We reden over de ring van Parijs en ik vroeg wat de beste route naar onze camping was. Pieter was even stil, keek op de kaart, fronste toen zijn wenkbrauwen en mompelde vervolgens dat dat een zeer fundamenteel vraagstuk was dat eerst uitgebreid onderzocht moest worden; dat hij zich voorlopig niet wilde vastleggen, maar in principe wel bereid was opnieuw te onderhandelen over een route via rechts, mits ik kon garanderen met alle vier mijn wielen binnen de lijnen van de rechtsstatelijkheid te blijven en ...
‘Pieter!’, riep ik, want daar was de afslag al. Maar hij hoorde me niet. Diep in gedachten verzonken prevelde hij nog iets over gedoogbeloften aan een breder extraparlementair kabinet in de smalle vorm waarbij de technocraten zijn verbonden aan partijen of juist niet.
Over de auteur
Jarl van der Ploeg is journalist en columnist voor de Volkskrant. Hij werkte eerder als correspondent in Italië. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
‘Het komt allemaal goed, Pieter’, zei ik, terwijl ik een hand op zijn knie legde. Om hem op te beuren, besloot ik hem die anekdote van Michael Ignatieff te vertellen. Die beschreef tijdens de oorlog in Joegoslavië ooit een Bosnisch postkantoor waarop nationalisten de leus ‘Dit is Servië’ hadden gekalkt, waarna iemand anders daaronder toevoegde: ‘Nee, dit is een postkantoor.’
Ik keek glimlachend zijn kant op, maar Pieter staarde boos terug en zei dat hij zich juist heel duidelijk uitdrukte. Verder kon hij dat spottende toontje van mij niet waarderen en beet hij mij toe dat ze in Limburg uitstekende ervaringen hebben met extraparlementaire kabinetten. Dus rij gewoon door, zei hij, en hou verder je waffel.
Snel besloot ik het over een andere boeg te gooien. Wist je dat ze in Italië ook ervaring hebben met zakenkabinetten, vroeg ik. Als correspondent heb ik er zelfs een paar verslagen.
Meteen zag ik de frons op Pieters voorhoofd verzachten. In geuren en kleuren begon ik daarom te vertellen over de verkiezingen van 2018, waarbij twee populistische partijen een knetterende winst behaalden. Toen tijdens de formatie duidelijk werd dat de inhoudelijke verschillen wel erg groot waren, overwogen de twee daarom een extraparlementair technocratenkabinet op te tuigen.
Wederom keek ik Pieters kant op. Hij deed alsof hij uit het raampje staarde, maar ik zag hoe hij vanaf die laatste woordcombinatie zijn oren spitste.
Omdat iedereen dacht dat het kabinet toch snel weer zou vallen, zo ging ik verder, waren er helaas nauwelijks capabele zakenlieden bereid om hun maatschappelijke baan in te ruilen voor een ministerpost. Daarom trokken alleen de allergrootste ijdeltuiten naar Rome. Giuseppe Conte bijvoorbeeld, een hoogleraar die volgens zijn cv aan meer dan vijf universiteiten had gestudeerd, tot bleek dat hij met ‘studeren’ bedoelde dat hij in de bibliotheek van die universiteiten boeken had bestudeerd.
Bezorgd keek Pieter mijn kant op.
Hij werd de premier, zei ik, waarna ik begon over de 81-jarige econoom Paolo Savona, die de nieuwe minister van Financiën zou worden. Dat bleek een onwijze kwibus die in het geniep werkte aan een ‘Plan B’ om de eurozone te verlaten. Uiteindelijk viel de regering binnen anderhalf jaar, omdat de radicaal-rechtse vicepremier weigerde zijn socialemediagebruik te matigen en geen openheid gaf over de mogelijke financiering van zijn partij door de Russische regering. En o ja, zei ik tot slot, al die tijd nam de staatsschuld enorm toe, omdat geen van de partijen zijn programma had laten doorrekenen.
Opnieuw glimlachte ik naar rechts, maar Pieter had zijn hoofd alweer afgewend. De rest van de rit keek hij zwijgend richting de horizon.
Source: Volkskrant