Tien jaar werkte Mark Schaevers op zijn Leuvense zolderkamer aan de biografie van Hugo Claus, de beroemde Vlaamse schrijver met vele talenten en gedaanten, die er tijdens zijn leven lustig op los loog. Hoe heeft hij greep gekregen op dat leven?
Aan het eind van zijn leven zei Hugo Claus (1929-2008), dichter, romancier, toneelschrijver, vertaler, regisseur, filmer, scenarist en schilder: ‘Ik weet niet alleen méér dan mijn eventuele toekomstige biograaf, ik weet het ook beter. De verschrikkelijke geheimen van mijn bestaan gaan met mij het graf in.’ Had hij gelijk?
‘Dat weten we natuurlijk nooit’, zegt Mark Schaevers lachend op de zolder van zijn huis in Leuven, waar hij de afgelopen tien jaar heeft gewerkt aan zijn biografie van Claus. ‘Als hij die geheimen nooit heeft verteld of opgeschreven en als er geen getuigen van zijn ‘verschrikkelijke’ daden zijn, dan heeft hij gelijk gekregen.’
‘Ik denk dat ik de veelkleurigheid van zijn psyche te pakken heb. Hugo Claus was een kameleon, een homo universalis met vele talenten en gedaanten, ook met meer donkere trekken dan veelal onthouden zijn. Al die facetten zitten in mijn biografie. Daarom heet die ook: De levens van Claus.’
In hoeverre Claus’ werk nog ‘leeft’, durft Schaevers niet te zeggen: ‘Minder dan in de jaren dat zelfs zijn toneelstukken en vertalingen in Nederland druk na druk beleefden. De beste weg om Claus een nieuwe lezersgeneratie te bezorgen leek me een biografie waarin ook zijn geestige stem op zowat elke pagina aanwezig is.’
‘Ik kies niet, maar neem alle Clausen. De filmer is het meest verguisd. Omwille van de wanprestatie De leeuw van Vlaanderen. Hij wou zo graag filmen dat hij iets gedaan heeft wat niet kon, en produceerde een schitterende mislukking. Claus wilde al jong kunstenaar worden, maar werd in het Parijs van de jaren vijftig afgeschrokken door het geweld van Karel Appel en de mannen van Cobra. Hij vond dat anderen beter konden schilderen en hij deed niet graag dingen die anderen beter deden. Dus hij werd schrijver.’
‘Als dichter was hij tegelijk orakel en orkaan in de Oostakkerse gedichten in 1957. Overdonderend. Vanwege Een bruid in de morgen, Vrijdag en Suiker was hij in de jaren zestig de beste, meest gespeelde toneelschrijver van de Lage Landen. Het verdriet van België uit 1983 is zijn meesterwerk. Twee van zijn belangrijkste onderwerpen, zijn land en zijn familie, komen er samen in een taalfestijn.’
‘Hij had obsessioneel de behoefte bepaalde elementen uit zijn leven te integreren in zijn geschriften, maar wilde dat tegelijk verhullen. Hij liet zich niet graag in zijn kaarten kijken.’
Sterker: Claus loog er in interviews op los. ‘Ik geef weleens valse berichten over mezelf door’, zei hij, ‘net zoals vrouwen spreken over hun leeftijd, dat zijn dan noodzakelijke leugens die de goede zaak moeten dienen.’
‘Zijn vader, de drukker Jozef Claus, was een nog groter leugenaar. ‘Dat was pas een mythomaan’, zei Claus zelf, ‘die weet niet meer wanneer hij liegt, ik weet wanneer ik lieg.’ De maskerade was zijn persoonlijke bedrijfspolitiek, om zijn polyamoureuze bestaan in vele stadia te kunnen volhouden, en ongrijpbaar te blijven.’
‘Ik vind het galanter en correcter om hem geen leugenaar, maar een speler te noemen. Het spel is het hoogste had ook de titel van Claus’ biografie kunnen zijn. Als een oproep tot frivoliteit was het niet bedoeld: hij kon zich geen ernstiger bezigheid voorstellen dan spelen.’
‘In 1993 ging ik een hele dag met hem op stap voor een dubbelinterview met Harry Mulisch. Dat was een stoomcursus Claus. We namen samen de trein naar Amsterdam. Toen we uitstapten, zei hij: ‘Vergeet niet naar de Grote Drie te vragen, dan geraakt Harry aan het koken.’ We waren al een tijdje bezig, toen ik de Grote Drie op tafel gooide. Meteen begon Claus te kreunen: ‘O néé, krijgen we dat gezeur!’ Toen we terug thuiskwamen verzuchtte hij: ‘Weet je wat ik vanavond moet gaan doen? Een diner bij Eddy van Vliet! Ik zou zo graag in mijn pyjama kruipen en zappen.’ Vanaf die dag wist ik dat hij mij vertrouwde, maar dat ik hem niet op zijn woord moest geloven.’
‘Maar daar had hij helemaal geen oren naar. Claus zei: ‘Kan je geen ludieker boek bedenken? Niet zo’n boek dat een waarheid, een eenheid suggereert, maar een boek gevuld met de splinters van een leven, de schilfers, de scherven?’’
‘Met de titel was Claus zeer tevreden, want hij zag zichzelf graag als een veelvoud. Van al die uitspraken in interviews heb ik ook nog De versie Claus gemaakt. Dat toneelstuk stond op de scène in maart 2008 in de Bourlaschouwburg in Antwerpen. Dat was vijf dagen nadat hij zelf op de scène had gestaan, maar wel in zijn grafkist. Ik genoot ervan om in De versie Claus zijn persoonlijke mythologie nog eens op te poetsen, glans eroverheen.’
Schaevers lacht. ‘Door omstandigheden is de uitgeverij me in 2014 toch komen vragen de biografie te schrijven. Ik heb geen seconde getwijfeld. Het gaf me de kans om Claus een langer leven te gunnen op papier, al heeft het voor je eigen leven wel consequenties…’ Schaevers wijst op de rijen en rijen gekleurde ordners met archiefmateriaal die zijn zolder schragen. ‘Toen aan James Knowlson, de gevierde biograaf van Beckett, werd gevraagd naar zijn theorie van het genre zei hij: ‘’t Is een boel werk.’’
‘Ik ben niet in de val getrapt van alles te controleren en te roepen: het is niet waar! Hij liegt! Dat zou een flauw spelletje worden. Ik was zelden louter op de versie van Claus aangewezen. Iedereen wilde bij Hugo geraken, hij is sinds zijn 19de op de voet gevolgd door de pers. Ik heb wel tweehonderd mensen gesproken die hem van nabij hebben meegemaakt.’
‘Claus zei altijd: ‘Ik ben een sloddervos, stel je er niets van voor.’ Maar dat viel enorm mee. Voor iemand die zijn eigen biografie met zo veel nonchalance benaderde, was er een indrukwekkende stapel brieven, dagboeken, notitieblokken, agenda’s. Zijn familie was er al vroeg van overtuigd dat ‘onzen Ugo’ een groot schrijver was, dus die hebben elke snipper in de doos gedaan.’
‘Hij is altijd blijven vertellen dat hij werd weggestopt, werd gevangengezet bij de nonnen en getraumatiseerd raakte. Dat jongetje ging dan schrijven en tekenen – en zo was alles verklaard. De interviewer kon naar huis, zijn toekomstige biograaf het bos in.
‘Maar in een gesprek met Cees Nooteboom heeft hij toegegeven: ik heb het erger gemaakt dan het was. Zijn broer Guido was ook op die school en is er zonder kleerscheuren uitgekomen. Hugo ging niet op 18 maand, maar met 4 jaar naar kostschool. Daar was hij haantje-de-voorste omdat hij goed verhaaltjes kon vertellen. Op de klassenfoto is hij te herkennen aan zijn flaporen, maar als zowat de enige ook aan zijn smile.’
‘Het rooms-katholicisme zag Claus als een vergif dat hij met de moedermelk had meegekregen en nooit meer kon kwijtraken. ‘Dat ik deze dagen’, dichtte hij in Het teken van de hamster, ‘moet bedenken hoe ik nooit genoeg de Here Jezus en zijn kudde zal kunnen krenken, bitter grieft het mij.’’
‘Hij was handig genoeg om erover te waken dat zijn oorlogsverleden zijn toekomst niet in de weg zou staan. ‘Voor iedereen was de bezetting de bevrijding’, beweerde hij, terwijl de NSJV slechts een klein clubje van alle jongeren vertegenwoordigde. ‘Wie werkte er niet voor de Duitsers?’, vroeg hij zich na de oorlog retorisch af, maar ook dat was een kleine minderheid. Zijn vader maakte drukwerk voor collaborerende organisaties en zijn moeder drukte haar sigarettenpeuk uit in een asbak met het hakenkruis. Claus kwam uit een zwart nest en ontkwam daar veel langzamer aan dan hij toegaf.’
‘Door Franse surrealisten te lezen. De kunst heeft hem andere werelden leren kennen. Zijn roman De verwondering draait daarom, hoe zijn kijk op collaboratie veranderde. Toch heeft hij zijn milieu nooit helemaal van zich afgeschud.’
‘Hij keerde in 1951 uit Parijs terug naar de Oostakker, kroop weg in het koetsiershuisje van zijn ouders om de aanzet van de Oostakkerse gedichten te schrijven. Een paar jaar later woonde hij in Rome. Tijdens een busrit, ingeklemd tussen Italiaanse dames en heren, ging hij plots beseffen dat de taal rondom hem, zo luid en ongegeneerd gesproken, de zijne niet was, dat hij onder de Italianen slechts een verzwakte versie van zichzelf was. En keerde terug naar Gent.’
‘Het toegesproken kreng is zijn eerste vrouw, Elly Overzier. In zijn poëzie was zij het heidens altaar dat hij met vingers van licht bespeelde en streelde, of een zwellende boomgaard in juli. Onze meest vermaarde liefdesdichter heeft de liefde nooit anders beleefd dan als een moeilijk beest. Geen lust zonder last. De vrijheidsfanaticus die Claus vóór alles was, zag met lede ogen hoe een mens door zijn verlangens in een slaaf kon veranderen.’
‘De man die zich in Cupido herkende en velen won met zijn charme, was er ook op uit de demonie in zichzelf los te peuteren. Onder de korst geworden beleefdheden en relativeringen, wist hij, sluimerde er in zijn binnenste een vulkaan. Woede noemde hij een lekker gevoelen, hij verbond het met zijn sterrenbeeld, de ram. Ramskop zou zijn biografie ook nog kunnen heten.’
‘Op de grens van de jaren zeventig had hij een afbrokkelende relatie met de actrice Kitty Courbois. Zij ging op reis met een vriendenclub naar de Dordogne. Claus twijfelde: moet ik meegaan of niet? Hij ging. Maar elke dag schreef hij nauwkeurig in zijn notitieboekje wat voor ellende hem allemaal overkwam. Zijn boekhouding van ressentiment kwam vrijwel ongewijzigd terecht in zijn roman Het jaar van de kreeft.’
‘In Parijs vree Claus de filmwereld op, maar zijn relatie met de schone Sylvia, die wereldberoemd zou worden als Emmanuelle, bekoelde. ‘Logisch zou zijn dat ik verdween’, noteerde hij in zijn logboek. ‘Nee, ik blijf, ik wil de verpietering gadeslaan.’ Graham Greene heeft het over ‘the splinter of ice that lurks in the heart of every writer’. Er moest wel een klomp ijs schuilen in het hart van Claus.’
‘Toen hij te horen kreeg dat hij aan alzheimer leed, was schrijven the lifeline. Op de dag dat hij hoorde: Hugo, het zal niet meer lukken met De wolken, de roman die hij nog wilde maken, besloot hij zijn eigen leven te nemen en stevende op euthanasie af. In zijn notitieblokje stond: ‘De opdracht blijft geheim.’’
‘Zelfbeklag was hem niet vreemd, zelfrelativering evenmin. Hugo deed zich graag voor als ‘een kwijnend prinsje’, stelde Ischa Meijer eens vast. ‘Niemand slaat acht op mij’, riep hij uit. Daar moesten we altijd mee lachen. Hou nu toch eens op, Hugo! Aan hem waren alle grote prijzen uit ons taalgebied toegekend. Nobelprijskandidaat. Maar tegen mij zei hij: ‘Je weet niet half hoe ambitieus ik ben.’ In een late notitie las ik: ‘Ik zoek het sublieme.’
‘Ni dieu, ni mâitre’, mailde Veerle de Wit, zijn vrouw, namens Hugo aan zijn vrienden toen alzheimer bij hem was vastgesteld. Hij aanvaardde noch God, noch meester boven zich. Hij kon niet meer schrijven, dus het zat erop. Hij beleefde een mooie cérémonie des adieux. Zijn vrienden stonden in de lift te wenen, maar hij bleef kalm en vrolijk. ‘Doe Bette Midler nog eens na, Connie!’ ‘Vertel nog eens een mop!’ De speler is altijd blijven leven. Veerle zong een liedje, hij zong met haar mee. Soeverein tot het einde.’
Mark Schaevers (1956) was journalist voor De Standaard der Letteren en Humo. In 2014 schreef hij Orgelman, de biografie van de Joodse schilder Felix Nussbaum, die de vernietiging verbeeldde en werd vermoord in Auschwitz. Orgelman werd bekroond met de Gouden Boekenuil. Over Hugo Claus stelde Schaevers verschillende boeken samen: Groepsportret – Het beste uit de interviews met Claus (2004), de theatermonoloog De versie Claus (2008), De wolken – Uit de geheime laden van Hugo Claus (2011) en Het verdriet staat niet alleen – Een leven vol verhalen (2018). In 2014 begon Schaevers te werken aan de biografie De levens van Claus, die deze week verscheen.
Mark Schaevers: De levens van Claus. De Bezige Bij; 800 pagina’s; € 49,99.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Antwoord op al uw vragen
Updates, wijzigingen en klachten
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2024 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden