Home

‘Omdat president Obama niet wilde onderhandelen met de gijzelnemers, zijn er zes Amerikanen vermoord, onder wie mijn zoon’

Tien jaar nadat haar zoon werd ontvoerd en onthoofd door IS, strijdt Diane Foley nog altijd voor de rechten van gegijzelden. ‘Sinds Jim is vermoord, zijn er dankzij onderhandelingen meer dan honderd onschuldige Amerikanen bevrijd.’

‘Hallo?’
Op een dinsdag halverwege augustus 2014, op zo’n lome zomermiddag waarop het keukenraam de hele dag openstaat en je buiten de vogeltjes hoort tjilpen, neemt Diane Foley de telefoon op.

Aan de andere kant van de lijn hoort ze een korte stilte en daarna iets wat klinkt als een snik. Even denkt ze aan een grap, tot ze iemand diep hoort inademen en ‘Lara Jakes’ hoort zeggen. Lara Jakes van persbureau Associated Press. Of Diane op Twitter heeft gekeken. Of ze die tweet heeft gezien?

Over de auteur
Jarl van der Ploeg is columnist en sinds 2016 boekenrecensent voor de Volkskrant. Hij was eerder onder meer correspondent in Italië.

‘De link kwam binnen. Ik klikte op mijn laptop. Ik werd doorgestuurd naar een andere link. Ik klikte nog eens. En nog eens. Het leek onmogelijk. Een woestijnlandschap. Een oranje overall. Een man in het zwart, alleen zijn ogen waren te zien: ‘A message to America’. De tijd stond niet alleen stil: alle tijd verdween uit de tijd. Daar was mijn zoon – of iemand die op mijn zoon leek – met zijn bebloede hoofd op zijn rug.’

Het was inderdaad haar zoon: de Amerikaanse fotojournalist James Foley, roepnaam Jim, die in 2014 met een mes werd onthoofd door een groep terroristen. Hij was als freelancer sinds begin 2012 in Syrië om er verslag te doen van de burgeroorlog. In november van datzelfde jaar werd hij gekidnapt door wat later de ‘Beatles-cel’ van Islamitische Staat (IS) bleek te zijn: vier mannen die vanwege hun Britse accent de bijnamen Jihadi John, Jihadi Ringo, enzovoorts droegen en die tussen 2012 en 2015 in Syrië zeker 27 mensen uit vijftien landen ontvoerden.

Zeven van hen werden onthoofd, waarna de filmpjes van hun executies bewust werden verspreid voor propagandadoeleinden. Vooral omdat de toen 40-jarige James Foley hun eerste slachtoffer was, veroorzaakten de beelden waarop hij in een oranje overall in het woestijnzand knielt, met naast hem een in het zwart geklede beul, een wereldwijde schokgolf.

En hoewel zijn moord inmiddels tien jaar geleden is, is zijn moeder Diane Foley (75) nog lang niet over haar zoon uitgepraat. Sterker nog: ze komt net uit Londen gevlogen, nu is ze even in Amsterdam, straks reist ze door naar Parijs, dan gelijk door naar Washington. ‘Dat reizen is vermoeiend’, zegt ze, ‘maar het werkt ook helend om veel over Jim te praten. In de weken nadat hij stierf, was ik bitter en zo verschrikkelijk boos. Ik voelde de woede iedere dag aanzwellen. Totdat ik besloot die om te zetten in iets constructiefs en goeds.’

James, zo beschrijft Foley in haar deze week verschenen boek Als moeder, zat voor hij onthoofd werd in totaal 635 dagen in gijzeling – dagen waarin hij werd mishandeld en gemarteld, en zijn familie in de Verenigde Staten alles op alles zette om hem terug te krijgen. Dat dat niet lukte, zo schrijft Foley, lag grotendeels aan een chronisch gebrek aan hulp van de Amerikaanse regering.

De woede en frustratie die dat teweegbracht, was voor haar de reden om drie weken na zijn dood de James W. Foley Legacy Foundation op te richten, een stichting die zich sindsdien inzet voor gegijzelde Amerikanen en hun familieleden. ‘Als er nu een Amerikaan wordt ontvoerd, is er voor familieleden een telefoonnummer om te bellen, namelijk het onze. Wij kunnen ze doorsturen naar het juiste overheidsorgaan, we werken nauw samen met de Verenigde Naties en met hulporganisaties als Amnesty International en Human Rights Watch. We bieden psychische bijstand, helpen families herdenkingsbijeenkomsten te organiseren, we interviewen slachtoffers, laten onderzoeken uitvoeren.’

Kijk bijvoorbeeld naar de acht Amerikaanse Israëliërs die op 7 oktober door Hamas werden ontvoerd, zegt Foley. ‘Ons team gaat regelmatig bij alle acht families op bezoek. We geven ze media-advies, leggen ze uit waar ze juridische bijstand kunnen krijgen. We hebben mensen die veel in politieke kringen verkeren en hun zaken onder de aandacht brengen bij senatoren. En vooral: we luisteren naar wat ze nodig hebben. We geven ze de hulp die ik zelf niet kreeg.’

‘President Obama vertelde mij vlak na de onthoofding dat mijn zoon altijd zijn hoogste prioriteit was geweest. Maar dat was gewoon een glasharde leugen. Sterker nog: tijdens de gijzeling wist niemand in heel Washington wat ze met ons aan moesten. Er was geen protocol en binnen de overheid was er niemand die de verantwoordelijkheid droeg voor Amerikanen die in het buitenland waren gekidnapt. We zijn wekenlang van het kastje naar de muur gestuurd. Pas na veel leuren kregen we een beginnende FBI-agent toegewezen, maar hij had nog nooit zoiets meegemaakt. Hij was nog nooit in Syrië geweest, sprak de taal niet. Hij had geen idee. Weet je wat hij ons adviseerde? Dat we de Syrische president Assad misschien om hulp konden vragen.’

‘De eerste drie maanden nadat hij werd ontvoerd, hielden we inderdaad op aanraden van de overheid onze mond, maar toen dat helemaal niets hielp, besloten we in januari 2013 de pers in te lichten. Daarna begon de hulp binnen te stromen. De krant waar Jim veel voor werkte hielp ons, net als persbureau AFP, en dankzij al die aandacht kregen we niet alleen een veel betere FBI-agent toegewezen, we kregen bovendien een bericht uit België. Van de vader van een 19-jarige Syriëganger die Jim in een gevangenis had gezien. Dat was de eerste keer dat we hoorden dat hij nog leefde.’

In de maanden daarna, zo beschrijft Foley in haar boek, kwam er mondjesmaat contact met de gijzelnemers op gang. Alleen weigerde de Amerikaanse overheid te onderhandelen met terroristen over bijvoorbeeld een gevangenenruil of het betalen van losgeld. In plaats daarvan werd er, vlak voor de onthoofding van Foley, een geheime reddingsmissie naar Syrië gestuurd. Die mislukte echter, omdat de gevangenen inmiddels waren verplaatst. De kosten van die missie lagen waarschijnlijk miljoenen euro’s hoger dan de kosten van eventueel losgeld waren geweest, schrijft Foley.

‘Omdat president Obama besloot niet te onderhandelen met de gijzelnemers, zijn er zes Amerikanen vermoord, onder wie mijn zoon. Geen soldaten, maar onschuldige journalisten en hulpverleners. Obama was een briljant president, begrijp me niet verkeerd, maar hij maakte op dat moment een keuze die onze familie heeft vernietigd.’

‘Dat deden de VS nooit. Met terroristen praat je niet. Dat was de opstelling die stamde uit de jaren onder president Bush en die zeker in die tijd aansloeg omdat het hard en mannelijk overkwam. Alleen is het op geen enkele vorm van onderzoek gebaseerd. Later bleek bijvoorbeeld dat de Deense, Franse en Spaanse regeringen wel gewoon onderhandelden over hun gegijzelde landgenoten die samen met Jim vastzaten, en zij zijn allemaal vrijgelaten.’

‘Ik ben van mening dat een overheid er alles aan zou moeten doen om landgenoten die ergens onschuldig vastzitten terug te halen. Je moet daarbij uiteraard inschatten of je met je losgeld een precedent schept voor nieuwe ontvoeringen. En of losgeld überhaupt de reden is van de ontvoering. Ik erken de enorme complexiteit van gijzelingen – er is helemaal niets simpels aan. Maar simpelweg zeggen dat we niet met de gijzelnemers praten, omdat het terroristen zijn, lijkt mij een zeer arrogante aanpak.

‘Onze stichting laat bovendien veel studies uitvoeren naar gijzelingen en uit geen enkel onderzoek blijkt dat er meer gijzelingen plaatsvinden wanneer je losgeld betaalt. Het heeft dus geen motiverende werking. Het enige bewijs dat wij zien, is dat gijzelaars vaker worden vermoord wanneer je weigert te onderhandelen. Daarom ben ik ook zo blij dat de huidige president Joe Biden het totaal anders aanpakt dan Obama. Hij onderhandelt wél en kiest daarmee voor een veel slimmere diplomatieke aanpak.’

‘Na de dood van Jim zagen heel veel mensen de fout in, onder wie een aantal beleidsmakers zelf. Ze gaven toe dat ze de kwaadaardigheid van IS hadden onderschat en dat er wellicht een slimmere aanpak nodig was. Ook begrepen ze dat er zoiets bestaat als een morele verantwoordelijkheid om je burgers te beschermen. Ze zeiden: dit moeten we vanaf nu beter doen. En dat gebeurde ook daadwerkelijk. Al in december – dus iets meer dan drie maanden na Jims dood – gaf president Obama het National Counterterrorism Center de opdracht om het gijzelingenbeleid volledig te herzien.’

Sindsdien werd ook een speciaal presidentieel gezant voor gijzelingszaken benoemd, die door middel van diplomatie en directe dialoog Amerikanen die vastzitten in het buitenland probeert vrij te krijgen. En grotendeels dankzij het lobbywerk van de stichting van Foley, werd in 2020 een wet aangenomen waardoor Amerikaanse gegijzelden ook juridisch recht hebben op onder meer een professionele onderhandelaar namens de overheid.

‘Het beleid is sindsdien fundamenteel veranderd’, zegt Foley. ‘Kijk bijvoorbeeld naar Israël. Gelijk na 7 oktober werd een overheidsteam vol onderhandelaars die kant opgestuurd dat er sindsdien alles aan doet om met bemiddeling van Qatar de acht Amerikaans-Israëlische gegijzelden vrij te krijgen. In mijn tijd was het ondenkbaar dat er een Amerikaanse delegatie naar Syrië zou reizen.’

‘Sinds Jim is vermoord, zijn er dankzij onderhandelingen meer dan honderd onschuldige Amerikanen bevrijd uit hun gevangenschap. Dat is toch bijna niet voor te stellen? Laatst nog is er een missionaris die zes jaar lang onder wrede omstandigheden in Mali vastzat, naar huis gekomen. Dat beschouw ik als iets buitengewoons. Daarom zei ik je net dat het ook voor mij persoonlijk helend werkt. Het voelt alsof ik een vervolg geef aan de goedheid en moed die Jim ook tijdens zijn werk als journalist tentoonstelde. Mijn zoon was een idealist en het voelt alsof hij mij dat stokje heeft doorgegeven. Alsof hij, via dit werk, elke dag tegen mij zegt: mama, nu is het jouw beurt. Dat is een fijn gevoel.’

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Antwoord op al uw vragen

Updates, wijzigingen en klachten

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2024 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next