Home

Een EU die de eigen moraliteit zo hoog in het vaandel heeft, kan het niet bij woorden laten

Europese wetgeving die bedrijven moet dwingen verantwoordelijkheid te nemen voor hun productieketen, vond vlak voor de finish geen meerderheid. Het bestendigt het beeld van een continent dat graag moreel hoog te paard zit, maar economische belangen voorop stelt.

De Europese Unie beroept zich graag op haar ‘Europese waarden’. Zij staat op de bres voor democratie en mensenrechten, voor milieu en klimaat, voor vrede en vooruitgang – al bleek vorige week wederom dat deze waarden niet te veel mogen kosten. De lidstaten van de EU hielden voorlopig een wet tegen die grote bedrijven aansprakelijk stelden voor het aanpakken van milieuvervuiling en uitbuiting in hun toeleveringsketens.

De wet werd ook wel de ‘anti-wegkijkwet’ genoemd. Onder de wet zouden bedrijven niet langer de andere kant op kunnen kijken als zij gebruik zouden maken van kobalt of andere grondstoffen die onder erbarmelijke omstandigheden worden gewonnen. Of als er regenwoud wordt gekapt voor de teelt van soja die naar Europa wordt geëxporteerd als veevoer. Of als zij kleding verkopen die voor een hongerloon is gemaakt. Zo liggen Volkswagen en andere autobedrijven onder vuur vanwege hun activiteiten in de Chinese provincie Xinjiang, waar Oeigoeren worden onderdrukt.

In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.

In december bereikten de lidstaten een akkoord over de wet met de Europese Commissie en het Europees Parlement. Maar te elfder ure lag de Duitse liberale regeringspartij FDP dwars. De partij staat er slecht voor in de peilingen en is op zoek naar kwesties waarmee zij zichzelf kan profileren. De liberalen stelden de wet op de ketenaansprakelijkheid voor als een nieuwe bedreiging voor de Duitse industrie, die het toch al zo moeilijk heeft door de oorlog in Oekraïne, het wegvallen van goedkope Russische energie en de toenemende concurrentie met China en de Verenigde Staten. De Duitse opstelling gaf de doorslag: er bleek geen meerderheid voor de wet. Zo werd de lobby van het bedrijfsleven op het laatste moment gehonoreerd.

Er zijn goede redenen om de Europese industrie in deze lastige periode te steunen, maar dat mag niet ten koste gaan van milieu en mensenrechten elders ter wereld. De EU is de grootste interne markt ter wereld. Daardoor kan zij eisen stellen en moet zij haar economische macht gebruiken om verbeteringen op het gebied van milieu, mensenrechten en sociale bescherming tot stand te brengen.

De wet op de ketenaansprakelijkheid biedt ook kansen in geopolitiek opzicht. De EU wil minder afhankelijk worden van China en wil de economische relaties met landen in Afrika, Azië en Latijns-Amerika (het mondiale Zuiden) verbeteren. De EU kan haar positie in het Zuiden versterken als duidelijk gemaakt wordt dat zij ook zelf bereid is offers te brengen voor haar waarden. Door de wet tegen te houden, wordt slechts het beeld bevestigd van een continent dat moreel hoog te paard zit, maar economische belangen voorop stelt.

Europese consumenten profiteren van milieuwetten en sociale bescherming, maar schaffen goedkope producten aan die zijn gemaakt onder omstandigheden die zij zelf onaanvaardbaar zouden vinden. De wet op de ketenaansprakelijkheid was bedoeld om het afwentelen van vervuiling en uitbuiting aan te pakken. Dat zou overigens nog moeilijk genoeg zijn: de mondiale toeleveringsketens zijn complex en moeilijk te controleren.

Hopelijk lukt het om de wet alsnog te redden. Een EU die zichzelf zo graag ziet als een kracht ten goede in de wereld, kan het niet alleen bij woorden laten.

Source: Volkskrant

Previous

Next