Publicatieverbod Waarop baseerde de Amsterdamse rechtbank het verbod voor het AD om te publiceren over gelekte opnames die Peter R. de Vries maakte? Onder meer op de analyse van een privé-detective.
Vanwege „een ernstig risico” op nieuwe „aanslagen” door de criminele organisatie van Ridouan Taghi heeft de Amsterdamse rechtbank in januari besloten het Algemeen Dagblad een volledig verbod op te leggen om te publiceren over gelekte vertrouwelijke opnames die Peter R. de Vries maakte.
Dit staat in het tot nu toe geheime vonnis dat de Amsterdamse voorzieningenrechter op 26 januari heeft uitgesproken in het kort geding dat advocaat Royce de Vries en de Amsterdamse Orde van Advocaten begin dit jaar aanspanden tegen het AD om een publicatieverbod af te dwingen. Om „verspreiding van vertrouwelijke mededelingen te voorkomen” heeft de rechtbank in eerste aanleg alleen „een zeer beperkt uittreksel” van de beslissing openbaar gemaakt. NRC heeft kennisgenomen van de inhoud van het geheime vonnis. De rechtbank legde een verbod op publicatie op voor DPG Media, het moederbedrijf van het AD en een aantal andere media. Het gerechtshof verwierp een maand later in hoger beroep dit oordeel, omdat „een zwaarwegend maatschappelijk belang” is gemoeid met publicatie. Alleen één naam mocht niet worden genoemd door het AD, omdat dat een veiligheidsrisico zou opleveren.
Het vonnis maakt duidelijk hoe de Amsterdamse rechtbank kon besluiten tot een zeer uitzonderlijke maatregel van censuur. De rechter kwalificeert het artikel dat het AD voornemens was te publiceren als een „op zichzelf deugdelijke en van algemeen belang zijnde perspublicatie”. Maar de angst voor de bende van Ridouan Taghi blijkt vrijwel allesbepalend. De voorzieningenrechter schrijft zich in zijn oordeel te hebben gebaseerd op het „rationeel moeilijk te verklaren” risico dat iemand Royce de Vries „of (oud)-collega’s” iets zou aandoen. Na het horen van alle betrokkenen besloot de rechter dat „voldoende aannemelijk” is dat het artikel dat het AD wilde publiceren over de contacten van voormalig advocaat en televisiepresentator Khalid Kasem met de organisatie van Ridouan Taghi „tot een grotere dreiging” voor Royce de Vries „en zijn familie kan leiden. Alleen al omdat in het concept-artikel veelvuldig de naam van de hoofdverdachte in het Marengo-proces [Ridouan Taghi] wordt genoemd”. Taghi werd afgelopen maand tot levenslang veroordeeld omdat hij de „onbetwiste leider” is van een criminele organisatie die tegenstanders liet liquideren.
De rechter oordeelt dat er „een kans” is dat criminelen Royce de Vries „ervoor verantwoordelijk zullen houden dat de opnamen met informatie over diverse verdachten nu op straat liggen”. Dat kan volgens de magistraat tot nietsontziende represailles leiden uit de onderwereld. Hij verwijst naar de moordaanslagen op advocaat Derk Wiersum, Peter R. de Vries en de broer van kroongetuige Nabil B.
De voorzieningenrechter schrijft in het vonnis zijn oordeel mede te baseren op „een deskundigenrapport”, dat Royce de Vries inbracht en dat „het gevaar” volgens de rechter bevestigt. Dit rapport is een „verkorte veiligheidsrisico-analyse” die een privédetective op 17 januari 2024 op verzoek van De Vries heeft opgesteld. De detective, die op de eigen website het advocatenkantoor van De Vries als samenwerkende partner sterk aanbeveelt, concludeert dat een artikel van het AD „directe dreiging” voor Royce de Vries zou opleveren. „De publicatie van een nieuw artikel kan leiden tot een uitermate verhoogd risico op een aanslag op zijn leven, aangezien criminelen ten onrechte kunnen denken dat hij betrokken bij en/of de veroorzaker is van de lek”.
Het Hof oordeelde in het hoger beroep dat De Vries zijn pleidooi over veiligheid „met algemene stellingen” onderbouwt. Het Hof blijkt meer gewicht te hangen aan informatie van bronnen van het AD bij het Stelsel Bewaken & Beveiligen, die geen risico-verhoging zouden zien bij publicatie.
Uit het eerste vonnis blijkt ook dat de rechtbank grote moeite heeft met het door journalisten openbaren van informatie die van geheimhouders/ verschoningsgerechtigden, zoals advocaten, afkomstig is. „Aan het voorkomen van de verspreiding van mededelingen waarvan de wet in vertrouwelijkheid voorziet en welke vertrouwelijkheid voor het functioneren van de rechtsbedeling van essentieel belang is, komt groot gewicht toe”, aldus de rechtbank.
De voorzieningenrechter overweegt bovendien „dat de opnamen vrijwel zeker onrechtmatig zijn verkregen”. Het gerechtshof oordeelde later anders. „Het door de geheimhoudingsplicht gediende belang van vertrouwelijkheid van de daaronder vallende informatie legt onvoldoende gewicht in de schaal tegenover het met de voorgenomen publicatie gediende (maatschappelijk, red.) belang.”
Om te illustreren dat het niet per se verboden is om onrechtmatig verkregen opnames te publiceren, haalt de rechter een arrest uit 2012 aan. In die zaak werd het misdaadverslaggever Peter R. De Vries toegestaan om „op slinkse wijze verkregen” opnamen uit te zenden. Twee mannen wilden tegen betaling een geheim opgenomen gesprek met een opdrachtgever van een huurmoord slijten aan De Vries. Die betaalde niet, maar maakte wel kopieën van de opnamen toen de mannen gearresteerd werden terwijl ze hun USB-stick bij De Vries hadden laten liggen. In hoger beroep won De Vries: hij mocht de beelden uitzenden.
In het kort geding van Royce de Vries en de Orde tegen AD oordeelde de rechter, zoals bekend, dat het dagblad zelfs niet (meer) over het bestaan van de opnamen mag publiceren of mededelingen mag doen. Hij motiveerde dat door te stellen dat omdat er geen publicatie mag komen, het noemen van de tapes „geen nuttig doel” dient terwijl het noemen ervan „wel risico kan scheppen.” Dit was een opvallend onderdeel van de uitspraak, omdat reeds uit een eerdere publicatie volgde dat AD beschikking had over geheime opnamen.
Het AD heeft eerder laten weten de opnames die Peter R. de Vries maakte te hebben gekregen van een bron die zich ‘De Drie Musketiers’ noemt. Het is niet duidelijk wie achter deze naam schuilgaat. Het gerechtshof oordeelde op 29 februari dat „voorshands onvoldoende steun is voor concrete vrees” dat betrokkenen door de publicatie „extra risico’s zullen lopen” bovenop de nu reeds bestaande risico’s.
Afgelopen vrijdag publiceerde het AD een derde artikel dat gebaseerd is op de gelekte opnames van Peter R. de Vries. In deze laatste publicatie komen opnieuw aanwijzingen naar voren dat in 2019 advocaat Kasem aan een gedetineerde cliënt geld (12.000 euro in een gesloten envelop) vroeg om een ambtenaar te kunnen omkopen die vervroegde vrijlating zou kunnen regelen. Aantijgingen die Kasem weerspreekt. Deze maand wordt het onderzoek openbaar dat de orde van advocaten heeft ingesteld naar het handelen van Kasem in deze.
„Voor mij waren er meerdere redenen om een kort geding te starten tegen het AD”, stelt Royce de Vries in een reactie aan NRC. „De veiligheid van mij en andere betrokkenen was één van deze redenen. Op dit onderdeel - en de stukken daarover - rust een mededelingenverbod, dat ook nog door het gerechtshof in stand is gelaten. Dat is uiteraard niet zonder reden. Helaas is het mededelingenverbod toch door een partij geschonden en is het voor mij onmogelijk om daar inhoudelijk op te reageren. Met betrekking tot de veiligheidsrisico's heb ik in sommige media en sociale media gelezen dat een aantal personen deze lijken te bagatelliseren. Ik kan daarop alleen maar zeggen dat ik hoop dat deze personen gelijk hebben.”
NRC heeft besloten details uit het geheime vonnis van de rechter in de zaak tegen het AD te openbaren, omdat het publicatieverbod dat de rechtbank Amsterdam eind januari oplegde een verstrekkende ingreep betekende in de persvrijheid. Dit artikel toont hoe de rechtbank in Amsterdam de vrees voor een reactie uit de onderwereld heeft onderbouwd en hoe de rechter de vertrouwelijkheid interpreteert van gesprekken van zogenoemde ‘geheimhouders’ (advocaten die in vertrouwen met hun cliënt moeten kunnen spreken). Het hof oordeelde in het spoedappèl anders.
In het arrest staat dat het hof het mededelingenverbod van de lagere rechter niet kan opheffen. Voor de betrokken partijen geldt ook na de uitspraak van het hof nog steeds het verbod om te publiceren of praten over de wijze waarop de veiligheidsrisico’s in alle besloten procedures zijn onderbouwd en betwist. Over publicatie door andere media wordt in het arrest niets gemeld. Dit artikel is daags voor publicatie voorgelegd aan Royce de Vries. Hij raadt publicatie af.
NRC vindt het maatschappelijk belang in deze zaak groot genoeg om over te gaan tot publicatie over de inhoud van de eerste uitspraak. Dit artikel is ook voorgelegd aan bronnen binnen politie en justitie. Dat leidde niet tot een andere belangenafweging.
Source: NRC