Schrijver en rapper Pepijn Lanen gaat ter gelegenheid van zijn nieuwe boek met fotograaf en verslaggever op weg naar een Waddeneiland, om op de dijk bij Den Helder tot de essentie te komen. Hij laat het zijn romanfiguur zo zeggen: ‘Ik ben geen kunstenaar geworden om mee te doen met de rest van de wereld.’
Op een dag sta je oog in oog met je eigen bestekla, en probeer je contact te leggen met de kaasschaaf des huizes. Nou semi-bedankt, Pepijn Lanen, mijn kaasschaaf ontbeert elke vorm van communicatie – in tegenstelling tot de jouwe, in je nieuwste boek Gezeik.
Die kaasschaaf, ook wel De Mythische Kaasschaaf geheten, is in Lanens meta-Hollandse absurdistische roadnovel een vaste waarde. Niet eerder in de geschiedenis van de wereldliteratuur dook 178 keer een kaasschaaf op in een roman, die verder ook is overgoten met kaasachtige verschijnselen.
Ergens onderweg – inderdaad: na een hoop gezeik – raken ze in gesprek, hoofdpersonage Aad en de kaasschaaf. Het gebeurt tijdens een hoegenaamd spiritueel moment op een kaascatamaran, voornemens om diep te gaan naar de diepste diepen.
Waarde kaasparochianen, pak het boek er maar bij, en ga naar pagina 188 van Gezeik:
‘Oeeeh! Gaan we erin?’, vraagt de kaasschaaf.
‘We moeten wel’, zegt Aad.
We rijden op de meest Nederlandse dag ooit door het oer-Nederlandse landschap van de hardwerkende Nederlanders, door de kop van Noord-Holland. We zijn zelf ook hard aan het werk. Pepijn Lanen (41), beter bekend als Faberyayo van De Jeugd van Tegenwoordig, zit met zijn grotemensenhoofd voorin te werken, het lange lijf verstopt in een zwarte gewatteerde jas, ik op de achterbank. Hij banjerde daarvoor zijn straat in Amsterdam uit, beetje zoals het weer dan nog is, droog en koel.
Even vooraf, zhhhhoeffffffffff, escaperen naar een andere tijdsdimensie. We flashbacken naar mei 2015, en Pepijn stond op de drempel van het vaderschap. Een krankzinnig plan om met de b-boys van De Jeugd De Anale Driehoek in België af te tasten werd volbracht, maar zonder je boy Pep (= Pepijn). Die bleef in Amsterdam bij zijn hoogzwangere geliefde, Coco.
Tijdens ons bezoek aan Kontich, Reet en Aartselaar werden door Olivier ‘Willie Wartaal’ Locadia en Freddy ‘Vjeze Fur’ Tratlehner Aartselaarse garnaalkroketten gegeten, Contjes gedronken en de Reetse kermis bezocht. Met fotograaf Marie, toerend in de Renault Clio, ter gelegenheid van het tienjarig bestaan van de band.
Terugkerende walkietalkie tijdens de rondrit: Pep. Wat zou Pep aan het doen zijn? Blij dat Pep er niet bij is. Wat leuk voor Pep dat hij vader wordt. Pep past niet eens in de auto. En: hoe zal Pep worden, ja hoe zal Pep worden.
Negen jaar flashforward is Pep vooral vader geworden, van vier kinderen al. En vindt hij het hartverwarmend dat het tweetal zich toen zo zorgen maakte. Freddy en Wiwa hebben inmiddels zelf twee kids. Een aanzienlijke stapel boeken heeft Pepijn in deze periode afgeleverd, deze geletterde pappie, Gezeik is al zijn zesde boek. Ook zagen drie albums van De Jeugd van Tegenwoordig, één soloalbum, een kinderboek en een graphic novel het licht, evenals talloze sidedishes, crossovers in audiovisuele zin, zoals podcasts als Yous en Yay, Vad3r, you name it. En dan nog mokerveel optredens, met De Jeugd.
Nu sturen we naar Den Helder, net als de hoofdpersoon in Gezeik, met fotograaf Eva in haar Volkswagen Polo in een rijdende rol. Aad, een uitgerangeerde rapper, moet in Schiermonnikoog zijn voor een (schoon)familieweekend, maar dacht zelf naar Vlieland te gaan voor een kaartgame met zijn vrienden. Met zijn twee kinderen Marmer en Hartje heeft hij een crazy roadtrip, met allerlei lijpe vervoermiddelen en groot gedoe, om uiteindelijk dan maar in Den Helder de boot naar Texel te nemen, hopend op een hoppende eilandboot naar het Oog van de Schiermonnik.
En sowieso veel kaas.
Uhhm, klinkt het op de bijrijdersstoel van de Polo. Je moet het zo zien, in het aangezicht van Pepijn, Nederland is plat, zo plat als geprakte aardappelen. In die saaiheid zit een vruchtbare bodem en daar gaat je fantasie on fire. Dan kun je een kaasschaaf laten praten, dan kun je een zaagmolen in een robot veranderen. Er liggen diverse mogelijkheden voor het oprapen, want er zijn geen zinsbegoochelende bergen.
Natuurlijk kun je schrijven over schrijnende familiedrama’s in streng religieuze gemeenschappen, maar nog toffer is het om sprookjesfiguren te projecteren in dat lijzige, lege landschap. Dat Nederlandse decor is zo eentonig dat het fakking makkelijk is om er wat in te bedenken.
Het is appeltje-eitje.
Kijk maar naar het voorbijtrekkende buitenleven, je copy-pastet De Mythische Kaasschaaf zomaar in de weilanden rond Wijdewormer. Trouwens, met dank aan de doldwaze televisieserie De Lachende Scheerkwast – shout out to Wim T. Schippers’ big inspiration. Waar Pepijn vooral van houdt, net als Schippers, is het bizarre en onbegrijpelijke van het universum combineren met het alledaagse, als een roompot vol absurdisme. En wat krijg je dan? Dan gaat het op een dag tafelzuur hagelen. Dan heb je superpower in de polder.
En veel gekke dingen met kaas.
Niets ten nadele van kaas, aldus meneer de rappende taalvernieuwer, maar er is niets Nederlandser dan kaas. Dus dan krijg je in zijn fictie kaasbergen, kaastorens, kaaskristallen, en is alles natuurlijk kaaskleurig. Heb je het over Brabantse briewielen, en Beemster buffelcamemberts. Zie het boek daarom als een hommage aan die gecorrumpeerde moedermelk die kaas toch is. En die Waddeneilanden, gelegen achter de kaasberg, zijn een soort magische toevoeging van Nederland. Je duwt de kaasberg weg, en dan heb je die eilanden.
Eva zegt dat het 27 minuten rijden is naar Den Helder, nog even, en we rijden in de regen achter een gierwagen.
Soms zie je iets heel geks onderweg, zoals groentekassen die roze verlicht zijn.
‘Groentedisco!’, roept Pepijn, die meent dat we nu echt het échte Nederland aan het ontdekken zijn.
Zeker, hij had een soort van meso-Amerikaanse geschiedenis in zijn hoofd, als basale verhaallijn voor Gezeik. Dat was de tijd voordat Europese kolonisten Midden-Amerika overnamen, met volkeren als de Olmeken, Zapothen, Azteken en Maya’s. Met goden voor regen, vruchtbaarheid, wijsheid en dat soort shit – en dat dan in een Nederlandse setting, met als terugkerend thema de ingebakken gewoonten tussen man en vrouw.
De vrouw van Aad heet dus Maya, naar de Maya’s.
Het duurt nu niet heel lang meer, Den Helder. De Balgzandpolder ligt achter ons. Eva speurt tevergeefs naar een desolate bushalte, compleet verloren in het regenachtige meest Nederlandse landschap, als ultieme plek om zo’n stadse gast als Faberyayo visueel te situeren.
Het concept van een man die de deur uitgaat, en dan allemaal gezeik heeft, dat had Pepijn al een tijdje liggen. Dat zie je gewoon voor je. Op een vakantie in Spanje had-ie die gedachte zomaar. Een vader die de deur uitgaat voor een queeste – ja, queeste is een goed woord – in een magisch Nederland.
Een audiodrama moest het worden, want hij had al eerder een succesvol hoorspel gemaakt, een absurdistisch kantoordrama met de naam Gothrecht. Maar het script werd afgewezen. Allemaal gezeik, eindeloos gezeik, met Gezeik. Faaak. Wat weten zij ervan? Dan gaat hij toch gewoon van dat script een boek maken, ja toch?
Wat dan wel weer om te lachen is, is dat er nu, ondanks dat gezeik, dan wel gewoon een boek is. Haha. Er zat ook niets anders op dan dat wat onaf is, af te maken. Als iets 50 procent in het luchtledige hangt, dan houdt dat bij hem al het creatieve tegen. Het moet eruit, links- of rechtsom, anders gebeurt er niks meer. Dan kan hij mentaal gezien niks uitrollen – en toen werd Gezeik geboren, door de uitgeverij als een urban sci-firoman gelabeld.
Je laatste werk is altijd je beste werk, en dat kan hij zeggen, want het is zijn laatste werk. Je doet het sowieso voor jezelf. Freddy en Wiwa krijgen wel het boek, hij weet niet of ze het lezen, maar ze vinden het sowieso het beste boek ooit. Hij kan ook niet iets maken waar hij zelf niet enthousiast over is, wat niet fris is.
Er moet die sparkle zijn.
Hij is in zijn hoofd op een goeie plek terechtgekomen.
Hij is zo’n sneeuwbol die even moet worden geschud, die je moet bewegen en dan valt alles op zijn plaats. Komen dingen samen waarvan je weet dat het iets is, zeg maar echt iets, iets wat eerst een los idee was. Ja man, van de losse ideeën is hij. Losse ideeën die in van die losse notitieboekjes staan. Losse ideeën die als ideeën2023 in zijn telefoon zijn opgeslagen. Losse ideeën die in zijn hoofd zitten. Losse ideeën die in zijn hoofd zitten, die zijn zo goed dat je die niet kunt vergeten.
Hij weet dat die losse ideeën overgaan in iets wezenlijks, die kunnen zomaar verhalen worden die geschreven worden. Gewoon met een lange aanloop, uitdenken, nadenken, structuur, het hele ding zien veranderen. Voor je het weet gaat het ergens over. In stilte word je je eigen verhaal ingezogen, en los je gewoon problemen op.
Met het creatieve proces van De Jeugd is dat anders. Je struikelt een nummer in. Dan zijn ze in de studio bij beatmaster Bas Bron, en wordt er wat gedaan, of gezegd. Er zijn zinnen, en vooral een beat. Ja, dat is goed, of laten we dat doen en kijken waar het schip strandt. Gaat iemand naar de wc, en is er opeens een kop en een staart. Of je laat het rusten, en dan is het er ook opeens de volgende dag, helemaal bij elkaar gepingpongd.
Misschien leuk, waarde kaasparochianen, om even tussendoor te vertellen dat De Jeugd ook hun portie kaas aan Fikkie heeft gegeven, De Kaastoren van Babylon. Dit nummer kwam tot leven in Brussel in een appartement. Na het roken van een flinke jonko, en vervolgens werd er vanwege een vreetkick – luisterend naar ouwe Madonna-liedjes, met rode wijn – in een appartement in Brussel eerst een kaastoren gebouwd en nadien opgegeten.
Zie die kazen stacken op m’n ka-Babylon
Zie die kazen stacken op kabe-Babylon
Het staat vast dat we vis gaan eten in Den Helder. Een lekkere sliptong is de huizenhoge favoriet. Hij herinnert zich een sliptongsessie op een Waddeneiland, misschien wel op Schiermonnikoog.
Eerst gaan we, Aad indachtig, in Den Helder de route volgen naar het ticketbureau, de plek waar Aad de tickets kocht naar Texel, maar ook werd herkend als ex-vip, en het is zelfs een nanoseconde droog.
Pepijn heeft zijn gehighlighte kapsel in een capuchon verstopt, vanwege de koude wind. In zijn mond glimt een gouden tand, en hij veegt de tranen uit zijn grote blauwe ogen. Er worden as we speak geen tickets gekocht bij het ticketbureau, het is zo uitgestorven als een dino. Er is wel zicht op de Waddenzee, de boot naar Texel, en Texel zelf. Hij maakt een selfie, en doet zijn haar goed. Hij zegt niet zo’n guy te zijn die voor zijn boek een speciale trip heeft gemaakt, qua serieus en diepgravend onderzoek.
Pepijn concludeert dat hij een waardeloze Nederlander is, want zijn Waddeneilandbezoek-stats zijn magertjes. Wat wel zo is: hij was in 2005 op Texel. Watskeburt!? was net uit, maar het album nog niet. Heeft hij foto’s gemaakt, en die kun je terugvinden in het cd-boekje van Parels voor de zwijnen. Op Terschelling en Ameland was hij never, en op Vlieland is hij als tiener van de camping gestuurd. In vliegende vaart arriveerde toen een brief in het ouderlijk Lanen-huis, dat hij het te bont had gemaakt, en niet meer mocht terugkomen.
Aad heeft het ook te bont gemaakt, en Maya facetimet ’m aan de lopende band. Aad moet aan de bak. Hij is iemand die te veel met zichzelf bezig is, ook als vader. Hij doet alsof hij een goeie betrokken vader is, maar zijn kinderen corrigeren hem vlugger dan water. Want met een vaatwasser leegruimen ben je er niet, en als ze iets samen doen, dan is-ie ergens anders met zijn hoofd.
‘Hoe de fak dweil je überhaupt adequaat een vloer?’, zegt Aad.
Jazeker, zegt Pepijn, lopend over de dijk bij Den Helder, dat is toch wat elke vader zich afvraagt, of hij wel een goede ouder is. We doen maar wat. Het universum is vol chaos, en orde is een illusie. Dat logistieke gedoe van halen, brengen, van schoenen aan, jas aan, brood mee, dat is fijn. Maar doe je wel genoeg? Je hebt geen boomhutten gebouwd met je kinderen, en je hebt ze ook geen Grieks geleerd in de avonduren.
Er is gewoon altijd veel te doen, met kinderen. Wel chill dat ze het met zijn tweeën doen. Zijn vrouw was anderhalf jaar geleden vier dagen weg naar haar moeder in Spanje. Het was gelukt, maar hij had niet geslapen, en dagdroomde ’s nachts over zwarte koffie. Toen zijn dochter hem ’s nachts in zijn borst ging knijpen, hongerig naar moedermelk, dacht hij: dit gaat ’m niet worden.
Omdat de visboetiek gesloten is op Dok 1, en de ijssalon het weer niet mee heeft, wordt het frietboetiek De Werviaan, voor een legendarisch frietje stoofvlees. Pepijn zit op een bankje naast Eva, en heeft er ook een grote aardbeienmilkshake bij. Voor zijn ogen vermaalt de jongste bediende Agria-aardappelen tot friet, en schuiven andere bezoekers reusachtige hoeveelheden kibbeling met patat naar binnen.
Wat je bijna nooit meer ziet, is een broodje gezond, zegt hij. Ja, wat is er eigenlijk gebeurd met het broodje gezond, niet dat hij ervan wakker ligt, maar het was toch een vast element in het leven. Beetje kaas, sla, tomaat en een lekker gekookt eitje. Op een wit pistoletje, beetje boter. Dat was echt wat, in die tijd. En ook nog gezond, als zeg maar niet ongezond.
Over een drankje doen, en wat dat met je doet, daar hebben we het ook even over. Pepijn zegt dat een drankje je uit je normale patroon haalt, net zoals een vakantie in een hotelkamer met een goeie minibar. In Naamloos, zijn literaire debuut, beschrijft hij een kater, en in een toestand verkeren dat je niet meer weet hoe je heet, als een uitgedroogd stuk stront.
Het waren gekke tijden, met De Jeugd van Tegenwoordig, boordevol drugs en drank, zo leuk dat het niet meer leuk was. Als je lekker gaat, kun je ook slecht gaan. En met katers, daar was hij helemaal klaar mee. Toen hij voor het eerst vader werd, had hij er geen zin meer in. Je kunt je nog wel een keertje laten gaan, of je voornemen een drankje te doen, maar dat toch niet doen, omdat je vergeet dat je een drankje ging doen.
Kijk, het zit zo, zegt Pepijn, en we zijn teruggekeerd in de Volkswagen Polo, bij vrouwen zegt de biologische klok: kinderen! Pats boem. En bij mannen is opeens dat gevoel van: het is niks, het lijkt nergens op, al dat uitgaan. Dan is het ook tijd om kinderen te krijgen. Bij je eigen persoonlijkheid blijven, en kinderen op de eerste plek zetten, en dan de balans. Je kunt je gewoon niet aan het dagelijks leven onttrekken als je kinderen hebt. Maar dat wil niet zeggen dat je dan opeens iets anders moet gaan doen. Dat je je mate van vrijheid kwijtraakt, en bij een baas onder het tl-licht moet gaan zitten.
Om Aad te citeren: ‘Ik ben toch geen kunstenaar geworden om mee te doen met de rest van de wereld?’
Pepijn zegt: het is mooi als je je goed voelt over iets wat je goed doet. Iets wat je motivatie geeft op de gezondste manier, waar je positieve energie van krijgt. Zoals weer op een podium staan, na corona. O jaaaa, dit maakt ook deel uit van mijn persoonlijkheid, dacht hij bij de eerste keer. Niet dat hij het zo miste, als een soort ego-gratificatie. Gewoon, de mindspace die je dan hebt, die je nergens anders hebt. Je moet op, gezonde stress, en al snel krijg je een snelle bevestiging, je schakelt naar die goeie dimensie. In de meest onlichamelijke staat kun je op het podium altijd leveren.
Zo’n heel goed broodje halfom, met pekelvlees en lever, dat is iets wat je trouwens ook bijna nergens meer kunt krijgen.
Jazz, daar luistert hij tegenwoordig veel naar. Instrumentale muziek, en niet per se één ding, of muzikant. Hij heeft geen idee wat er gebeurt, maar hij hoort de rebellie. Vooral in deze, terwijl hij zijn Spotify-playlist laat zien: Mingus Ah Um van Charles Mingus uit 1959.
Eva tikt op Google Maps Alkmaar in, we rijden naar dé kaasstad van Nederland, om iets met kaas te bekijken. Ik lees op Wikipedia dat de kaasschaaf in 1925 is ontworpen door een Noorse timmerman, Thor Bjørklund. Hij liet zich inspireren door de houtschaaf.
Vraag van de achterbank: heb je toevallig Kaas gelezen van Willem Elsschot?
Nee, toevallig niet, zegt Pepijn.
Wat wel: Kruistocht in spijkerbroek van Thea Beckman, als hij het uit zou lezen kreeg hij van zijn moeder een tientje. Toen werd hij zo’n jongen tegen wie je niet hoefde te zeggen: lees een boek, hij leest altijd een boek. In het ouderlijk Lanen-huis, vader advocaat, moeder administratief medewerker, was een muur van boeken. Hij kreeg Hunter S. Thompsons Fear and Loathing in Las Vegas, ook van zijn moeder, net als Steal this book van Abbie Hoffman. Zijn vader schoof hem weleens klassiekers toe, zoals Simon Vestdijks De kellner en de levenden, wat hij verbazingwekkend en goed en verrassend vond, en W.F. Hermans, Tranen der acacia’s. Ja, en dat was precies wat hij al zo’n beetje dacht over zo’n soort boek, iets met de Tweede Oorlog en opeens zegt iemand: godverdomme!
Anyway, wat hem in hoge mate kan bevredigen is het geven van een boek, niet gewoon als zomaar een cadeau, maar dat het echt iets voor iemand voorstelt, niet zozeer om te krijgen. Aan Freddy gaf hij een keer Bloemen van het kwaad van Charles Baudelaire, omdat ze toen allebei in een periode van toestanden met alcohol zaten. Dat sloot perfect aan.
Alkmaar zijn we binnengereden. Uit het ruime aanbod van kaasachtige uitingen wordt het Kaasmuseum verkozen, als nieuwe bestemming.
Boerenkaas extra belegen is Pepijns kaasfavo, maar dan moet de boerenkaas wel dat extra randje hebben van extra belegen, dus dat zoute van oudere kaas maar nog niet te brokkelig en dat je wel plakjes kunt schaven.
En sowieso niet te veel gaten in de boerenkaas.
In het Kaasmuseum neemt hij een momentje in acht voor een flinke afbeelding van koning Willem-Alexander die eigenhandig een volvette Edammer doorklieft.
O ja, en die boerenkaas extra belegen is het lekkerst op een knapperig brood, dus op een stokbroodje of pistoletje, met een beetje boter.
Dan is daar in de museumwinkel een zeer ruime sortering aan kaasschaven, dat is echt een gelukje. Er steken kaasschaven uit een grote kaas, en er hangen kaasschaven in een kolossaal rek. De uitleg van een museummedewerker betreffende de reikwijdte van de kaasschaaf wordt door de auteur aandachtig, en met instemmend gehum gevolgd.
Maar het is niet zijn type kaasschaaf dat aldaar de overhand heeft. Dat het handvat van de kaasschaaf een kaasachtige vormgeving heeft, vindt hij enorm overdreven.
Als je goeie kaas hebt, heb je niks extra meer nodig.
Pepijn denkt dat Hella Haasse niet snel zo’n boek met een pratende kaasschaaf zou hebben geschreven.
Pepijn Lanen, Gezeik verschijnt bij uitgeverij Ambo-Anthos.
4 augustus 1982 Geboren in Utrecht.
2000 Oprichting Spaarndammerbuurtkliek.
2004 Oprichting De Jeugd van Tegenwoordig.
2005 Watskeburt?! nummer-1-hit.
2007 Debuutalbum De Jeugd: Parels voor de zwijnen.
2008 Debuut Le Le: Flage.
2010 Album van het jaar, De lachende derde.
2012 Solo-album Coco.
2012 De Jeugd wint Popprijs 2011.
2013 Verhalenbundel Sjeumig.
2016 Romandebuut Naamloos.
2018 Graphic novel Hotel Dorado.
2019 Zesde studiolabum Hartje (<3).
2020 Wint Lennart Nijgh Prijs.
2023 Achtste album De Jeugd: Moderne Manieren.
2024 Watskeburt?! door de Volkskrant uitgeroepen tot beste Nederlandse hit.
Pepijn Lanen woont in Amsterdam met zijn partner Coco en hun vier kinderen.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Antwoord op al uw vragen
Updates, wijzigingen en klachten
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2024 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden