De schade die fossiele brandstoffen veroorzaken wordt steeds zichtbaarder: verwoestende bosbranden in Canada verduisteren de lucht tot in New York; overstromingen in Pakistan jagen meer dan dertig miljoen mensen op de vlucht; extreme regenval in Griekenland en Nederland en watertekorten in grote delen van Spanje.
Tegen de achtergrond van fossiele schade valt één stem in het publieke debat steeds meer op: die van het klimaatoptimisme. De klimaatoptimist erkent het bestaan van klimaatverandering maar legt de nadruk liever op positieve ontwikkelingen. „We leven nu in het beste moment ooit”, kraait de rechtse opiniemaker Maarten Boudry. Over hernieuwbare energie zijn zelfs optimisten te pessimistisch, aldus de vrije jongens van De Correspondent. Volgens Oskar Kraan, consultant bij Deloitte, gaat het ondanks onze zwartkijkerij „helemaal niet zo slecht met het klimaatbeleid”. En klimaatverandering is sowieso „niet het einde van de wereld”, aldus Hannah Ritchie in een boek dat nu wereldwijd grote belangstelling geniet.
Graven we wat dieper, dan combineert klimaatoptimisme eenzijdige datawetenschap met geloof in groen kapitalisme, soms aangevuld met steun voor (en van) filantropie van de allerrijksten. Zo wordt Our World In Data, de non-profit organisatie waar Ritchie plaatsvervangend redacteur is, in de lucht gehouden door donaties van techmiljardairs als Bill Gates en Elon Musk, aangevuld met een klein toefje crowdfunding.
Aan aandacht ontbreekt het niet. Maar slagen de klimaatoptimisten er echt in om wat hoop in een somber stemmend debat aan te brengen? Wat ons betreft niet. Want op vier essentiële punten is de onderbouwing van hun verhaal ronduit zwak.
Allereerst is hun gebruik van data eenzijdig. Zo vestigen klimaatoptimisten de aandacht op de snelle prijsdaling van zonnepanelen. Die daling is goed nieuws. Maar door onze snel stijgende energievraag blijven we elk jaar óók meer olie, gas en kolen gebruiken. Daarnaast speelt winstgevendheid – niet alleen prijs – een sleutelrol in technologische verandering. En fossiele brandstoffen zijn veel winstgevender dan hernieuwbare energiebronnen. Fossiele bedrijven zetten nog volop in op nieuwe gasterminals, boorplatformen en kolencentrales die ons ver voorbij de twee graden opwarming brengen. Veel landen breiden ook nog hun gebruik van fossiele brandstoffen uit. Nederland, bijvoorbeeld, zoekt nieuw gas in de Noordzee en Waddenzee en importeert steeds meer vloeibaar aardgas uit de VS – een brandstof die zelfs vervuilender is dan kolen. Zonder overheidsingrijpen om de georganiseerde weerstand van fossiele belangen te overwinnen jagen we de klimaatcrisis nog tientallen jaren aan – een weinig optimistisch scenario.
Ook het vertrouwen in groen kapitalisme is slecht onderbouwd. Klimaatoptimisten wijzen graag naar landen waarin de economie als geheel is gegroeid terwijl de uitstoot daalde. En ja: er is een select clubje rijke landen waarvoor dat geldt. Maar die landen hebben allemaal wél eerst een hele lange fase van fossiele welvaartsontwikkeling doorgemaakt. Daarnaast daalt de uitstoot daar inmiddels zo langzaam dat ze gemiddeld nog 220 jaar nodig hebben om hun uitstoot richting nul terug te brengen. En kijk je op mondiaal niveau, dan gaat economische groei nog altijd gelijk op met meer uitstoot. Het is misleidend om een optimistisch verhaal op te hangen aan een paar voorbeelden die je punt ondersteunen.
Ten derde shoppen klimaatoptimisten selectief in de wetenschap. Zo vieren ze dat we van een pre-Parijs-pad van 5°C opwarming tegen het einde van de eeuw naar een 3°C-scenario zijn gegaan. Terwijl wetenschappelijk onderzoek laat zien dat 3°C eigenlijk het nieuwe 5°C is: ernstige klimaateffecten treden eerder op en zijn erger dan eerder werd aangenomen. Dit voortschrijdende inzicht laten klimaatoptimisten gemakshalve achterwege. Ook is er nauwelijks aandacht voor het feit dat we al meerdere omslagpunten kunnen veroorzaken door de 1,5°C te overschrijden. Zo naderen we langzaam maar gestaag een kantelpunt van de AMOC. Landen in Europa zouden zich niet kunnen aanpassen aan de ineenstorting van deze oceaanstroom. Je kunt positief proberen te blijven door nonchalant met klimaatdoelen en omslagpunten om te gaan – maar tegen welke prijs?
Als laatste doen klimaatoptimisten alsof hun geloof in markt en innovatie iets neutraals is. Alternatieve verduurzamingsstrategieën, zoals gedragsverandering en degrowth, hoeven ze dan ook niet serieus te nemen. Dat laatste wordt door Ritchie als ‘mondiale krimp’ zelfs volstrekt foutief weergegeven. De kern van ontgroei is immers het terugbrengen van de vraag naar energie en materialen in welvarende landen. Zo kun je meer ruimte geven aan landen die beide nog hard nodig hebben om zich uit de armoede omhoog te werken. Het gemak waarmee kritiek op de status quo wordt verdraaid en afgewezen is ten diepste politiek.
Te veel zorgen kunnen een mens verlammen. Maar klimaatoptimisme is een gevaarlijk medicijn zolang ze rust op eenzijdige data, selectief winkelt in de (klimaat)wetenschap en een geloof in de markt als neutraal voorstelt. Dan vertraagt het de radicale veranderingen die nu nodig zijn. Want het speelt politieke meestribbelaars in de kaart, net als transitie-vertragende bedrijven en opiniemakers die legitieme zorgen ten onrechte als ‘doemdenken’ willen wegzetten.
We kunnen een optimistisch verhaal goed gebruiken. En goedkope zonnepanelen zijn daar een belangrijk onderdeel van. Maar volgens het IPCC hebben we bovenal „fundamentele veranderingen” nodig „in de manier waarop de samenleving functioneert, waaronder veranderingen in onderliggende waarden, wereldbeelden, ideologieën, sociale structuren, politieke en economische systemen en machtsverhoudingen”. Het is geweldig als klimaatoptimisme mensen helpt om voor die fundamentele veranderingen te vechten. Maar wanneer het hen verblindt voor de noodzaak van snelle systeemverandering, bestendigt het enkel het destructieve pad waar we nu op zitten.
Fabian Dablander is postdoctoraal onderzoeker energietransitie aan de Universiteit van Amsterdam.
Guus Dix is universitair docent wetenschapssociologie (Twente) en actief bij Scientist Rebellion.
Source: NRC