Home

De lange ontsnapping van Tadej Pogacar: Zie mij, ik ben onverslaanbaar

Tadej Pogacar won zaterdag de wielerkoers Strade Bianche na een solo-ontsnapping van 81 kilometer. Dat was lang niet meer vertoond, iedereen vond het erg knap van Tadej. Dat zijn ontsnapping de wedstrijd om zeep had geholpen was eveneens een feit, maar ‘knap’ en ‘uitzonderlijk’ gaan in de topsport nu eenmaal hand in hand met ‘saai’ en ‘voorspelbaar’.

Soms hebben lange solo-ontsnappingen nog iets spannends, doordat het niet zeker is dat de ontsnapte renner het tot de finish zal volhouden. Zijn achtervolgers proberen de aanvaller terug te pakken en soms lukt dat ook, in het beste geval op 300 meter van de streep, nadat de ongelukkige 95 kilometer in zijn eentje tegen de wind in heeft geploeterd. Dat wordt dan weer ‘zielig’ gevonden.

Over de auteur
Bert Wagendorp is voormalig sportverslaggever van de Volkskrant, oprichter van wielertijdschrift De Muur en auteur van wielerroman Ventoux. Hij schrijft wekelijks een sportcolumn. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

.

De ontsnapping van Pogacar miste vanaf de allereerste meter elke spanning. Hij reed weg en het was meteen duidelijk dat de koers was beslist. Pogacar rijdt gewoon zoveel harder dan zijn tegenstanders, dat die zich na zijn demarrage geen illusies meer maakten en overschakelden op plan B: de tweede plaats. Pogacar had trouwens ’s ochtends al had gezegd wáár hij zou demarreren. Dat was erg transparant van de Sloveen, al heeft voorspellen waar je je tegenstanders zult gaan vernederen - en dat dan ook doen - iets arrogants.

Vriendelijk zwaaiend naar de camera reed Pogacar naar het pittoreske Siena. Op zulke momenten wordt altijd de term ‘Merckxiaans’ van stal gehaald, wat zoiets betekent als ‘het kan niet, maar hij doet het toch’. De Belgische wielrenner Eddy Merckx dankte zijn ontdekking als extreem goede coureur ook aan een lange ontsnapping, in de 17de etappe van de Tour van 1969. Merckx reed weg op de Col du Tourmalet, fietste de resterende 140 kilometer solo naar de finish en won zijn eerste Ronde. Iedereen vond Merckx trouwens een saaie renner met zijn eeuwige zeges na ontsnappingen, hoewel hij ook wordt gezien als de beste coureur ooit.

De succesvolle ontsnapping wekt bewondering en verveling, zo is het nu eenmaal. De Fransman Albert Boulon won op 11 juli 1947 de 14de etappe van de Tour van dat jaar, door de Pyreneeën van van Carcassonne naar Luchon, nadat hij nog in de straten van Carcassonne was ontsnapt en vervolgens 253 kilometer alleen op kop had gereden. Boulon is inmiddels vergeten, maar zijn prestatie niet: toen hij in 2013 op 96-jarige leeftijd overleed, werd in de regionale krant van zijn geboortestreek niet speciaal zijn ene ritzege in de Tour gememoreerd, maar de manier waarop die tot stand was gekomen.

De Engelsman Bradley Wiggins wordt gezien als een niet-saaie renner, hij kon ook goed verliezen. Wiggins heeft een van de langste niet-succesvolle solo-ontsnappingen op zijn naam: in de zesde etappe van de Tour van 2007 werd hij na een solo van 190,5 kilometer teruggepakt, hij was er bijna. Maar dat zien we dus liever dan dat hij had gewonnen – verliezers kunnen meer op onze sympathie rekenen dan winnaars.

Tadej Pogacar ligt daar niet van wakker. Hij wil zoveel mogelijk winnen, liefst alles, bij voorkeur na een lange ontsnapping, omdat niets de krachtsverhoudingen zo goed illustreert als de renner die alleen aankomt. Het is het meest vernederende en tevens mooiste verlies dat je je concurrenten kunt toedienen - Zie mij, ik ben onverslaanbaar.

Source: Volkskrant columns

Previous

Next