Home

Anton Dautzenberg schreef een schokkende, sadistische roman: ‘Het moest zwarter dan zwart worden’

Anton Dautzenberg, de schrijver die graag tegen heilige huisjes schopt, heeft een roman geschreven vol extreme seks- en slachtpartijen. Want juist zo kun je vastgeroeste ideeën over wat kan en wat niet loswrikken, legt hij uit.

Eerst de lifestyle, dan hebben we dat gehad. Want schrijver A.H.J. Dautzenberg houdt er niet van, dat tentoonstellen van huiselijk geluk in de krant. ‘Al die columns daarover, vooral in de Volkskrant. Peter Buwalda die week in week uit zijn boeken en cd’s staat te sorteren. Vreselijk!’ Maar ja, de mensen houden ervan. Dus daar gaan we.

In het charmante bomenbuurtje in het centrum van Tilburg woont Anton Dautzenberg – woeste baard, schipperspet, spijkerbroek – samen met zijn vrouw Maartje, in een knus jarentwintighuis met een diepblauwe voordeur, een authentieke granieten vloer in het halletje en een stijlvolle keuken met leuke mozaïektegeltjes. De fotogenieke rode kater Clint ligt te soezen op de groene sofa. In de achtertuin zijn de eerste krokusjes opgekomen. Dautzenberg werkt aan de robuuste houten eettafel, omringd door boeken in op maat gemaakte boekenkasten. Alles ademt intellect, sereniteit en goede smaak. Niet bepaald een plek waar je de creatie van een sadistisch boek zou situeren.

Toch schreef Dautzenberg hier zijn achtste roman, De vijf. Een scherpzinnige en complexe roman, maar vooral ook een libertijnse roman, vol expliciete scènes met extreme seks- en slachtpartijen. In het libertinisme draait het om absolute individuele vrijheid; een rechtgeaarde libertijn zal er niet voor terugdeinzen anderen te beschadigen om zijn eigen behoeften te bevredigen. Denk aan Marquis de Sade, die in de 18de eeuw de beruchte libertijnse romans De 120 dagen van Sodom en Justine schreef.

Het is een genre dat we in Nederland nauwelijks kennen. Zonde, vindt Dautzenberg. Want juist met een heftige roman kun je vastgeroeste ideeën over wat ‘kan’ en ‘niet kan’ loswrikken, onderzoeken wie of wat de moraal dicteert en bovenal: de volle breedte van de literatuur laten zien. Precies dat kenmerkt het oeuvre van deze schrijver, die nooit te beroerd is om maatschappelijk gevoelige onderwerpen aan te snijden, tegen heilige huisjes te schoppen of te experimenteren met taal.

In zijn debuutbundel Vogels met zwarte poten kun je niet vreten (2010) staat een verguisd verhaal over een man die seks heeft met een minderjarig meisje. In zijn roman Samaritaan (2011) beschrijft hij hoe hij een nier doneert aan een onbekende en speelt zo met de elasticiteit van fictie: is het nou echt gebeurd of niet? In zijn laatste paar romans, zoals Geestman (2019), Aslast (2020) en Ogentroost (2022), ging Dautzenberg steeds modernistischer te werk met herhaling, ritmiek en hermetiek.

Over de auteur
Bo van Houwelingen is literair recensent voor de Volkskrant. Ze schrijft met name over nieuwe Nederlandse fictie.

En nu dus De vijf, over Anne, Selin, Elodie en Dylana, meiden van een jaar of 16 en libertijnen pur sang. Ze vinden elkaar in een ongebreidelde drift naar seks en geweld. Dat uit zich zoal in anale seks met de schooldirecteur, een gangbang met een groep motormannen en penetratie door een hond. En al gauw is daar de eerste afgebeten voorhuid, nog maar de opmaat voor veel sadistischere dingen.

De slachtoffers van de meiden – die zich allen gedwee laten meevoeren naar een ondergronds gangenstelsel in de vorm van een dikke darm (knipoogje naar de onderbuik) – worden levend verbrand, opengesneden, volgepropt met afval en weer dichtgenaaid, uit elkaar getrokken en/of bewerkt met allerhande gereedschappen. Vel wordt gestroopt en gedragen als jurk, van losgebikte wervels wordt soep getrokken en van alle mogelijke lichaamssappen wordt nieuwsgierig geproefd. De meisjes voeren hierbij een opmerkelijk inclusief beleid: alles en iedereen komt aan de beurt. Van foetussen tot lijken, van baby’s tot bejaarden, van joden tot moslims.

Gaat het verder wel goed met je?

‘Nou, ik heb wel op mijn donder gehad tijdens het schrijven van dit boek. Vaak zat ik na het schrijven te rillen op bank, van ellende, ik werd er een beetje ziek van. Maartje zei het ook: wat is er met jou aan de hand? En op een gegeven moment kon ik het boek niet meer zien.

‘Letterlijk niet: het glasvlies van mijn linkeroog liet los van het netvlies. Dat gebeurt wel vaker bij ouder wordende ogen, maar bij mij bleef het op één klein plekje vastzitten. Precies in het gezichtsveld, waardoor ik niet meer kon lezen. Een operatie was te risicovol, en het zou vijf jaar kunnen duren voordat het vanzelf losliet. Vijf jaar niet lezen! Onmogelijk. Dus toen heb ik het zelf losgescheurd, door heel heftige oogbewegingen te maken. Na een paar dagen zag ik een grote winkelhaak in mijn blikveld verschijnen. Nu heb ik beet, dacht ik. En na zes dagen werd ik wakker: weg.’

En toen kon je weer lezen?

‘Ja, halleluja! Lezen is voor mij een manier om met geestverwanten in gesprek te zijn op een ander niveau dan buiten de literatuur mogelijk is. Ik heb in totaal zes maanden niet kunnen lezen en zo langzamerhand werd ik wel bevangen door een zekere intellectuele eenzaamheid. Mijn hoofd stond echt op springen.’

Wat ben je gaan lezen?

‘De biografie van Theo van Gogh en die van Ischa Meijer. De humanisten, een geweldig boek van Sarah Bakewell. En nu zit ik in midden in het Oude Testament. Dat is een idioot boek, hoor. Die god, een misogyne sadist met smetvrees en een voorliefde voor bloederige offers. Alles moet rein zijn en wie dat niet is, moet dood – daar komt het op neer. Hele volkeren roeit hij uit, keer op keer. Afgrijselijk.’

Over afgrijselijk gesproken… Jij kan er ook wat van. Alhoewel, in het voorwoord van je roman beweer je dat je het boek door een AI-writer hebt laten schrijven.

‘Klopt. En ik leg ook uit hoe: al mijn boeken, gepubliceerde teksten en mijn mailcorrespondentie heb ik integraal ingevoerd. Plus libertijnse werken die mij relevant leken. Ook integraal. Ik gaf de tekstgenerator de opdracht een ‘urgente roman’ te componeren op basis van een korte synopsis over de vier meiden.’

Dat deze roman daaruit is voortgekomen lijkt me onwaarschijnlijk, zo niet onmogelijk. AI kan nog geen goed leesbare, coherente romans schrijven, laat staan dat het iets kan produceren dat zo balsturig, ironisch en gelaagd is als De vijf.

‘Je vleit me.’

Dus, wie heeft dit boek geschreven?

‘Dat is de vraag waar het allemaal om draait. Deze roman kent verschillende vertelinstanties: allereerst is daar de schrijver, dat ben ik, Anton Dautzenberg. Ik geef het stokje door aan de AI-writer, die op diens beurt met ene ‘Puppet Master’ op de proppen komt. Wie is de marionet en wie heeft de touwtjes in handen? Die vraag kunnen we ook aan onszelf stellen; we leveren ons meer en meer uit aan AI, Big Tech en dataverzamelaars. Zo worden we steeds meer object en minder mens. Veel meer dan martel en gruwel is dát het onderwerp van het boek.

‘De Puppet Master beweert de geestelijk vader van de personages te zijn. Hij is degene die hen die gruwelijke avonturen laat beleven. Al neemt hij niet de volledige verantwoordelijkheid. Hij legt aan de lezer uit dat hij de meiden ook hun eigen gang laat gaan, dat personages zich soms ontwikkelen op een manier die je als schepper niet verwacht. En dan wordt hij ook nog gedreven door een ‘wervelwind van donkere krachten’; het onderbewuste waaraan iedereen onderhevig is. Dat is dus nóg een instantie die invloed uitoefent op het verhaal.

‘En vergeet de lezer zelf niet. Dit boek is een verzameling letters op papier, maar jíj, lezer, bent degene die er beelden van maakt, in je hoofd. Jij hebt een bepaald meisje in gedachten als het over Anne gaat. Jezelf toen je jonger was? Je buurmeisje? Je dochter? Jij bent uiteindelijk degene die de martelingen voor je ziet en wat je dan precies ziet, heeft meer met jouw binnenwereld te maken dan met de mijne.

‘Precies hierom worden mensen ook altijd zo boos van schokkende teksten. Naar gewelddadige films of series wordt met droge ogen gekeken, dát is makkelijk; de beelden worden je simpelweg voorgeschoteld. Hoe bloederig ook, jij bent er niet verantwoordelijk voor. Dat is anders bij tekst. De lezer is altijd medeplichtig.’

De lezer is nummer vijf in De vijf?

‘Precies, net als in De vijf van Enid Blyton. De avonturen van de meiden worden niet beleefd als ze niet door de lezer gelezen worden.’

Is dat gehussel met vertelinstanties ook een manier om je te verschuilen?

‘Nee, absoluut niet. Ik neem de volle verantwoordelijkheid voor dit boek. Het is mijn naam, op het omslag. Wat ik ermee wil laten zien, is dat je de schrijver niet moet verwarren met de roman. Iets wat steeds vaker gebeurt – heel gemakzuchtig. Iemand die over moord schrijft, is niet per se een moordenaar. Iemand die over geweld schrijft, is niet per se gewelddadig. Ik heb vreselijke dingen opgeschreven, maar ik heb nog nooit in mijn leven iemand geslagen.’

Waarom vier jonge meisjes?

‘Ik refereer aan De 120 dagen van Sodom van De Sade, en de filmadaptatie van Pasolini. Daarin verzinnen vier vrouwelijke vertellers de sadistische dingen die de vier libertijnse personages vervolgens in de praktijk brengen. Ik wilde ook spelen met de relatieve onschuld die meisjes vertegenwoordigen, dat wilde ik omdraaien.’

Het is ook een mannenfantasie: stoute meisjes die geen genoeg kunnen krijgen van seks.

‘Zeker! Daarom was ik ook blij dat de meiden op een gegeven moment in opstand komen tegen hun schepper, de Puppet Master. ‘We zijn geen laboratoriumratten die telkens hetzelfde rondje lopen door je misogyn en racistisch universum’, zegt een van de meiden op een gegeven moment. En dan nemen ze de macht volledig over.’

Maar niet voordat ze een hele reeks aan uiteenlopende gruweldaden hebben begaan. Die jij hebt bedacht. Hoe ging dat? Zat je tijdens het ontbijt je croissantje te smeren en dacht je dan: o hé, ik heb nog niets met een soldeerbout? Waar haalde je je inspiratie vandaan?

‘We worden dagelijks overspoeld met berichtgeving die qua gruwelijkheid niets te wensen overlaat. Er gebeuren dingen, nu, in deze wereld, die niet zo gek veel verschillen van wat ik beschrijf. Ik spiegel de tendensen in de samenleving en vergroot die uit.

‘Ik heb het nodige gelezen, veel slasherfilms gekeken en ik heb me ook verdiept in de martelmethoden van de inquisitie. Dan zit er al behoorlijk wat in je hoofd. Verder ging het best intuïtief.’

Zijn er dingen waarvan je dacht: dit gaat te ver, dit kan ik echt niet opschrijven?

‘Ja, regelmatig, en dan dacht ik: nu moet ik het júíst opschrijven, want kennelijk ligt hier voor mij een grens.’

En je wilde graag over grenzen heen?

‘Een grens is geen objectieve norm, het is een construct. De ene kant van de grens, de goede kant zeg maar, dat is een keurig aangeharkt talud. Maar waarom mogen we de andere kant van dat talud niet zien? Blijkbaar is daar iets…

‘De uitgeverij wilde op de achterflap zetten dat ik de grenzen van meningsuiting niet alleen verken, maar ook overschrijd. Toen vroeg ik: ‘Grenzen van wie? Is dat jullie grens? Mijn grens? Dé grens? Wie bepaalt dat? En hoezo overschrijd ik hem? Er zijn toch geen grenzen in de kunst?’ Het is gruwelijk, maar ik mág dit schrijven. Grenzen liggen bij daden.’

Stel je voor, de tekst: Handleiding voor het martelen van mensen. Verbieden?

‘Absoluut. Zo’n tekst zet aan tot daden die mensen schaden.’

En: Handleiding voor het martelen van mensen – Een roman. Ook verbieden?

‘Dat vind ik alweer een ander verhaal, omdat je met het woord roman al aangeeft dat je met de werkelijkheid speelt, dat je iets anders probeert op te roepen dan wat er letterlijk staat. In mijn roman gaat het in wezen ook niet om de gruwelijkheden, maar om de vrijheid die uit het grenzeloze ervan spreekt. Ik bevraag onze morele kaders.’

Maar een baby vastnagelen op een autoweg, kokend water in de stoma van een bejaarde vrouw gieten, een hond de snuit afsnijden… was dat nou echt nodig?

‘Helaas wel. Het moest zwarter dan zwart worden. Vol op het orgel. Ik kan geen boek schrijven over grenzeloosheid en me dan laten tegenhouden door mijn eigen moraal. Dan trap ik in de val waarvoor ik juist wil waarschuwen.

‘Kijk, ik snap dat mensen zeggen: alles met kinderen, dat gaat te ver. Het gaat mij óók te ver. Maar toch moet je je daar niets van aantrekken in de kunst. Want de volgende in de rij zegt: alles met homoseksuele gevoelens gaat mij te ver. Of alles met Mohammed gaat te ver. Of alles met lentekriebels gaat te ver. Vul het maar in. Dan is het einde zoek.

‘Mensen die niet perfect in het heersende systeem passen worden steeds meer geproblematiseerd. Gecriminaliseerd soms zelfs. Puur en alleen om hun geaardheid of denkbeelden. Je ziet het conservatisme weer aantrekken, vooral gericht op de lhbti-gemeenschap. Overheden zijn er om kwetsbare minderheden te beschermen; de meerderheid redt zich wel. Maar nu wordt er een meerderheid ‘beschermd’ tegen een kwetsbare minderheid. Een bizarre omkering waar ik tegen ageer met De vijf.’

Er zal wel gelazer van komen, van dit boek.

‘Ja, dat zal wel. Dat vind ik niet erg. Mensen mogen boos worden. Dat werkt ook louterend. Edgar Allen Poe zegt in The Imp of the Perverse: het beest zit in ons allemaal, het kwaad heeft geen motief nodig om zich te manifesteren. Dat maakt ook dat mensen heftig op dit soort kunst reageren. Ze voelen diep vanbinnen: dat perverse zit ook in mij.’

Wie is Anton Dautzenberg?

Anton Hedwig Jozef Dautzenberg werd in 1967 geboren in Heerlen. Hij studeerde economie in Tilburg en woont daar sindsdien. Zijn lijst van publicaties is schier eindeloos, van korte verhalen in De Gids tot ingezonden brieven in de Volkskrant, van opiniestukken in het Limburgs Dagblad tot een feuilleton in NRC. Dautzenberg schrijft korte verhalen, poëzie, theaterteksten, essays en nog veel meer. Op dit moment ontwikkelt hij samen met een aantal andere kunstenaars de eerste muzische natuursonnettencyclus van Nederland.

A.H.J. Dautzenberg: De vijf. Atlas Contact; 400 pagina’s; € 24,99. 

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next