Home

‘Consumenten laten zich met begrippen als scharreleieren of vrije uitloop om de tuin leiden’

Poppe Braam (66) strijdt zijn leven lang al voor de biologische landbouw. Het leverde hem vrienden voor het leven op in een land dat je niet met biologische landbouw in verband brengt: China.

‘Ik behoor tot een groep die altijd tegen de bierkaai vecht. Dat doe ik vanuit overtuigingen die ik mijn hele leven heb gehad. Het doet me goed te zien dat het om een almaar uitdijende gemeenschap gaat en dat mijn kinderen daarvan ook deel uitmaken. Nee, ik ben niet somber gestemd. De mens moet nu eenmaal tot aan zijn neus in de shit staan voordat hij iets aan zijn gedrag verandert. Dat gaat ook nu gebeuren.’

Poppe Braam, een biologische boer, ondernemer en oprichter van biologisch handelsbedrijf DO-IT, blikt op zijn 66ste met een mengeling van tevredenheid en relativering terug op zijn werkzame leven. Waar hij nog lang geen punt achter zet, benadrukt hij. Na DO-IT (‘een aansporing, ook voor mezelf’), waarmee hij vermogend is geworden, geeft hij nu leiding aan DID-IT; een veel kleinere organisatie, maar groot genoeg voor de activist in hem.

Hij trekt zich vooral het lot aan van dieren die in het industriële agrosysteem worden vermalen, vaak letterlijk: ‘Wist je dat we in Nederland jaarlijks 40 miljoen haantjes, die met pijn en moeite uit hun ei kruipen, op diezelfde dag nog vergassen en vermalen? Een genocide van ongekende aard! Ik vind het onbegrijpelijk dat wij dit als beschaafd land toestaan.’

HET IDEAAL

In deze serie interviewt Fokke Obbema voor de Volkskrant mensen die hun leven aan een ideaal wijden.

De herkomst van zijn uitgesproken opvattingen gaat terug naar begin jaren zeventig. Als 14-jarige boerenzoon, afkomstig uit een gezin met tien kinderen in het Friese dorpje Duurswoude, maakt hij op het gymnasium van Drachten (‘voor mij destijds een metropool’) kennis met de Griekse mythologie. Die wereld met diverse goden staat haaks op de hem van huis uit voorgespiegelde wereld, met een enkele God die het lot van alle mensen bestiert: ‘Die andere kijk was een openbaring. Ik worstelde met het geloof, vooral met een Schepper die het goede met ons voor had, terwijl er tegelijkertijd zo veel onrecht in de wereld was.’

Uit zijn wereldbeeld verdwijnt in zijn puberteit niet alleen het geloof. Om zich heen ziet hij zijn geliefde Friese platteland dramatisch veranderen. Als jongen doet hij mee aan het tellen van vogels, maar door moderne landbouwtechnieken worden dat er steeds minder. Met afgrijzen ziet hij hoe de natuurlijke balans wordt ontwricht. ‘Waar vroeger een boer met zijn paard en wagen om de nesten van vogels heen maaide, werden die nu door grote tractoren genadeloos verpletterd.’ Een halve eeuw later wordt aan economische efficiëntie in de landbouw nog altijd de hoogste prioriteit gegeven; Braam strijdt er onverminderd tegen.

‘Ik had daar met volle overtuiging voor gekozen. Het fascineerde me wat mensen als gemeenschap beweegt om iets te omarmen of af te wijzen. De psychologie van de groep. Die fascinatie had te maken met religie, die mensen in iets kon laten geloven wat ik als een verzinsel zag. Maar ook met het omarmen van evident slechte systemen, wat ik op het platteland zag gebeuren met de ruilverkaveling: een ongekende herinrichting van het land, waarbij vele boerderijen en grote stukken natuur verloren gingen. Alles moest bovenal groter worden, ten koste van het weidelandschap en de biodiversiteit.’

‘De kans dat je met sociologie ooit een baan zou krijgen, werd destijds nihil geacht. In mijn derde jaar ben ik gestopt, nadat ik in Groningen via biowinkeltjes in contact was gekomen met een groepje personen dat kleinschalige, biologische landbouw voor ogen stond. Op mijn 22ste heb ik een boerderij gekocht in Nijega, even boven Drachten, waar ik de eerste biologische pluimveehouder van Nederland werd.

‘Maar het economische klimaat werd onguur. Ik had die boerderij voor 80 duizend gulden (ruim 36 duizend euro) gekocht, met geleend geld. Kort daarop spoot de rente naar een onvoorstelbare hoogte, 15 procent. Hoe hard ik ook werkte, ik moest 15 procent direct naar de bank brengen, bizar. Ik heb een faillissement kunnen vermijden, maar het was wel een harde leerschool. Daarna ben ik naar het midden van het land verhuisd en ben ik na verloop van tijd met de handel in biologisch geteelde producten begonnen.’

‘Wat me in de biologische landbouw aansprak, was dat de verhouding tot de natuur op respect en harmonie is gebaseerd. Bij veel christelijke boeren ontbreekt dat – de Bijbel heeft hen geleerd dat de mens als schepsel boven de natuur staat, dus denken ze het recht te hebben alles ermee te mogen doen wat ze goeddunkt. Dat er op de bible belt zo veel piekbelasters (agrarische bedrijven met een overmaat aan stikstofuitstoot, red.) zitten, is geen toeval: Nederland telt er 3.000, er zitten er maar liefst 1.100 op de Veluwe.

‘Mijn waardering voor de biologische landbouw gaat terug op het fundament ervan, de hoofdvraag: wat kan de natuur aan als je gaat verbouwen of dieren houden? In Nederland, met zijn dominantie van conventionele landbouw, kun je goed zien wat er gebeurt wanneer je die vraag niet stelt – zie onze bedroevend slechte kwaliteit van water en lucht. Door uitputting en pesticidegebruik is de vruchtbaarheid van onze grond sterk afgenomen.’

‘Via handel kon ik de productie van biologische producten in landen tegelijkertijd op gang brengen. In de jaren tachtig en negentig nam de vraag in de grote steden in Europa steeds sterker toe. Verandering ontstaat altijd in een stadse omgeving, niet op het platteland met zijn doorgaans gezagsgetrouwe bewoners. Op die toenemende vraag kon ik bouwen, de enige kwestie was de beschikbaarheid. Heel simpel eigenlijk: ik moest zorgen dat er meer bioproducten kwamen. Dus stimuleerde ik de productie ter plekke en zette ik handelsketens op voor transport naar de Europese consument.’

‘Vanaf 1996 ging ik drie, vier keer per jaar naar China, waar je in het uiterste noordoosten een immens akkerbouwgebied hebt dat het waterreservoir voor Beijing bevat. Omdat de Chinezen destijds niet over een waterzuiveringssysteem beschikten, had de regering het gebied tot ‘groene zone’ verklaard – er mochten geen pesticides of ander gif worden gebruikt, met het oog op de waterkwaliteit. Dat waren ideale omstandigheden om de stap naar biologische landbouw te zetten.

‘Ik kwam daar in een totaal andere wereld terecht: er was geen privé-eigendom, maar een coöperatie met ongelooflijk veel werknemers. Die bewerkten duizenden hectaren met de hand, zonder de methoden van de grootschalige landbouw. Ik herinner me hoe ik tijdens de oogst mensen met alleen een sikkel in de hand in de velden hoorde zingen, dat vergeet ik nooit meer.

‘De twee Chinezen die de leiding over de coöperatie hadden, zijn vrienden voor het leven geworden. In totaal zijn we wel dertig producten voor de Europese markt gaan maken, met name zonnebloem- en pompoenpitten, lijnzaad, boekweit, gierst en soja. Tegenwoordig gaan die ook naar de Chinese bevolking, in de grote steden groeit de markt voor bioproducten. Voor mijn bedrijf behoorde China jarenlang tot de topvijf van leveranciers, samen met producenten in Brazilië, Afrika en vooral in landen rond de Middellandse Zee. Ik was dus voortdurend op pad.’

‘Ik wilde creëren, boeren en lokale overheden meekrijgen bij het aanleggen van handelsketens. Het ging mij niet om een zo goed mogelijk draaiend bedrijf, welnee. Ik voelde me een activist en wilde vooral het systeem veranderen. Ik heb mijn werknemers ook medeaandeelhouders gemaakt. Door de almaar groeiende vraag hebben we jarenlang de wind in de rug gehad. De kwestie was vooral niet erdoor te worden overweldigd. We zijn uitgegroeid tot een bedrijf met zeventig man personeel, met zo’n 70 miljoen omzet. Dat klinkt aardig, maar ten opzichte van de handel in gewone landbouwproducten stelt het vrijwel niets voor.

‘Nederland speelt geen fraaie rol. In de jaren zeventig waren we als bioproducent nog koploper in Europa, samen met Duitsland, maar inmiddels bungelen we ergens onderaan in de Europese rangorde. Landen als Duitsland, Denemarken en Oostenrijk doen het veel beter. In Oostenrijk is maar liefst een kwart van de landbouw biologisch, Nederlandse bioboeren halen nog geen 5 procent.’

‘Onze consumptiecultuur is enorm prijsgericht. Supermarkten hebben het alleen maar daarover, ze beweren allemaal het goedkoopst te zijn. Niet eentje durft het aan duurzaam of biologisch voorop te zetten, laat staan als het gaat om haar eigen visie op de wereld. De toename aan bioproducten in de schappen is ook minimaal. De Nederlandse consument is daar mede debet aan. In andere Europese landen is hij wel bereid meer voor kwaliteit te betalen.

‘Ook onze overheid laat het afweten. Elders treden regeringen veel dwingender op om biologische landbouw groot te maken. Dat verzaken heeft te maken met de krachtige lobby tegen bio van de agro-industrie. Die vreest voor haar miljardeninkomsten, wanneer ze de zuivel- en vleesexport zou moeten verduurzamen.’

‘Dagelijks zie ik nog altijd genoeg misstanden die me motiveren om iedere ochtend aan de slag te gaan. Consumenten zijn nog enorm onwetend. Met begrippen als scharreleieren of vrije uitloop laten ze zich om de tuin leiden. En het is een schande dat we de genocide op tientallen miljoenen haantjes en stieren laten gebeuren. We hebben de actie ‘Man in de pan’ bedacht om ze toch een leven te geven.’

‘Voor mij kwam mijn zwaarste periode enkele jaren voor de verkoop van DO-IT. Ik belandde in een juridische strijd met een manager die mij zou opvolgen. Maar het contract waarmee hij mijn aandelen wilde kopen, zat volkomen verkeerd in elkaar. Het maakte me totaal weerloos tegen een onvrijwillige overname van mijn bedrijf. Ik had dat op basis van vertrouwen getekend, zonder grondige juridische bijstand. Het leidde tot drie kortgedingen in een jaar. Het voltallige personeel stond gelukkig achter me. En ik had enorme steun aan mijn nuchtere, Friese vrouw, Frouwkje. Gelukkig liep het goed af, dankzij mijn advocaat, die een goede vriend is geworden. Maar de affaire heeft mijn vertrouwen in mijn medemens wel jarenlang aangetast.

‘Van nature heb ik een basisvertrouwen in de ander, maar dat was door deze affaire weg. Gelukkig is dat vertrouwen wel weer teruggekomen en heb ik mijn bedrijf alsnog kunnen overdragen aan mensen met een grote passie voor bio. Om dat mogelijk te maken, heb ik minder geld gevraagd dan mogelijk was. Ik wilde vooral dat mijn bedrijf in goede handen kwam.’

‘De Nederlandse overheid zou ik willen zien opkomen voor alles wat zichzelf niet kan beschermen: ons water, onze lucht, de dieren. Dat is niet links of rechts, het milieu is toch ons gedeelde belang? Biologische landbouw helpt dat te beseffen en vormt de oplossing. Ik hoop dat de overheid die gaat stimuleren, in het belang van de mensen en de natuur.’

Uit de shit, Thomas Oudman

‘Wat me aanspreekt, is dat Oudman, een bioloog en journalist, twee ogenschijnlijk tegenover elkaar staande belangen verenigt. Niet alleen draagt hij voor de stikstofcrisis een oplossing aan, maar hij weet ook de boeren een toekomstperspectief te bieden. Een diepgravend boek dat tot politiek Den Haag hoort door te dringen.’

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Antwoord op al uw vragen

Updates, wijzigingen en klachten

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2024 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next