Home

Gorredijk, vijftig jaar na de ufo’s. ‘Alsof er een zwaailicht langs de bosrand zweefde’

Vijftig jaar geleden waren er vreemde lichten te zien boven het Friese Gorredijk. Een podcast, boek en tentoonstelling schetsen wat Willem Vlietstra als 14-jarige waarnam. Hij hield alle observaties minutieus bij in schriftjes.

‘Daar zagen we het licht’, zegt Willem Vlietstra en hij wijst naar de hemel boven een woonwijk in Gorredijk. Hier stond hij vijftig jaar geleden, toen nog aan de rand van een uitgestrekt weiland. ‘Het ging met flitsen en golfbewegingen, heel gek, op en neer, dan weer van links naar rechts. Bochten die een vliegtuig nooit had kunnen maken.’

Naast hem staat Jan de Vries, een fotograaf die in die tijd ook een mysterieuze ervaring had. Tijdens een autorit van Drachten naar Gorredijk zag hij samen met een vriend boven de zuidwestelijke horizon een fel en ultravioletblauw, knipperend licht. ‘Alsof er een zwaailicht langs de bosrand zweefde.’

Vlietstra was 14 jaar oud toen hij in een maand tijd, februari 1974, tientallen ufo’s waarnam in de heldere winterlucht boven Gorredijk. Per avond, afhankelijk van de kou, stonden er tien tot dertig man naar boven te turen. Wat ze zagen was onverklaarbaar, en nog belangrijker: ze zagen het allemaal.

Nu, vijftig jaar later, kan hij het precies navertellen, omdat Vlietstra de observaties minutieus bijhield in schriftjes. Dat deed hij nadat een leraar op de lokale school de waarnemingen begon te coördineren. Alles staat in een keurig handschrift genoteerd: de vormen (paddenstoel, driehoek, boemerang, cirkel), de kleuren, de baan van de objecten, hoe lang ze te zien waren.

‘Mensen zeggen weleens: ik had archivaris moeten worden’, zegt Vlietstra met een glimlach. Hij is inmiddels 64 en woont een paar kilometer van de observatieposten van destijds. Met een prachtig ongehinderd uitzicht over de Friese natuur − waar hij sindsdien nooit meer iets vreemds boven heeft zien zweven.

Het materiaal van Vlietstra is een goudmijn gebleken voor Taede Smedes, van wie onlangs het boek De ufo’s boven Gorredijk verscheen. ‘Mijn onderzoek begon met de vraag: wat kan ik nog achterhalen?’, zegt de theoloog en journalist die meerdere boeken heeft geschreven over de kosmos, evolutie en de zin van het bestaan. ‘Een originele bron is dan natuurlijk het meest betrouwbaar.’

Smedes was als kind al gefascineerd door het heelal en zag toen hij 15 was ook eens een eigenaardige formatie lichten boven zijn ouderlijk huis in Drachten vliegen. In die tijd kon je daar niet goed over praten, zegt Smedes. ‘Maar dat taboe is langzaam aan het verdwijnen.’ Met grote belangstelling zag hij hoe er sinds 2017 een omslag in het denken over ufo’s plaatsvond.

De kentering werd in dat jaar ingezet met een artikel in The New York Times. De krant onthulde dat de Amerikaanse overheid jarenlang een geheim onderzoek deed naar ufo-waarnemingen van militairen. Er verschenen drie filmpjes uit cockpits die ufo’s zouden laten zien. Het Pentagon kreeg de opdracht het onderzoek naar ufo’s opnieuw op te pakken.

Sindsdien is er ook in Nederland een nieuwe golf van aandacht. In filmhuizen draait momenteel de documentaire De ufo’s van Soesterberg, over een mysterieus object dat in 1979 werd gezien door twaalf militairen. En over de ufo-hype in 1974 in Gorredijk verschijnt nu de podcast Ufo Bern, het boek van Smedes en vanaf september een tentoonstelling in Museum Opsterlân.

The truth is out there

Nasa heeft in september 2023 voor het eerst een directeur ufo-onderzoek aangesteld. Maar niet zozeer omdat de organisatie aliens verwacht te vinden.

Vorig jaar zomer vierde de serie X-Files haar dertigste verjaardag. Wat blijft er na al die tijd overeind? Ongelofelijk veel, zo bleek.

Overheidsdiensten die bewijs van buitenaards leven verbergen: er zijn genoeg films, series en boeken over gemaakt. Maar volgens de Amerikaanse oud-luchtmachtofficier David Grusch is het waar.

In het boek schrijft Smedes meermaals over de consternatie die de ufo’s en alle media-aandacht in Gorredijk teweegbrachten. Aan de rand van het dorp stond een bord: ‘Pas op! Laag vliegende schotel!’ Ook suggereert Smedes dat de ufo’s een tweespalt veroorzaakten, tussen dorpelingen die er heilig in geloofden en anderen die hen voor gek versleten.

Vlietstra herinnert zich daar niks van. ‘Niemand deed vervelend tegen mij, maar ik was ook nog jong. Een vriend van mij zei wel dat hij bang was om uitgelachen te worden als hij erover vertelde op school.’

Toch lijken zich ook ernstiger zaken te hebben voorgedaan. Zo heeft Smedes geen toegang gekregen tot het archief van de leraar die de observaties begeleidde. Zijn nabestaanden zeiden tegen Smedes dat in het verleden ‘te veel is voorgevallen’ en ze niet willen meewerken, ‘omdat we niet weten welke gevolgen dat zal hebben’.

Nog altijd is er geen sluitende verklaring voor wat Vlietstra, De Vries en anderen in 1974 hebben gezien. Wel is er een verhaal over een man die zegt dat hij destijds ‘iedereen tuk had’ met een zoeklicht van een oorlogsschip dat hij in die dagen in de lucht scheen.

‘Ik sluit niet uit dat enkele waarnemingen daardoor verklaard kunnen worden’, zegt Smedes. ‘Maar de meeste waarnemingen zijn op heldere avonden gedaan, terwijl een zoeklicht bewolking nodig heeft om tegenaan te schijnen. Bovendien zou je dan vanaf de grond een lichtstraal omhoog zien gaan.’

Massahysterie dan, kinderen die uit enthousiasme vliegtuigen aanzagen voor ufo’s? ‘Geen sprake van’, zegt Vlietstra. ‘Wij konden heel goed het onderscheid maken tussen onverklaarbare waarnemingen en vliegtuigen, want wij waren gewend veel vliegtuigen te zien. De vliegbasis van Leeuwarden is vlakbij.’

Toch werden er na eind februari geen waarnemingen meer gedaan, terwijl er nog steeds grote groepen elke avond omhoog tuurden. Vlietstra hield tot 21 april zijn dagboek bij. Hij bladert door de schriftjes. ‘Telkens noteer ik in die weken: weer niets gezien. En na een tijdje heb ik het maar opgegeven.’

Source: Volkskrant

Previous

Next