Home

Kamer debatteert over 'programkabinet' voor volgende formatiefase

Putters heeft langzaam maar zeker alle mogelijke varianten zorgvuldig afgekruist. Formeren is immers elimineren, schreef hij in zijn donderdag gepubliceerde eindverslag.

Zodoende kwam Putters met zijn advies: onderzoek de mogelijkheid van een programkabinet op basis van een akkoord op hoofdlijnen tussen PVV, VVD, NSC en BBB.

Met een programkabinet, dat tot voor kort het etiket extraparlementair kabinet had, moet vooral de band tussen de Kamer en het kabinet losser worden. Dat betekent dus ook dat de ministers en staatssecretarissen niet allemaal uit de formerende partijen komen. Putters adviseert dat de helft politieke binding heeft - dat kan ook met partijen die nu niet formeren zijn - en de andere helft niet.

Het idee van een hoofdlijnenakkoord moet ook bijdragen aan meer afstand tussen de Kamer en het kabinet. Want de hoofdlijnen die door de formerende partijen worden geformuleerd, moeten vervolgens door een kabinet worden uitgewerkt in een regeerprogramma met concrete maatregelen.

De bewindspersonen moeten met hun plannen weer terug naar de Kamer, op zoek naar voldoende steun. Het kan in theorie dan best zo zijn dat een programkabinet op zoek moet naar wisselende meerderheden in het parlement. In ieder geval staan de coalitiepartijen niet meer aan de basis van een 'dichtgetimmerd' coalitieakkoord.

Vertrouwen is de basis voor ieder kabinet, zei Putters vorige week bij de presentatie van zijn eindverslag. Dat is nu natuurlijk niet anders. Dat is juist de zwakke plek van PVV, VVD, NSC en BBB, want er is al sinds het begin van de formatie sprake van onderling wantrouwen. Dat is nooit helemaal verdwenen.

Dat wantrouwen uitte zich in allerlei blokkades. Zo was een gewoon meerderheidskabinet met de vier partijen nooit een optie. Ook een premierschap van PVV-leider Geert Wilders is nooit echt in beeld geweest. Gedogen was ook geen oplossing, omdat zowel de VVD als NSC aasde op die positie. Een minderheidskabinet zonder de PVV accepteerde Wilders weer niet.

NSC-leider Pieter Omtzigt vindt de betrokkenheid van andere partijen erg belangrijk. Niet voor niets wordt er in Putters' verslag gesproken over "zo breed mogelijke steun" in beide Kamers.

Maar die "andere partijen" hebben al bijna allemaal laten weten dat ze op zijn minst terughoudend zijn met hun steun voor een toekomstig kabinet van de formerende vier. CDA, D66, SP, FVD, SGP, ChristenUnie, Volt en JA21 zullen een gewone oppositierol innemen. Dat betekent dat ze goede voorstellen steunen en andere niet.

Voor GL-PvdA ligt de lat nog iets hoger. De linkse fusiefractie "werkt niet mee aan voorstellen waarbij de PVV betrokken is", staat in het verslag. Of de partij alles pertinent afwijst waaraan de PVV heeft meegewerkt, dus ook voorstellen die GL-PvdA wel steunt, is vooralsnog onduidelijk.

Sommige partijleiders vinden de discussie over een programkabinet overigens onzin. Dit wordt een doodnormaal meerderheidskabinet met een ander etiket, vinden bijvoorbeeld Frans Timmermans (GL-PvdA) en Laurens Dassen (Volt).

De formatiegesprekken tussen PVV, VVD, NSC en BBB verliepen tot nu toe moeizaam en werden begin februari zelfs vroegtijdig afgekapt. Nu Putters de vier partijen toch weer om tafel heeft gekregen en een kabinetsvorm heeft bedacht waar niemand echt tegen is, kunnen de echte inhoudelijke onderhandelingen 120 dagen na de verkiezingen dan eindelijk beginnen.

Source: Nu.nl algemeen

Previous

Next