Home

Interview: Oud-teambaas Stoddart over Max Verstappen, strafgewicht in F1 en ‘Minardi’

Het is de zaterdagochtend van het Australische Grand Prix-weekend. Afgezien van bij Williams, waar teambaas James Vowles door de media aan de tand wordt gevoeld over de beslissing om de auto van Logan Sargeant aan Alexander Albon te geven, is het rustig in de paddock van Albert Park. Aan een van de tafeltjes op het gras tussen de garages en de hospitality’s zien we een bekend gezicht zitten. We vragen of we aan mogen schuiven en een paar vragen mogen stellen.

De laatste keer dat ondergetekende Paul Stoddart sprak, was zeven jaar geleden. In die tijd werd er tijdens het raceweekend in Melbourne nog gereden met een Formule 1-tweezitter, die de voormalig teambaas had laten bouwen. Hij heeft die auto nog steeds. “De laatste die ermee gereden heeft, is Max Verstappen”, vertelt hij. “Dat was in 2022. De wagen is daardoor nog in Red Bull-kleuren.“ Dat laatste komt goed uit, want het plan is dat de Nederlander er dit jaar op de Oostenrijkse Red Bull Ring opnieuw mee in actie komt. “We geven mensen dus nog steeds de rit van hun leven of de schrik van hun leven.” Lachend: “Meestal beide!”

In 2017 sprak Stoddart de verwachting uit dat Verstappen meerdere wereldtitels zou winnen. “Ik had het niet verkeerd!”, zegt hij met een brede glimlach. “En hij zal dit jaar en volgend jaar ook kampioen worden. Gegarandeerd, tenzij er iets stoms gebeurt. Dus over een paar jaar is hij een vijfvoudig wereldkampioen. En wat er daarna in 2026 gebeurt, weet niemand. Het zal er namelijk volledig vanaf hangen wie er dat jaar met de beste motor op de proppen komt. Ik zet mijn geld waarschijnlijk op Mercedes of Ferrari. Maar wie weet wordt het Red Bull wel. We gaan het zien.”

Dat Verstappen de afgelopen jaren zoveel bereikt heeft, verrast Stoddart niet. “Hij is altijd goed geweest”, vertelt de inmiddels 68-jarige Australiër. “Ik ken hem al sinds hij zes was, en toen was hij al goed. Hij versloeg zijn vader, die toen voor mij reed, in een Formule 1-simulator.” Stoddart prijst de mentaliteit van de Limburger. “Hij heeft de kunst van het alleen maar naar voren kijken geperfectioneerd. Als hij een prestatie heeft neergezet, dan ligt dat voor hem meteen in het verleden. Hij focust gelijk op de volgende race, op de toekomst. Dat is wat hem zo goed maakt. Zo weet hij altijd die extra tienden te vinden. Natuurlijk moet je als coureur ook een goede auto hebben. Maar die heeft hij.”

Sinds de start van het Formule 1-seizoen gaan er geruchten over een mogelijk vertrek van Verstappen naar Mercedes. Gevraagd of een overstap naar de Duitse formatie ervoor zou kunnen zorgen dat de Limburger ook vanaf 2026 de scepter blijft zwaaien in de Formule 1, gezien de motorische voorsprong die dit team in zijn ogen dan mogelijk heeft: “Je kan maar beter niet te veel zeggen over dingen voordat ze echt gebeurd zijn. Want als je ‘F1’ achterstevoren spelt, heb je ‘IF’. Alle drama van de afgelopen maanden helpt de situatie echter niet. Als je me twaalf maanden geleden had gevraagd of Max voor 2028 ergens anders naartoe zou gaan, dan had ik gezegd: ‘Geen kans’. Maar de tijden zijn veranderd.”

Na de overtuigende overwinningen van Verstappen in Bahrein en Saudi-Arabië klonken er weer veel klachten dat de Formule 1 saai zou zijn. “Dat is het ook”, constateert Stoddart. “Dat heb je helaas als één team of één coureur jaar na jaar domineert. Maar er zijn altijd manieren om daar iets aan te doen. Ik zou zelf voorstander zijn van bijvoorbeeld een strafgewicht van 5 kilogram voor de regerend wereldkampioen. Dat zou genoeg moeten zijn om het weer op een gelijk niveau te brengen, terwijl de goede coureurs dan nog steeds zouden kunnen winnen. Die zouden daar weinig problemen mee hebben. Maar het blijft een lastige kwestie, want je begint wel aan de puurheid van het racen te komen.“ In de tijd dat Stoddart teambaas was, was er een zekere Bernie Ecclestone die zo en dan ingreep. “Bernie zorgde er gewoon voor dat er elke zoveel jaar wat dingen veranderden, waardoor het niet zo makkelijk was om aan de top te blijven. Maar we leven in een andere wereld nu.”

In de loop der jaren is vaker geopperd om net als bij Le Mans met een soort van ‘balance of performance’ te gaan werken in de Formule 1. Volgens Stoddart is daar in zekere zin al sprake van. “Het is al zo dat de teams die het goed doen minder tijd in de windtunnel krijgen. Dus waarom niet een kleine penalty voor de coureur, om het op dat vlak ook een beetje gelijk te trekken? Het is dan misschien niet puur, maar datzelfde zou je kunnen zeggen van de beperkingen die de teams krijgen opgelegd bij het ontwikkelen van de auto en het gebruik van de windtunnel. Die dingen zijn ook niet puur. Het gaat er uiteindelijk om dat je een goede balans vindt.”

Volgens Stoddart moet er serieus gekeken worden naar manieren die kunnen voorkomen dat één team of coureur voor een langere periode domineert. “Liberty Media heeft de Formule 1 naar de stratosfeer gebracht als het gaat om de populariteit van de sport - geholpen door zaken als Drive to Survive - maar ze moeten er nu voor zorgen dat het de juiste kant op blijft gaan. En als er dan jaar na jaar sprake is van dominantie, helpt dat niet”, meent Stoddart, die zelf - behalve strafgewicht voor de wereldkampioen - geen pasklare oplossingen weet. “Het is een lastige. Aan de andere kant is het ook aan een team om iets te vinden of te ontwikkelen waar anderen niet opkomen, zoals we zagen met Brawn in 2009. Ross wist eind 2008 dat hij een goede auto had voor het jaar erna en bewees dat hij gelijk had, ondanks dat er een andere motor moest komen en er geen geld was. Jenson won de rijderstitel en Brawn de constructeurstitel. Het is dus mogelijk.”

Ondanks de dominantie van één coureur zegt Stoddart nog erg te genieten van de Formule 1. “Ik ben zelf dol op Max, dus ik vind het eigenlijk wel prima dat hij steeds wint”, vertelt hij met een lach. “En achter Max zijn de races ook best wel spannend. Je weet van tevoren niet wie er op de tweede tot en met de tiende plek eindigen. Er zijn misschien mensen die alleen kijken naar wie er wint, maar je moet naar de hele wedstrijd kijken. Ik vind het wél spannend, ik zit wél de hele tijd om het puntje van mijn stoel. De strijd om de tweede tot en met de tiende plaats is echt leuk om naar te kijken. En Max mag de rest van het jaar en volgend jaar dan alles winnen, vanaf 2026 is het allemaal een groot vraagteken. Tot we in 2026 in Melbourne zijn voor de eerste race, hebben we geen idee wie er dan als beste uit de bus komt.”

Jaloers op de teambazen die nu in de Formule 1 werken, is Stoddart niet. “Ik zou waarschijnlijk moeite hebben om teambaas te zijn in deze tijden van sociale media. Gelukkig is mij dat bespaard gebleven. Je hoeft alleen maar te kijken naar wat er rond Christian Horner is gebeurd”, zegt hij. “Maar als het gaat om het managen van een team en alle politiek die achter de schermen bedreven wordt, die dingen die ik mis wel. Ik vond het altijd ontzettend leuk om met Bernie en de andere teams te dealen. Want wat je hier ziet, is maar een deel van het verhaal”, wijst hij naar de paddock. “Achter de schermen gebeurt verschrikkelijk veel meer.”

Stoddart, die Minardi in 2005 verkocht aan Red Bull, volgt de verrichtingen van zijn oude team nauwgezet. “Ze zitten nu in iets andere situatie”, laat hij over het RB F1 Team weten. “Dietrich Mateschitz vond het belangrijk dat de twee Red Bull-teams onafhankelijk van elkaar opereerden en alleen zaken als een versnellingsbak met elkaar deelden. Maar nu Laurent Mekies teambaas is en er na dood van Dietrich wat veranderingen zijn geweest in de hiërarchie bij Red Bull, is de situatie anders. De twee teams willen nu zoveel mogelijk als reglementair toegestaan is, met elkaar samenwerken. Als gevolg daarvan zouden de prestaties van RB moeten verbeteren. Een paar andere teams beseffen dat dit een probleem voor hen kan worden en zijn hier dus niet al te blij mee. Maar het is wat het is. Ik denk dat ze dit jaar wezenlijk in het middenveld zullen meedoen. Dat denk ik echt.”

En wat vindt hij ervan dat het team nu officieel Visa Cash App RB heet, terwijl het in de volksmond ook wel als Racing Bulls of kortweg RB wordt aangeduid? “Prima, al vond ik Toro Rosso - Red Bull in het Italiaans - altijd wel een goede naam.“ Fans en media waren begin dit jaar erg aan het worstelen met de nieuwe teamnaaam. Sommigen lijken er nog steeds moeite mee te hebben. Met een luide lach: “Simpel: noem ze gewoon Minardi! Zo noem ik het team tenminste.”

Source: Motorsport

Previous

Next