De meeste dodelijke slachtoffers zijn gevallen in de sectoren handel, vervoer en horeca (21), industrie (14) en bouw (11). Dat blijkt uit het jaarverslag van de Nederlandse Arbeidsinspectie. Dat verschilt niet van de jaren ervoor.
De Arbeidsinspectie onderzocht in totaal 87 overlijdens in de werksfeer. In 15 gevallen was sprake van een medische oorzaak, bijvoorbeeld een hartaanval of onwel worden op de werkvloer. Dodelijke arbeidsongevallen met een medische oorzaak worden niet meegeteld als arbeidsongevallen.
Daarom gaat de Arbeidsinspectie uit van 72 dodelijke ongevallen. Bij 67 gevallen was het overlijden direct gerelateerd aan de werkzaamheden. Bij 5 gevallen was sprake van een andere oorzaak, bijvoorbeeld zelfdoding.
De Arbeidsinspectie probeert misstanden tegen te gaan door actief te controleren. Er kwamen vorig jaar 3.866 meldingen binnen, waarvan de inspectie 2.448 heeft onderzocht en afgesloten. Dat is een stijging van 7 procent ten opzichte van 2022.
In totaal vielen vorig jaar 2.919 gewonden bij ongevallen op de werkvloer. Het gaat om 33 slachtoffers per 100.000 banen. De meeste slachtoffers vielen in de industrie, bouw, handel, vervoer en horeca.
Afgezet tegen het aantal banen van werknemers in 2022 is de bouw vorig jaar de sector waarin relatief de meeste slachtoffers vielen: gemiddeld 111 per 100.000 banen van werknemers. Daarna volgen de landbouw met 77 en industrie met 71 slachtoffers per 100.000 banen.
De Arbeidsinspectie constateert verder dat de regeling waarmee bedrijven hoogopgeleide werknemers van buiten Europa kunnen halen te gevoelig is voor fraude en misbruik.
Zo worden bij controles regelmatig 'kennismigranten' aangetroffen die werkzaam zijn als kapper, kabellegger, schoonmaker, betonvlechter, payroller, horecamedewerker of nagelsalonmedewerker. Er zijn ook kenniswerkers die helemaal niet werken of wel werken maar nauwelijks of geen salaris krijgen.
Source: Nu.nl economisch