Zijn jarenlange klachten werden weggestopt onder de noemer 'burn-out'. Niet alleen door Gijs* zelf, maar ook door zijn huisarts "en iedereen eigenlijk". Tot een oplettende cardioloog op het idee kwam om Gijs te laten prikken op Q-koorts.
"Dan laat je je prikken en schrik je niet meteen als je hoort dat je Q-koorts in je bloed hebt. Dan denk je eerst: het zal wel. En dat is wat er heel veel gebeurt. Mensen weten niet wat het is."
Na zijn bezoek aan de cardioloog ging Gijs naar een van de hoofdonderzoekers naar Q-koorts, die hem de officiële diagnose gaf. Toen kwam er een soort rust over hem heen, vertelt hij. Zijn klachten hadden nu een naam.
Maar toen Gijs zich meer verdiepte in Q-koorts kwam er ook pijn: hoe kwam het dat de overheid niet schakelde, niks deed? "Ik merk het ook bij enkele andere Q-koortspatiënten die ik ken. Die frustratie, intense teleurstelling. Ik weet er niet goed de woorden voor te vinden."
Q-koorts verspreidt zich van dieren op mensen. De epidemie tussen 2006 en 2009 ontstond op (zeer waarschijnlijk) een geitenboerderij in Noord-Brabant en verspreidde zich daarna vooral in het zuiden van het land. Tienduizenden mensen werden ziek en meer dan honderd mensen overleden aan de gevolgen van Q-koorts.
Niet iedereen wordt ziek van Q-koorts. Ongeveer de helft van de besmette mensen ontwikkelt klachten die lijken op griep. In sommige gevallen krijgen mensen ook een longontsteking of leverontsteking.
Een deel van de zieke mensen houdt lange tijd klachten, het zogenoemde q-koortsvermoeidheidsyndroom (QVS). De klachten die deze mensen hebben lijken op de klachten die mensen met langdurige covid hebben: vermoeidheid, hoofdpijn en bijvoorbeeld concentratieproblemen.
Gijs is een van de tussen de achthonderd en duizend mensen die aan het Q-koortsvermoeidheidssyndroom lijden. Zijn en andere verhalen werden opgetekend in het vrijdag gepubliceerde rapport Leven met Q-koorts van de Nationale ombudsman. Het is het derde onderzoek naar de gevolgen van de epidemie die tussen 2006 en 2009 in het land woedde.
Eigenlijk herhaalt de geschiedenis zich, zei Reinier van Zutphen toen hij het rapport vrijdag in het provinciehuis van Den Bosch overhandigde aan de commissaris van de Koning van Brabant. "We schreven dit rapport omdat met het eerste en het tweede rapport onvoldoende is gedaan."
En daarom was het opnieuw nodig om op te schrijven wat de gevolgen van Q-koorts zijn en hoe de patiënten daar nog elke dag last van hebben. De overheid greep te laat in toen Q-koorts zich verspreidde, waardoor veel mensen het virus opliepen. Vervolgens werd er weinig gedaan voor de mensen die langdurige klachten overhielden. Met alle gevolgen van dien: er zijn verhalen opgetekend van mensen die door hun ziekte hun baan zijn verloren, geldzorgen kregen en hun sociale netwerk zagen afbrokkelen.
En dus hebben deze mensen naast hulp, ook behoefte aan excuses van de overheid. "Mensen voelen zich niet gesteund door de overheid die er voor hen hoort te zijn", zei Van Zutphen voor een zaal Statenleden en een publiekstribune vol Q-koortspatiënten en betrokkenen. "De overheid zal zich onze drie rapporten en al die andere onderzoeken naar Q-koorts moeten aantrekken. Doe nou eens wat je wordt aanbevolen."
Na afloop van de overhandiging sprak Van Zutphen nog met de tientallen Q-koortspatiënten die naar het provinciehuis waren gekomen. "Hun eerste reactie was: wat fijn dat er opnieuw grote aandacht is", zegt hij tegen NU.nl. "Maar de vraag was ook: hoe kan het dat we iets al heel lang weten, maar dat er zo weinig is gebeurd?"
De overheid moet nu proactief gaan handelen, zegt Gijs. "Dat ze bijvoorbeeld zeggen: u bent geregistreerd als Q-koortspatiënt. Vindt u het fijn als er iemand bij u langskomt om te kijken waar behoefte aan is? Dat is een goed verlengstuk van een excuus vanuit de politiek."
Demissionair zorgminister Pia Dijkstra zei vrijdag te erkennen dat Q-koortspatiënten jarenlang ernstig zijn getroffen. Ze wil zich nog niet aan excuses wagen, maar geeft aan "te herkennen wat ze vragen". Het ministerie komt later met een officiële reactie op het rapport.
Volgens Van Zutphen is alleen die herkenning en erkenning niet zo belangrijk, maar moet er meer gebeuren. "De herkenning zou moeten zijn dat we nog te weinig gedaan hebben, en de erkenning zou zijn dat we meer moeten doen."
* De echte naam van Gijs is bekend bij de redactie. Gijs is ook de naam waaronder hij wordt opgevoerd in het rapport.
Source: Nu.nl algemeen