Sinds de oorlog tussen Israël en Hamas eind vorig jaar oplaaide, zijn grote bedrijven als Starbucks en McDonald's het mikpunt van een pro-Palestijnse boycot. McDonald's en Starbucks verliezen naar eigen zeggen inkomsten door de boycot. Ze spreken over teruglopende verkoopcijfers, vooral in het Midden-Oosten.
"De boycot raakt bedrijven, dus heeft zeker effect", zegt Peter Malcontent, docent geschiedenis van de internationale betrekkingen op de Universiteit Utrecht.
"Die bedrijven zullen op hun beurt weer aankloppen bij de Amerikaanse regering. Maar de overheid zal dat niet het beleid laten bepalen. Uiteindelijk is het vervelend voor Starbucks en McDonald's, maar heeft het weinig invloed op de oorlog."
Volgens Malcontent gaat het bij consumentenboycots meer over verandering van het sentiment in de samenleving. "Het gaat om verandering op de lange termijn, hoe mensen ergens over denken. Neem de Aziatische sweatshops waar Nike en Reebok hun spullen lieten maken. In de jaren negentig kwam daar verzet tegen. En dat hielp. Het had effect binnen de samenleving, wat uiteindelijk ook heeft geleid tot beleid. Maar het heeft even geduurd."
Ook in Rusland was er sprake van een boycot. Hoewel het land sinds de Oekraïneoorlog werd bedolven onder economische sancties uit het Westen, waren het de bedrijven die bereid waren grote stappen te zetten om de overheid onder druk te zetten.
Naast de sancties besloten steeds meer bedrijven uit protest tegen de oorlog in Oekraïne te vertrekken uit Rusland. Merken als IKEA en Apple, maar ook restaurantketens McDonald's en Starbucks vertrokken uit het land. Dat is bijzonder, want die bedrijven deden veel meer dan ze hoefden te doen.
"Bedrijven namen maatregelen op terreinen waar de EU nog geen sancties voor had voorgesteld", zegt Peter van Bergeijk, hoogleraar economie aan de Erasmus Universiteit. "Het waren de bedrijven die veel sterker reageerden dan de overheid." Hoewel Russische eigenaren uiteindelijk in het gat sprongen dat de westerse bedrijven achterlieten, was dit voor de Russen een hele zichtbare consequentie van de oorlog.
De sancties die de westerse overheden oplegden aan Rusland leken minder effectief. De grote sanctiepakketten beloofden grote invloed te hebben op de Russische economie, maar dat leek niet te gebeuren. De Russische economie groeide in het afgelopen jaar zelfs, terwijl er een krimp werd verwacht.
Toch waren de sancties volgens Van Bergeijk niet onbelangrijk. "De denkfout die veel wordt gemaakt, is dat mensen naar de Russische economie kijken en zien dat die nog niet volledig in de soep loopt. Wat ze vergeten is dat de economie het zonder de sancties beter had gedaan."
Ook in het conflict tussen Israël en Hamas zouden overheidssancties veel kunnen betekenen. Waar Rusland groot is en zelf veel sancties kan opvangen, is Israël sterk afhankelijk van bondgenoten in het buitenland. "Zo zou het land een groot probleem hebben als de Amerikanen geen oorlogssteun meer zouden bieden", zegt Malcontent.
Maar er zijn geen signalen dat dit snel gebeurt. "Tot nu toe hebben de VS en de EU zich nog nooit aan serieuze sancties tegen Israël durven wagen", zegt Malcontent. Onlangs is daar wel een begin mee gemaakt. Zowel de VS als de EU kondigde sancties tegen een kleine groep kolonistenleiders op de Westelijke Jordaanoever af. "En Nederland levert sinds kort geen F-35-onderdelen meer aan Israël. Maar dat besluit werd opgelegd door de rechter en wordt nu aangevochten door de regering."
Source: Nu.nl algemeen