Home

Veel vertrekdreigingen zijn hol, maar neem ASML serieus

Ondernemingsklimaat

Dit is het dagelijkse commentaar van NRC. Het bevatmeningen, interpretaties en keuzes. Ze worden geschreven door een groepredacteuren, geselecteerd door de hoofdredacteur. In de commentaren laat NRC zien waar het voor staat. Commentaren bieden de lezer eenhandvat, een invalshoek, het is ‘eerste hulp’ bij het nieuws van de dag.

Beethoven, zo heet de werkgroep die, zo bleek vorige week, in allerijl door het demissionaire kabinet is opgezet om chipmachinefabrikant ASML zoveel mogelijk in Nederland te houden. Aanleiding is de herhaalde klacht van ASML-topman Wennink dat uitbreiding in Nederland steeds lastiger wordt en er wellicht over de grens moet worden gekeken. De baaierd aan voorstellen die de Tweede Kamer er op 26 oktober vorig jaar doorheen joeg – met de afbouw van het lage belastingtarief voor expats als meest in het oog springende – doet het grote bedrijfsleven pijn. Dat geldt ook voor het voornemen het Engels als voertaal terug te dringen aan de universiteiten.

ASML’s voornemen raakt een open zenuw. Wat als het bedrijf helemaal vertrekt? Na Brexit besloot zowel Shell als Unilever zijn duale Nederlands-Britse structuur aan de kant te zetten en te kiezen voor het Verenigd Koninkrijk. Tel daarbij op dat de fijnchemiereus DSM inmiddels, via een fusie met het Zwitserse Firmenich, zijn zetel naar Zwitserland heeft verplaatst. En dat baggeraar Boskalis al een jaartje openlijk zinspeelt op een verhuizing naar Abu Dhabi.

Veel samenhang lijkt er niet te zitten in de bedrijfsverhuizingen of dreigingen daarmee. Unilever en Shell lijken achteraf bezien hun plan eigenlijk al gereed te hebben gehad. De gewenste afschaffing van de dividendbelasting, waarvoor premier Rutte in 2018 zijn politieke reputatie op het spel zette, speelde niet zo’n grote rol als gedacht. Juist toen hij dat bijna voor elkaar had, kreeg hij van Unilever te horen dat het vertrek naar het VK sowieso doorging.

Bij Boskalis lijkt het de strikte Nederlandse wetgeving te zijn die het bedrijf liever inruilt voor een soepeler regime in het Midden-Oosten – waarbij het concern overigens dan veel succes mag worden gewenst bij de rechtszekerheid aldaar.

ASML lijkt een ander verhaal. Dat geldt voor een dreigend vertrek, dat gezien de inbedding in de regionale economie door een fijn vertakt raderwerk van toeleveranciers bijna ondoenlijk is en vooral zal neerkomen op uitbreiding elders. Het geldt ook voor de klachten, die grotendeels wezenlijk zijn: infrastructuur, een gebrek aan woningen en andere faciliteiten die het lastig maken om het groeiend aantal werknemers naar tevredenheid onder te brengen, bijvoorbeeld. Wat ook, ongezegd, kan meespelen, is dat het in het geopolitieke krachtenveld waarin het bedrijf ongewild meespeelt, handiger zou zijn een thuisland te hebben met een groter internationaal gewicht.

Alleen de klacht over het verhogen van de lage expatbelasting oogt minder legitiem. Een bedrijf van deze statuur moet zelf die arbeidsvoorwaarden kunnen bieden, zij het dat de plotselinge verlaging wél in tegenspraak is met de zekerheid van beleid waar grote ondernemingen terecht aan hechten.

Aan zijn eigen internationale statuur kan Nederland weinig veranderen. Het voeren van een actieve industriepolitiek is nooit echt succesvol gebleken. De herhaalde conclusie destijds: industriebeleid is generiek beleid. Een goed opgeleide bevolking die haar talen spreekt, een goede infrastructuur en betrouwbare energievoorziening. Genoeg woningen en huisvesting. Open grenzen. En een betrouwbaar fiscaal en juridisch klimaat. Dat geldt allemaal nog steeds.

Heel sexy is dat niet misschien. Maar ondernemers zijn eigenzinnige mensen, die zich niet laten vertellen hoe ze hun werk moeten doen. Hun moeten simpelweg de beste en meest betrouwbare voorwaarden worden geboden om te floreren. De rest is ruis.

Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen

Source: NRC

Previous

Next