nature extravert, Ayase niet. Door de taalbarrière is het zeker voor een introverte Japanse speler lastig om onderdeel te worden van een groep. Hij moet anticiperen op bepaalde zaken. Tegelijkertijd moet hij geaccepteerd worden zoals hij is.’
Feyenoord betaalde 9 miljoen euro voor Ueda, maar de recordaankoop maakte lang weinig impact. Pusic ging een balletje met hem trappen, knoopte via een tolk een praatje met hem aan, probeerde non-verbaal contact te maken en hem aan een subgroepje te koppelen. ‘Hij moet zich gezien voelen.’
Dat Ueda tegen Heerenveen eindelijk een belangrijk doelpunt maakte, helpt bij de integratie, denkt Pusic. ‘Zo werkt het toch vaak in een selectie.’
Maurice Steijn had als trainer bij VVV en Sparta niet alleen Japanse voetballers in zijn selectie, maar ook Japanners in zijn staf. ‘Dat helpt enorm in de communicatie. Het ging hartstikke goed, ze waren leergierig, gedisciplineerd, nooit mitsen en maren. Koki Saito deed veel extra werk om beter te worden, maar vond ook makkelijk zijn weg in de groep.’
Dat beaamt Sparta-aanvoerder Bart Vriends. ‘Koki springt telkens op de nek bij onze lange Noorse spits Tobias Lauritsen. Schitterend gezicht, want Lauritsen is anderhalf keer zo groot.’
Verlegen of overdreven bescheiden zijn Saito en Mito niet. Het stereotype van ‘harde werkers’ is wel op ze van toepassing, zegt Vriends. ‘Ze maken zonder klagen veel meters aan de zijkanten en als ik achter ze lig op een matje bij pre-activatietrainingen zie ik ze enorm tekeergaan. Daardoor zijn ze zo lenig en fit. Ik heb weleens tegen Ueda gespeeld, die is ook heel sterk.’
Sugawara, inmiddels vast lid van het Japans elftal: ‘Wie naar Europa komt, brengt een enorm offer, want de cultuur is totaal anders. Daarom rennen we harder dan iedereen en luisteren we beter. Maar je moet ook laten weten wat je wilt, zeker op het veld. Het gaat om je ambitie, om je eergevoel. Geld kun je ook in Japan verdienen. Geld boeit me niet, ik wil mijn droom bereiken: slagen in Europa. Ik geloof erin dat het kan.’
De goede prestaties van Japanse voetballers als Kuba, Endo, Mitoma, Ito en oud-eredivisiespelers Itakura en Doan in Europese topcompetities, alsmede die van het Japans elftal, dat op het WK won van Spanje en Duitsland, maakt dat ze meer met de borst vooruitlopen, beaamt Sugawara.
Na zijn doelpunten tegen Volendam had hij slippers met de Japanse vlag erop aan. Vlak voor het einde van die wedstrijd maakte hij geen buiging, maar gaf hij Volendam-verdediger Brian Plat een schopje nadat die hem tegen de boarding had geduwd. Daarna volgde een verhitte discussie.
Sugawara zal erover spreken met zijn landgenoten en er nogmaals op hameren: laat niet met je sollen.
Japanse spelers zijn allemaal technisch vaardig klinkt het vaak. Volgens de Japanse AZ-speler Yukinari Sugawara klopt dat grotendeels en komt het door de eetgewoonten. ‘We eten op de grond . We hebben daardoor comfort in onze benen. Ik ben serieus!’ FC Den Bosch-speler Yuya Ikeshita moet lachen om die verklaring. ‘Sugawara neemt je in de maling. In Japan wordt veel op techniek getraind, de methode van Wiel Coerver (Nederlandse techniekgoeroe, red.) is er populair.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant