De dodo heeft altijd meer geestelijke dan fysieke ruimte ingenomen. Zo groot als de fascinatie voor de vogel was (en is), zo klein was zijn leefgebied. Het dier, wiens beeltenis een belangrijke bijrol speelt in de Roelant Savery-tentoonstelling in het Mauritshuis, leefde uitsluitend in de bossen van Mauritius, een eiland in de Indische Oceaan zo’n 900 kilometer ten oosten van Madagaskar. Daar werd de dodo, die door een gebrek aan natuurlijke vijanden in de loop der tijd zijn vermogen om te vliegen was kwijtgeraakt, aan het begin van de 17de eeuw ontdekt door Hollandse zeevaarders.
Diezelfde Hollanders (en hun scheepsdieren) zouden in de decennia erna verantwoordelijk zijn voor de uitroeiing van de vogel, maar voordat de laatste dodo’s hun laatste adem uitbliezen namen de kolonisten er soms een mee naar het vasteland. Zo belandde de dodo in Praag en in Londen en ook in het Indiase Surat, en daarmee hebben we de dododiaspora wel zo’n beetje in kaart gebracht. Weinigen zagen de vogel met eigen ogen.
Des te meer droomden over de dodo of deden er onderzoek naar. Aan geen enkel uitgestorven dier werd waarschijnlijk zo veel drukinkt en filmmateriaal geofferd als aan de ‘walgvogel’ – zoals de Hollandse kolonisten de dodo noemden vanwege zijn naar verluidt taaie vlees – en niet alleen door dodokenner Boudewijn Büch. Hoewel de dodo na zijn uitsterven lang werd gehouden voor een fabeldier zoals de eenhoorn of de yeti, laaide de wetenschappelijke interesse in de vogel halverwege de 19de eeuw op door de publicatie van een biologisch standaardwerk. Langzaam groeide de dodo uit tot de belichaming van het uitgestorven dier, zoals de panda dat later werd van het bedreigde dier.
Tegelijk werd de ‘kermisgans’, zoals de dodo ook wel werd genoemd, vaak afgeschilderd als een domme gans. ‘Dodo, domme domme domme dodo (lui en dik en langzaam bovendien)’, heette het in het gelijknamige Kinderen voor kinderen-liedje, maar in werkelijkheid waren dodo’s lui noch langzaam. Ook het idee dat de dodo een zeer zwaarlijvige vogel was, berust op een misverstand. Een schilderij van een 17de-eeuwse Hollandse kunstenaar droeg hieraan bij.
Over de auteur
Stefan Kuiper is kunsthistoricus en journalist. Hij schrijft sinds 2013 voor de Volkskrant.
Die schilder, Roelant Savery (1576-1639) heette hij, is er eentje in de categorie: niet bekend, wel belangrijk. Hij verrichtte pionierswerk op het gebied van het bloemstilleven en het dierenschilderij en was de eerste kunstenaar die een uitgebreide reeks topografische tekeningen maakte van een andere stad dan Rome (namelijk Praag). In de met fraaie bruiklenen gevulde tentoonstelling in het Mauritshuis worden alle facetten van zijn kunstenaarschap aangetikt.
Savery’s ‘naer het leven’ gemaakte tekeningen van Tiroolse bergketens hangen er, evenals zijn aan de fantasie ontsproten schilderijen waarin onder het mom van een mythologisch verhaal (zoals dat van Orpheus die met zijn lier de beesten betoverde) een heleboel beesten bijeen worden getoond (waaronder een dodo). Het schilderij dat de dodobeeldvorming bepaalde, De dodo uit het Natural History Museum in Londen, kreeg men ook te leen, en is een van de blikvangers van de expositie. Mensen stoten elkaar aan wanneer ze het zien: yo, check die dodo!
Het ís ook een apart schilderij. Het toont de dodo te midden van andere vogels; een grijsblauw, geel gevleugeld exemplaar met de voor dodo’s kenmerkende gekromde snavel en harde overgang tussen het gevederde en het kale deel van de kop, waardoor het lijkt alsof de vogel een hoodie draagt. Een zwaarlijvig exemplaar is het ook. Savery’s dodo lijkt een illustratie van schipper Willem IJsbrantsz. Bontekoes (onbetrouwbare) waarneming dat dodo’s zo obees waren dat ze amper konden lopen. Deze dodo zou sowieso moeilijk vooruit komen. Hij heeft twee rechterpoten! Het geeft het dier iets artificieels. Waar zag Savery deze vreemde vogel?
Niet op Mauritius, zoveel is zeker. Er bestaan tekeningen van dodo’s in het wild, waaronder enkele uit het logboek van koopvaardijschip de Gelderlander uit 1601, maar die zijn niet van Savery’s hand. Nee, Savery zag zijn dodo in Praag, waar hij vanaf 1604 werkte als ‘kamerschilder’ voor keizer Rudolf II. Die bezat niet alleen een veelgeroemde kunstcollectie, maar ook een indrukwekkende verzameling dieren.
Rond zijn kasteel vond men een leeuwenburcht, een hondentuin en een vogelhof, en dat waren alleen nog maar de levende beesten. De dode dieren (of hun restanten) stonden in Rudolfs fameuze rariteitenkabinet, waar hij naast de hoorn van een neushoorn en de slagtanden van een olifant ook een opgezette dodo had uitgestald. Van die opgezette dodo bestaat tegenwoordig alleen nog de bovenkaak. Die wordt bewaard in het Národní muzeum in Praag.
Of deze opgezette dodo nog leefde toen hij aan het hof arriveerde, is geen uitgemaakte zaak, zoals het ook niet zeker is of er daar nog soortgenoten rondliepen. Er zijn in elk geval aanwijzingen dat Rudolf meerdere (opgezette) dodo’s bezat. In zijn bestiarium, een soort getekende inventaris van de keizerlijke dierencollectie, bevindt zich een tekening van een jonge, bruine dodo, maar elders wordt gerept van eentje met vuilwitte veren.
Het is deze vuilwitte (grijze) dodo die regelmatig een cameo maakt op Savery’s dierenschilderijen, en die in drievoud is afgebeeld op een tekening van zijn neef en assistent Jan Savery. Verder stond hij model voor de dodo op het Londense schilderij dat Savery rond 1630 maakte. Diens veren zijn donkerder, maar verder is het zo goed als dezelfde vogel.
Deze dodo werd een ‘meme’ in de ouderwetse zin van het woord, een stukje cultureel dna dat door imitatie wijdverbreid raakte. Net als Dürers houtsnede van een neushoorn werd hij voortdurend gekopieerd, en niet alleen door kunstenaars. Ook wetenschappers gingen ermee aan de haal. De ornitholoog George Edwards, die De dodo in de 18de eeuw schonk aan het British Museum, maakte er een kopie van die weer als inspiratie diende voor de dodo van John Tenniel, illustrator van Lewis Carrolls Alice in Wonderland. Toen dat boek in 1865 verscheen, gold Savery’s dodo als dé dodo. Zo, meende men, had de vogel eruitgezien.
Dat bleek een vergissing. Toen eind 19de eeuw nieuwe dodobeenderen werden gevonden, transformeerde het beeld van de walgvogel. De reële dodo bleek een veel dynamischere vogel dan die van Savery, en was een stuk slanker bovendien. Savery’s beeldbepalende schilderij bleek een gevalletje fake dodo-news. Zijn dodo, weten we nu, was ofwel geïnspireerd op een balg die door een onwetende taxidermist zodanig was opgevuld met stro dat de oorspronkelijke lichaamsverhoudingen verloren gingen, ofwel op een levend dier dat door een dieet van scheepsbeschuit en een krappe kooi vergroeid en verzakt was geraakt.
Óf het was een normale dodo, die door Savery omwille van het effect wat kloeker was afgebeeld. In dat geval was het dus toch een soort fabeldier.
Roelant Savery’s wonderlijke wereld, Mauritshuis, Den Haag, t/m/ 20/5.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Antwoord op al uw vragen
Updates, wijzigingen en klachten
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2024 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden