Binnen het uur was ik om: ik had zin gekregen in een baan bij defensie. Dat ik daar nooit eerder aan heb gedacht, is niet zo gek. Want de beeldvorming, zo vertelde luitenant-generaal Elanor Boekholt-O’Sullivan tijdens een bijeenkomst over vrouwelijk leiderschap aan de Erasmus Universiteit van Rotterdam ter gelegenheid van Internationale Vrouwendag, is masculien: ‘ready to kill’, rouwdouwen en vol krachttaal. „Je moet bijna zín in oorlog hebben.” Zo ontstaat het misverstand dat ‘werken bij defensie’ synoniem is met ‘vechten’.
Ik dacht aan Kamp van Koningsbrugge, de televisieserie waarbij Nederlanders een programma doorlopen dat losjes is gebaseerd op de opleiding van het Corps Kommandotroepen. Nu is op televisie sowieso alles een afvalrace, van dirigeren tot dansen, van het maken van een grap tot het bakken van een taart. Maar hoe ergerniswekkend ik het ook vind dat álles in de neoliberale afvalrace-kijkcijferformule wordt geperst, van bak- en zingprogramma’s krijg ik zin het zelf te proberen, uit de harde fysiek-mentale veldslag van Kamp van Koningsbrugge trek ik de conclusie dat defensie niks voor mij is. Het streven bij Defensie is om in 2030 een derde vrouwen aan te trekken. Op dit moment is slechts 18 procent van de werknemers bij defensie vrouw, en slechts 12 procent van de militairen is vrouw. Militair ethicus Jolande Bosch wijst in haar promotieonderzoek op de oorzaken, zoals de masculiene cultuur, (on)veiligheid, seksisme en ja, ook het eenzijdige ‘warrior-beeld’.
Boekholt-O’Sullivan, de eerste vrouwelijke luitenant-generaal in Nederland, pleegde een kleine emancipatoire revolte van groot belang. Ze deed haar das af om aandacht te vragen voor een inclusief kleding- en uitrustingspakket. Met succes, want sinds 12 december 2023 is de das geen verplichting meer. Ook wees ze op de problemen van het scherfvest voor vrouwelijke militairen. Als je een grotere boezem hebt, doet het pijn. Enigszins hilarisch (als het niet zo treurig was) is dat een scherfvest toegesneden op het vrouwenlichaam, met cupmaten dus, niet door de schietproef heen komt. De kogelbaan ketst af op de boezem (laat dat tot u doordringen). Als aan Boekholt-O’ Sullivan gevraagd wordt: ‘Ben je generaal geworden om je druk te maken over kleding?’ zegt ze volmondig ‘ja’, want: „Spullen die je aanhebt moeten niet zeer doen”; „Ik pas in alle kleding maar dat wil niet zeggen dat het passend is” en: „In het design of ontwerp wordt op allerlei manieren duidelijk gemaakt dat je de eerste vrouw bent op een plek.”
Met haar kledingeisen stuit ze op weerstand bij mannen. Dat vind ik nogal kinderachtig van ze. Sla Oorlogscultuur (2009) van militair historicus Martin van Creveld erop na, en zie hoeveel pagina’s gaan over de verlokkingen van het militaire uniform voor mánnen. Ook hij stelt trouwens vast dat vrouwen essentieel zijn voor defensie en oorlogsvoering in brede zin, en wijst ook naar eenzijdige beeldvorming: vrouwen treden op als surrogaatmannen, behalve in films en strips, daar zijn vrouwelijke strijders hypervrouwelijk (denk aan Lara Croft) – erotisering van oorlog. Hoog tijd voor meer realiteitszin.
Naast Boekholt-O'Sullivan, zaten ook voetbalcoach Sarina Wiegman, Corinne Vigreux (mede-oprichter TomTom) en Annelien Bredenoord (rector magnificus) op het podium om over vrouwelijk leiderschap te praten. Wat me trof: niemand ving elkaar vliegen af, anders dan geestig en hoffelijk, men liet elkaar uitspreken. De parallellen tussen defensie en voetbal leiden waren verbluffend. Wiegman toonde een foto van zichzelf van vroeger, in een groot mannentenue, want vrouwenkleding was er niet. En dat in mijn meest afgetrainde jaren, grapte ze. Vrouwen trainen te vanzelfsprekend als mannen, met veel ‘squads, lunges of planking’, met als gevolg kruisbandblessures bij vrouwenvoetbal. In voetbal overheerst het masculiene idee dat voetbal ‘oorlog’ zou zijn.
Boekholt-O’Sullivan liet ons achter met de instant iconische vraag: „wat is de stropdas in jouw leven?” Ik dacht daarover na – over filosofen die juist géén lichaam hebben in de beeldvorming, wat ook raar is. Een andere klassieke vraag schoot me te binnen: welk beroep wil je dat je dochter niet kiest? Sekswerker? Soldaat! Thuis aan tafel, vertelde ik het aan mijn dochter: ik zag een luitenant-generaal, ze was een vrouw, zoiets heb ik nog nooit gezien, ze was geweldig, zeg maar gerust een girlcrush, hoera, want zonder rolmodellen gaat het niet, en ja, defensie is een vrouwenzaak, want ook als je niet zelf wil vechten moeten wij vrouwen ons gaan verdiepen in oorlog en veiligheid, en is het zaak mee te doen op álle niveaus, en ja, dat is een optie – ook voor jou.
Stine Jensen is filosoof en schrijver. Ze schrijft om de week een column op deze plek.
Source: NRC