Home

Terug naar 27 maart 1994: Mercedes keert terug in de Formule 1

Mercedes is een van de mastodonten van de autosport en met negen rijders- en acht constructeurstitels niet meer weg te denken uit de Formule 1. Dat was wel eens anders, zo blijkt uit de roerige geschiedenis van het merk met de ster.

Al in de in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw vormt Mercedes samen met Auto-Union een machtsblok in het Grand Prix-racen. Na de Tweede Wereldoorlog ligt de prioriteit van de Duitse economie en dus ook de autoproducenten niet bij autoracen, maar met het Wirtschaftswunder van de jaren vijftig keert die interesse terug. Vanaf 1954 neemt Mercedes twee seizoenen lang bijzonder succesvol mee aan het wereldkampioenschap Formule 1.

Aan die deelname komt een einde door een gruwelijk ongeluk tijdens de 24 uur van Le Mans van 1955. Mercedes-coureur Pierre Levegh raakt bij het opkomen van start-finish betrokken bij een zware aanrijding waarbij brandende onderdelen van zijn Mercedes-Benz 300 SLR het publiek invliegen. Naast Levegh zelf komen ook 82 toeschouwers om het leven.

Het gruwelijke ongeluk van Mercedes-coureur Pierre Levegh op Le Mans in 1955

De zwaar geschokte Vorstand van Mercedes kondigt aan het einde van het jaar aan dat het zich voorgoed terugtrekt uit de autosport, maar vanaf de jaren tachtig keert Das Haus terug. Uiteraard in de Deutsche Tourenwagen Meisterschaft, maar ook in de sportscars en dus op Le Mans. Voor dat project zoekt en vindt Mercedes in 1985 een stabiele partner in het Zwitserse Sauber, dat al enkele jaren actief is in de langeafstandsracerij. De samenwerking blijkt succesvol met zelfs een overwinning in de 24 uur van Le Mans. Als Sauber in 1993 z'n entree maakt in de Formule 1 doet het dat met behulp van Mercedes. Dat levert samen met de specialistische Engelse motorenbouwer Ilmor de V10-krachtbronnen.

In 1994 waagt Mercedes de volgende stap. Het merk werpt alle schroom van zich af, koopt zich in bij Ilmor en staat Sauber toe de stickers met de bekende Mercedes-ster op de motorkap en neus te plakken. In een summier persbericht schrijven de Duitsers: "De Sauber-Mercedes C 13 gaat voor het eerst van start tijdens de Formule 1-race in Interlagos, Brazilië. Hiermee keert Mercedes-Benz na 40 jaar terug in de Formule 1 als motorleverancier van het Sauber-team. De 3,5-liter V10 vierklepsmotor weegt slechts 122,6 kilogram en ontwikkelt meer dan 515 kW / 700 pk."

Karl Wendlinger, Sauber C13 Mercedes.

Foto door: Ercole Colombo

Het is niet verrassend dat de twee coureurs van Sauber afkomstig zijn uit de jeugdopleiding van Mercedes. Heinz-Harald Frentzen en Karl Wendlinger vormen in hun jonge jaren samen met Michael Schumacher het Young Driver Programme en rijden in die hoedanigheid eind jaren negentig al samen bij het sportscarsteam van Peter Sauber. Oostenrijker Wendlinger debuteert in 1993 bij het nieuwbakken F1-team van de Zwitser en wordt in 1994 dus vergezeld door zijn oude maat Frentzen, terwijl Schumacher even verderop bij Benetton op titeljacht gaat. 

De kwalificatie op het circuit Interlagos belooft veel. Frentzen plaatst zich op de vijfde plaats, achter Ayrton Senna (Williams), Michael Schumacher (Benetton), Jean Alesi (Ferrari) en Damon Hill (Williams). Wendlinger start als zevende achter Gianni Morbidelli (Footwork). Beide Sauber-coureurs hebben een prima start en weten zich tussen het geweld van de gevestigde orde te handhaven, maar voor Frentzen komt er al in de vijftiende ronde een einde aan de race door een spin. Wendlinger lijkt na het uitvallen van Frentzen, en ook Senna en Morbidelli, op weg naar een keurige vierde plaats, maar na een hapering van zijn Mercedes V10 valt hij terug naar P5, achter Rubens Barrichello. Al met al levert die eindklassering lachende gezichten op in de Sauber-garage.

De hooggespannen verwachtingen komen in de loop van het seizoen niet verder uit, mede door het zware ongeluk van Wendlinger in Monaco. Er is nog een handvol puntenfinishes en het team eindigt het WK op de achtste plaats, maar Mercedes heeft genoeg gezien en verkast aan het einde van het jaar met z'n krachtbronnen en Ilmor naar McLaren dat afscheid heeft genomen van Peugeot.

Mika Häkkinen, McLaren MP4-10B Mercedes.

De combinatie McLaren-Mercedes is jarenlang een powerhouse in de Formule 1. In 2000 koopt moederbedrijf Daimler zich zelfs voor 40 procent in bij McLaren, maar vanaf  2008 begint de relatie barstjes te vertonen. Oorzaken zijn onder andere het Spygate-schandaal van 2007 die niet alleen McLaren, maar ook Mercedes tientallen miljoenen kost en de introductie van de McLaren MP4-12C straatauto, als directe concurrent van de Mercedes-Benz SLS AMG. 

Te midden van die onderhuidse spanningen is daar ineens het gelegenheidsproject Brawn GP. Het door Ross Brawn van Honda overgenomen team is naarstig op zoek naar krachtbronnen voor het seizoen 2009. Mercedes wil die wel leveren, maar McLaren-teambaas Ron Dennis staat niet te springen. Hij laat zich echter overtuigen door zijn tweede man Martin Whitmarsh. Die is niet alleen in dienst bij McLaren, maar ook voorzitter van FOTA, de 'vakbond' van Formule 1-constructeurs. In die hoedanigheid kijkt hij breder dan de belangen van McLaren alleen. Zijn instelling is dat hoe meer teams er op de grid staan, hoe groter hun vuist is tegen de FIA en de F1-organisatie van Bernie Ecclestone.

Dennis gaat akkoord in de vaste overtuiging dat het houtje-touwtje team van Brawn geen rol van betekenis zal spelen in het kampioenschap. Brawn GP wordt echter wereldkampioen en dat biedt Mercedes de exit waar het al enige tijd naar op zoek is. De Duitsers nemen de fabriek, inboedel en vooral licentie van Brawn GP over en starten een eigen team. De eerste jaren met het duo Michael Schumacher-Nico Rosberg verlopen moeizaam, maar als in 2013 Lewis Hamilton zich in Brackley meldt, wordt de weg omhoog ingeslagen. De rest is geschiedenis. 

 

Source: Motorsport

Previous

Next