We lopen allemaal rond met de dood in onze jaszak. Terwijl we in de rij staan bij de kassa hebben we op onze telefoon beelden binnen handbereik van kinderen die in Gaza levenloos onder het puin vandaan zijn gehaald; hun gezichtjes stil en grauw, stof en bloed in hun haar.
Terwijl we in de trein zitten, zijn we slechts een paar swipes verwijderd van berichten over hoe het Israëlische leger schiet op verhongerende Palestijnen die wanhopig wachten op een zak bloem. Terwijl wij wachten tot het water voor de pasta kookt, kunnen we opzoeken hoe onvoorstelbaar leed zich vertaalt naar onbevattelijke getallen: 30 duizend doden, 1,7 miljoen mensen op de vlucht, tien kinderen per dag raken een ledemaat kwijt.
We dragen de uitroeiing en verminking van de Palestijnen in Gaza de hele dag bij ons. We zijn allemaal getuige.
‘Ik wil niet langer medeplichtig zijn aan genocide. Ik sta op het punt om een extreme daad van protest te plegen’, zei Aaron Bushnell, 25 jaar oud, militair bij de Amerikaanse luchtmacht, enkele minuten voor hij zichzelf zondag voor de Israëlische ambassade in brand stak. Terwijl hij in vlammen opging, schreeuwde hij: ‘Free Palestine! Free Palestine!’ Tot hij alleen nog maar schreeuwde. Tot hij stil was.
‘Ik sta op het punt om een extreme daad van protest te plegen’, zei Bushnell, terwijl hij zijn dood tegemoet liep, ‘maar vergeleken met wat mensen in Palestina hebben meegemaakt door toedoen van hun kolonisator, is het helemaal niet extreem. Dit is wat onze heersende klasse normaal heeft gemaakt.’
Over de auteur
Asha ten Broeke is wetenschapsjournalist en columnist van de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
U zult me de daad van Bushnell niet horen verheerlijken. Ik vind elke gruwelijke dood er een te veel. Maar wanneer iemand zijn leven geeft in een van de meest vergaande vormen van politiek verzet, dan verdient hij het dat we even stilstaan bij zijn laatste woorden.
Bushnell spreekt over extreem en normaal. Het is extreem om jezelf in brand te steken – daarover geen discussie. Maar is het niet ook extreem om in deze omstandigheden te doen alsof er niets aan de hand is? Is het niet extreem te weten dat er in Gaza een genocide plaatsvindt en gewoon-hupsa-tralala door te gaan met je leven? Is het normaal om te zien wat er daar gebeurt en er níét tegen op te staan?
Is het niet ook extreem dat ons kabinet de staat Israël blijft steunen terwijl die dood en verderf zaait onder de burgerbevolking van Gaza? Is het normaal dat westerse leiders oorlogsmisdaden bijna als vanzelfsprekend door de vingers zien omdat de pleger een bondgenoot van ze is?
Is het niet extreem dat onze regering graag onderdelen wil blijven leveren voor de vliegtuigen waaruit bommen vallen die tienduizenden kinderen vermoorden, verwonden en verminken? Is het normaal dat een groot deel van onze samenleving zich daarover minder druk maakt dan over het precieze gebruik van het woord ‘genocide’ of een leus als ‘From the river to the sea, Palestine will be free’?
Is moedwillig tot het uiterst doorgevoerde onverschilligheid niet een van de huiveringwekkendste vormen van extremisme?
Een aantal Amerikaanse media wekten al snel na de zelfverbranding de suggestie dat Bushnell misschien psychische problemen had. Ze impliceerden, schreef Al Jazeera-columnist Belén Fernández, dat hij een soort mentale gezondheidscrisis doormaakte. Maar misschien, zo overweegt ze, is het niet de man die in opperste gewetensnood zichzelf voor een ambassade in de hens zet die in crisis is, maar de politieke realiteit.
Ik snap best dat we in die politieke realiteit ook gewoon boodschappen moeten doen en pasta moeten koken. Maar dat kan toch niet het enige zijn dat we doen? We hebben de dood van de Palestijnen in onze rugzak. De volgende vraag is: hoe met deze werkelijkheid te leven?
Wellicht bieden deze woorden, die Bushnell schreef op de dag van zijn dood, stof tot nadenken: ‘Velen van ons vinden het aardig zichzelf af te vragen: wat zou ik doen als ik leefde tijdens slavernij? Of onder de Jim Crow-wetten? Of apartheid? Wat zou ik doen als mijn land een genocide aan het plegen was? Het antwoord is: je bent het aan het doen. Nu.’
Source: Volkskrant