Op de eerste dag van de Boekenweek denk ik terug aan mijn stage bij de organisatie achter die week, de Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek (CPNB), opdat ik niet vergeet. Destijds, en dan bedoel ik zeven jaar geleden, zwaaide jonkheer Eppo van Nispen tot Sevenaer daar de scepter. Elke dag liet hij bij binnenkomst een oerkreet los, zodat de mensen wisten dat hij er was. Hij had een Trump-rode pet met daarop de tekst ‘OMNIA LIBRO’ (alles voor het boek) en een grote snoeppot op zijn bureau, waar iedereen altijd een salmiakknots of dropsleutel uit mocht komen pakken. Noblesse oblige.
Op een dag, we hadden de oerkreet net gehad, trof ik hem bij de receptie.
„Alles goed?” zei ik.
Hij nam zijn pet af. „Tessa”, zei hij, „nooit gaat álles goed, dat kan gewoon niet. Maar er gaat wel heel erg veel goed! En van wat niet goed gaat, moet je niet te lang wakker liggen.”
Daarna liep hij door.
Veel mensen in de boekensector vonden Eppo een clown, niet serieus genoeg voor de functie. De CPNB was het circus en wij waren de apen. Zat wat in, al kan ik weleens terugverlangen naar die allesverzengende vrolijkheid van Van Nispen, vooral omdat er rond boeken en lezen altijd zo’n grafstemming hangt. Jongeren lezen niet meer, ouderen trouwens ook niet, terwijl je van lezen zo ontzettend empathisch wordt, hoe moet dat nou toch allemaal, niemand die het weet.
Bij Eus’ Boekenclub, deze week uitgezonden in het kader van de Boekenweek, nodigen ze elke dag een ‘leesambassadeur’ uit om over deze problematiek te komen praten. (In het vorige seizoen van dit programma zag ik een ‘aspirant-schrijfster’ – ja, schrijven doen de mensen nog wel massaal – die een stukje van haar vooralsnog ongepubliceerde manuscript mocht voorlezen. Ik herkende de tekst, ik had die ooit, lang na de CPNB, mogen beoordelen bij de schrijfcursus die ze had gevolgd. Nu wist ik dat ze al mijn tips naast zich had neergelegd.)
„Hoe is het gesteld met de leesmotivatie op de basisschool?” vraagt Akyol aan de eerste leesambassadrice.
Kut! Zo zegt ze het niet, de ambassadrice, een juf uit Helmond en lid van een werkgroep met de naam Van Leraar Tot Leesbevorderaar, maar daar komt het wel op neer.
En de leesmotivatie bij onderwijzers?
Ook kut!
Dus zij heeft collega’s die niet van lezen houden?
Ja!
En is iedereen te porren voor haar leesbevorderingsactiviteiten?
Nee!
Treurige toestanden. De Helmondse probeert er nog wat van te maken: „Sowieso neem ik op studiedagen boeken mee die ik heb gelezen. Die laat ik dan aan collega’s zien.”
Ja Anne-Riet, hartstikke leuk Madame Bovary, maar kunnen we nu door met de persoonlijkheidskleurentest?
Als ik de zelf- of door een ander benoemde leesbevorderaars deze Boekenweek iets gun, dan is het ontspanning. Serieus, laat het los. De leesliefde (ook een term van Akyol) is verstikkend.
Herman Koch, iemand naar wie aspirant-schrijvers en anderen luisteren, schreef het goed op in zijn boek Ga je erover schrijven? (boekentip! leesbevordering!). Op de Dag van de Literatuur in de Rotterdamse Doelen kreeg hij van een docent Nederlands de vraag wat leraren volgens hem moesten doen om leerlingen aan het lezen te krijgen.
„Helemaal niets. [...] Je moet jongeren niet aan het lezen willen krijgen. Jullie moeten je met dat lezen niet willen bemoeien. Jullie moedigen die leerlingen toch ook niet aan om naar de bioscoop te gaan of om aandachtig naar de teksten van hiphoppers te luisteren? Literatuur hoort op een middelbare school niet thuis. Het hoort bij de dingen die we leuk vinden om te doen: alcohol drinken, seks, drugs gebruiken, series kijken, lekker eten. Literatuurónderwijs, het woord alleen al.”
De woorden literatuuronderwijs, leesambassadeur, leesbevordering en leesmotivatie: allemaal de deur uit. Zul je zien hoe snel het imago van het boek opknapt. En voor de rest niet te veel wakker liggen – slaap is ook belangrijk voor het empathisch vermogen.
Tessa Sparreboom is neerlandicus en oud-redacteur van Propria Cures.
Source: NRC