Inhammen die almaar verder reiken, een uitdunnende plek op het achterhoofd, een scheiding die steeds breder wordt: veel mannen en vrouwen lijden onder hun haarverlies. Bieden haargroeimiddelen een uitweg?
De meeste mensen krijgen op zekere dag te maken met haarverlies. Menig BN’er stapt dan in het vliegtuig naar Turkije voor een al dan niet gesponsorde haartransplantatie, maar niet iedereen wil onder het mes. Wat zegt de medische wetenschap over haargroeimedicijnen? En waar moet je als consument op letten?
Hoewel de schattingen uiteenlopen, wordt minstens de helft van de mannen voor zijn 50ste geconfronteerd met haarverlies. In de leeftijdsgroep tot 70 jaar is dat opgelopen tot 80 procent van de mannen. In verreweg de meeste gevallen is alopecia androgenetica de oorzaak, ofwel klassieke mannelijke kaalheid.
Ondanks de naam krijgt ook de helft van de vrouwen op enig moment te maken met alopecia androgenetica. Haarverlies gaat vaak gepaard met mentale klachten: onzekerheid over het uiterlijk, zorgen over ouderdom, zelfs depressieve gevoelens komen voor.
Edwin van Wooning, oprichter en directeur van de Haarstichting en zelf vroeg kalend, herkent dit: ‘In de bus of collegezaal ging ik altijd achterin zitten, zodat niemand mijn kale kruin kon zien.’
Dat haarverlies veelvoorkomend is, verklaart waarom het wemelt van de middeltjes tegen haaruitval. En omdat mannelijke kaalheid in Nederland niet als een medische aandoening geldt, hoeven de hier verkrijgbare behandelingen tegen kaalheid niet te voldoen aan de eisen voor geneesmiddelen.
Hans van Montfort, die als arts en onderzoeker zelf een haargroeimiddel op de markt bracht, legt uit: ‘Omdat je een cosmetisch product verkoopt en geen medicijn, hoeft de werking niet klinisch bewezen te zijn. Aan de andere kant, als je dat klinische bewijs wél hebt, mag je het niet gebruiken als reclame.’
Of een specifiek haargroeimiddel echt werkt, is voor de consument moeilijk te achterhalen.
Op dit moment zijn er drie middelen tegen haarverlies op de markt waarvan de werking klinisch is aangetoond: minoxidil, finasteride en dutasteride. Ze grijpen elk op hun eigen manier in op het groeiproces van haren.
Dat groeiproces verloopt in het haarzakje, in drie fases: groeifase; tussenfase; uitvalfase. Belangrijk is dat ieder haarzakje een maximum aantal cycli heeft. Wiens haargroeicyclus van korte duur is, zal eerder kaal worden.
Haargroeimiddelen finasteride en dutasteride zijn in pilvorm op recept verkrijgbaar en zorgen ervoor dat de haarzakjes langer in de groeifase blijven.
De overgang van groeifase naar tussenfase gebeurt onder invloed van een afgeleide van testosteron, dihydroxytestosteron (DHT). Finasteride en dutasteride remmen de omzetting van testosteron in DHT.
Opvallend genoeg ontdekten wetenschappers deze haargroeimiddelen bij het testen van medicatie tegen prostaatvergroting bij mannen – ook vergroting van de prostaat gebeurt onder invloed van DHT. De proefpersonen bleken naast een minder grote prostaat een vollere haardos te krijgen.
Een kanttekening bij finasteride en dutasteride is dat de veiligheid alleen voor mannen is aangetoond. Volgens Henry de Vries, als dermatoloog verbonden aan het Amsterdam UMC, is dat een voorbeeld van sekse-ongelijkheid in het medisch onderzoek.
‘De risico’s voor vrouwen zijn slecht onderzocht, dus uit voorzorg schrijven we het niet voor’, aldus De Vries. ‘Terwijl juist vrouwen onder haarverlies gebukt kunnen gaan, met name door de maatschappelijke verwachtingen rondom hun uiterlijk.’
De bijwerkingen van finasteride – dat onder de merknaam Propecia verkrijgbaar is – kunnen heftig zijn, waarschuwt onder meer de website van apothekers. Zo komt het medicijn in het sperma terecht.
Apothekers raden daarom gebruikers van het middel aan een condoom te dragen tijdens geslachtsverkeer – al zal dat laatste soms lastig zijn: tot de mogelijke bijwerkingen van finasteride behoren een verminderde seksdrive en erectieproblemen.
Edwin van Wooning van de Haarstichting hoort deze klachten ook en adviseert daarom een weloverwogen beslissing te maken: ‘Je slikt niet zomaar iets, er zitten altijd risico’s aan.’
Een middel voor zowel mannen als vrouwen is de lotion minoxidil, verkrijgbaar zonder recept. Ook dit middel ontdekten wetenschappers bij toeval: bij een test met minoxidil in tabletvorm verminderde niet alleen de bloeddruk, zoals bedoeld, maar nam ook het lichaamshaar van de proefpersonen toe.
Inmiddels gebruiken mensen met haarverlies minoxidil plaatselijk op de hoofdhuid, waarbij het de bloedtoevoer naar de haarzakjes vergroot en zo ook de haargroei bevordert. Dat klinkt veelbelovend, maar gebruikers moeten niet de lokken van Rapunzel verwachten. Voor- en na-foto’s op internetfora laten zien dat het haar soms wat in dichtheid toeneemt, maar lang niet bij iedereen.
Bovendien is er ook bij dit middel een risico op bijwerkingen: 10 tot 30 procent van de gebruikers van minoxidil klaagt over hoofdpijn.
Al met al lijkt er nog geen wondermiddel te bestaan tegen klassieke mannelijke kaalheid. De Vries beaamt dat: ‘Mannelijke kaalheid is vaak voor patiënt én arts heel frustrerend omdat er geen goede behandeling tegen is.’
Voor alle middelen geldt bijvoorbeeld dat ze niet permanent werken. Wanneer de gebruiker stopt met het middel zet de kaalheid voort. De Vries: ‘Mensen moeten dus de afweging maken: wil ik mijn hele leven een medicijn slikken?’ Daarbij komt dat de kosten flink kunnen oplopen. ‘Omdat verzekeraars het niet vergoeden.’
Toch is het belangrijk dat mensen die zich zorgen maken over haarverlies zich bij een arts melden, vinden zowel Van Wooning als De Vries. Want niet elke kale plek heeft dezelfde oorzaak.
De Vries: ‘Laat een specialist een diagnose stellen. Haarverlies kan vele oorzaken hebben, variërend van auto-immuunziekten tot een vitaminetekort.’ En dat vraagt volgens hem om een specifieke, op de oorzaak gerichte behandeling.
Wie toch met pillen en smeersels aan de slag wil, moet vroeg beginnen. Nadat een haarzakje alle groeicycli doorlopen heeft, blijft het nog ongeveer drie jaar actief. Daarna sterft het af en kan er geen nieuwe haar meer groeien.
Volgens Hans van Montfort kun je met een haargroeimiddel ‘tot drie jaar terug in de tijd’. Wie pillen of smeersels overweegt kan dus niet te lang in de ontkenningsfase blijven hangen. Al is dat in de praktijk soms lastig, weet Van Wooning: ‘Haaruitval valt meestal pas op als de helft van het haar al uitgevallen is.’
Haargroeimiddelen door de eeuwen heen
Circa 1550 voor Christus
In de Ebers Papyrus, een eeuwenoud medisch geschrift uit Egypte, vond men recepten voor smeersels tegen kaalheid. Kalende Egyptenaren maakten mengsels van krokodillenvet, nijlpaardvet en slangenvet, gekookt stekelvarken, of het been van een vrouwelijke windhond, in olie gebakken.
Circa 460 voor Christus
Hippocrates, de oud-Griekse arts, had zelf last van een uitdunnend kapsel. Volgens de overlevering ging hij in de weer met mierikswortel, duivenpoep en specerijen. Hippocrates was bovendien de eerste die de link legde tussen het mannelijke geslachtshormoon en kaalheid. Het viel hem op dat gecastreerde mannen hun volle haardos behielden.
Circa 100 voor Christus
Een beroemde kale kop is die van Julius Caesar. Zijn geliefde Cleopatra raadde hem een elixer van vermalen muizen, paardentanden en berenvet aan. Dat bleek niet al te effectief. Men beweert zelfs dat Caesar zijn lauwerkrans droeg om zijn kale kruin aan het zicht te onttrekken.
1560
Geen groeimiddel maar een andere oplossing: het haarstukje. De Egyptenaren droegen al pruiken, koningin Elizabeth I populariseerde de pruik in het Westen. Toen het haar van Elizabeth uitviel, begon de Britse koningin met het dragen van felrode pruiken. Naar verluidt had ze er meer dan tachtig in bezit.
1747
De Britse predikant John Wesley schreef in zijn boek over huis-tuin-en-keuken geneeskunde dat kaalheid verminderde door met een ui over de scheiding te wrijven totdat de huid rood werd. Mocht dat niet werken, dan adviseerde Wesley een dagelijkse elektrische schok.
1850
Rozemarijnolie – nu een trend op TikTok voor lange, glanzende lokken – wordt ook al genoemd in een medicijnreceptenboek uit de 19de eeuw. Overigens zag men toentertijd ook berenvet en Spaanse vliegen als veelbelovende ingrediënten voor de bevordering van haargroei.
1880
Het eerste apparaat dat de haargroei moest stimuleren was de ‘elektrische’ haarborstel van de Amerikaanse Dr. Scott. De borstel had echter alleen magnetische pinnetjes, geen elektriciteit dus. Behalve als middel tegen kaalheid werkte de borstel volgens Scott ook tegen constipatie, malaria, reuma en verlamming.
1920
Hightech in de jaren twintig van de vorige eeuw: kalende mannen en vrouwen lieten zich een zogenaamde thermocap aanmeten. Vijftien minuten per dag onder een verwarmd punthoedje zou slapende haarzakjes weer nieuw leven inblazen, met dik en glanzend haar tot gevolg.
1930
De eerste haartransplantatie vond plaats in de jaren dertig van de vorige eeuw in Japan, toen nog met stukjes huid van 4 millimeter breed waar haren uit groeiden.
2020
Inmiddels zijn cosmetisch dermatologen in staat individuele haarzakjes van het achterhoofd te transplanteren naar de kalende delen van het hoofd. Voor een volledige behandeling zijn gemiddeld vierduizend mini-transplantaties nodig.