Ruim een op de drie mensen in Nederland van Oost-Aziatische of Zuidoost-Aziatische herkomst heeft het afgelopen jaar discriminatie ervaren. Onder hen maken mensen met een Chinese achtergrond het vaakst discriminatie mee: daar gaat het om 52 procent van de respondenten. Dat blijkt maandag uit een onderzoek van de Universiteit van Amsterdam en de Fontys Hogeschool in Tilburg in opdracht van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
‘Loempia’, ‘Sambal bij’ of ‘Ching Chang Chong’: ruim 40 procent van de respondenten geeft aan het afgelopen jaar te zijn nageroepen of uitgescholden op straat. Het is voor het eerst dat er op zo’n schaal onderzoek is gedaan naar racisme onder deze groep mensen in Nederland. De onderzoekers deden een streekproef onder ruim 2.500 mensen. De afgelopen jaren werd er meermaals onderzoek gedaan naar discriminatie en racisme onder Nederlanders met een Marokkaanse, Turkse of bijvoorbeeld Antilliaanse achtergrond.
Met name in openbare ruimten als het verkeer, in het onderwijs of op straat ervaren de respondenten discriminatie. In Nederland zijn er zo’n 352.000 mensen van Indonesische afkomst en ruim 81.000 mensen met wortels in China, blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Meerdere ondervraagden geven aan dat discriminatie is toegenomen sinds de uitbraak van de coronapandemie in 2020, al schrijven de onderzoekers dat het niet duidelijk is of deze toename het gevolg is van „feitelijke discriminatie, van een toenemend bewustzijn van discriminatie of de toenemende bereidheid dit te benoemen en te melden”.
Source: NRC