De Body Mass Index (BMI) laat zien of je een gezond gewicht hebt in verhouding tot je lengte. Maar het is geen maatwerk, want de methode maakt houdt geen rekening met bijvoorbeeld geslacht en leeftijd.
"Het is een goede indicatie voor een gemiddelde persoon, maar geeft vaak ook een vertekend beeld", vertelt Evelyne Mertens, diëtist en wetenschappelijk onderzoeker van de faculteit Geneeskunde aan de KU Leuven. "BMI houdt namelijk geen rekening met de vet-, spier- en vochtmassa."
Zo gaat de BMI voor ouderen vaak niet op. "Zij hebben meestal een lagere spiermassa en een hogere vochtmassa." Ook voor sporters is de BMI niet altijd een goede graadmeter. Zij hebben over het algemeen veel spieren en dus automatisch een hogere BMI. Maar dat hoeft niet meteen ongezond te zijn.
Zwangere vrouwen en vrouwen die borstvoeding geven hebben ook weinig aan de meetmethode. Dat komt doordat zowel het lichaamsgewicht als de lichaamssamenstelling van vrouwen in die periode verandert. Ook mensen met een Aziatische achtergrond kunnen niet volledig afgaan op de BMI. Zij hebben over het algemeen een hogere vetmassa dan mensen met een westerse achtergrond, schrijft het Voedingscentrum. Daardoor lopen zij een groter risico op onder meer hart- en vaatziekten, terwijl ze een vergelijkbare BMI hebben.
Je kunt je BMI zelf berekenen door je gewicht (in kilo's) te delen door het kwadraat van je lichaamslengte (in meters). Voor iemand die 65 kilo weegt en 1,70 meter lang is, is dit dan de rekensom: 65/(1,70x1,70)=22,5.
Bron: Voedingscentrum
"BMI in combinatie met de buikomvang is eigenlijk de beste graadmeter", vertelt huisarts Stefan van Rooijen. "We weten door de nieuwste wetenschap dat vet rond de buik schadelijker is dan op andere plekken in je lichaam. Dat komt doordat daar de vitale organen zitten. En je wil bijvoorbeeld geen leververvetting, want dan werken je lever en glucosehuishouding minder goed."
Mertens let bij haar cliënten niet alleen op gewicht en lengte, maar ook op iemands leefstijl. "In welke mate sport iemand en eet diegene gezond?" Alleen afgaan op BMI doet ze niet. Ook huisarts Van Rooijen benadrukt het belang van een gezonde leefstijl. Er is volgens hem niets mis mee om daar eerst zelf aan te werken. Lukt het niet om zelfstandig tot een gezond gewicht te komen? Dan is het verstandig om aan de bel te trekken bij de huisarts of een diëtist.
"Vooral met een BMI boven de 30 moet je langs een professional, omdat je direct gezondheidsschade kunt verwachten, zoals hart- en vaatziekten. Dat geldt ook bij overgewicht op de lange termijn. Dan kunnen mensen last krijgen van een hoge bloeddruk of van suikerziekte. De buikomvang is daarbij dus ook belangrijk, omdat je vooral daar niet te veel vet wil hebben."
Mannen:
Vrouwen:
Bron: Voedingscentrum
Op onder meer de website van het Voedingscentum kun je zelf je BMI vaststellen. Voor de meeste mensen biedt dat een goede indicatie. Bovendien kun je vrij eenvoudig zelf je buikomvang meten, legt Van Rooijen uit. Dat kan gewoon met een huis-tuin-en-keukenmeetlint. "Je brengt het meetlint aan rond de middel, tussen de onderste rib en je heupbeenderen. Dat is ongeveer ter hoogte van je navel. Adem uit, zodat je je buik ontspant. En zorg ervoor dat je het meetlint niet te strak aanspant."
Mertens raadt aan om ook eens je vet-, spier- en vochtmassa te laten meten. Er zijn speciale weegschalen die dat effectief meten, legt ze uit. Vaak vind je die weegschalen in de sportschool, bij de fysiotherapeut en bij de diëtist. Wat een gezond vetpercentage is, is afhankelijk van je leeftijd en je geslacht. Voor mannen ligt dat percentage tussen de 7 en 25 procent, voor vrouwen tussen de 21 en 36 procent.
"Maar het is ook een beetje gezond verstand", zegt Mertens. "Als je veel sport en ziet dat je spiermassa groot is voor jouw leeftijd, dan is het logisch dat je BMI hoger uitvalt dan gemiddeld."
Source: Nu.nl algemeen