Home

Shanne Braspennincx heeft de topsport uitgespeeld, en dus stopt ze: ‘Ik voel me voldaan’

In de medische wereld geldt Shanne Braspennincx als ‘unieke casus’. In de topsportwereld is dat min of meer hetzelfde, niet alleen door haar medische dossier, ook door haar olympisch goud op de keirin in 2021. Zelf voelt de 32-jarige baanwielrenster zich niet speciaal. Nu stopt ze met haar sportcarrière, een half jaar voor de Olympische Spelen in Parijs.

‘Ik voel me voldaan. Het is tijd voor een andere indeling van mijn leven.’

Op de achtergrond klinkt het gefluit van de 5-jarige, slimme parkiet Bill. Die, vertelt Braspennincx met de droge ondertoon die haar zinnen kenmerkt, meestal te lui is om uit zijn kooi te komen. Bill heeft nu vaker gezelschap.

Braspennincx zit thuis aan een lange keukentafel. Achter Bill staat een kast met een kleine verzameling aan de grootste prijzen in de sportwereld. Haar olympische gouden medaille van Tokio. Daarnaast het olympisch goud en zilver van haar vriend en teamgenoot Jeffrey Hoogland, en een oorkonde van zijn wereldrecord op de kilometer. Links van Braspennincx, op het donkere keukenblok, een klok vermomd als fiets, of een fiets vermomd als klok. ‘Ik stop nu met wedstrijdfietsen, maar stoppen met fietsen? Dat kan ik niet.’

Over de auteur
Lisette van der Geest is sportverslaggever voor de Volkskrant en schrijft over olympische sporten als schaatsen, judo, en zeilen.

Na de Spelen in Tokio rondde Braspennincx haar master managementwetenschappen af. Ze werkte aan de verbouwing van het huis in Haarle dat ze samen met Hoogland kocht. Ook trainde ze door. Ze reed de WK in Glasgow afgelopen augustus, hielp vervolgens Hoogland bij zijn poging tot het wereldrecord. En toen dat allemaal gelukt was, kwam ze uit bij de vraag: stoppen, of doorgaan?

Wielrenner was ze al jaren, maar 2015 werd het grote kantelpunt in haar leven. Ze groeide op in Meerle, waar haar ouders een restaurant begonnen, vlak onder de grens in België, ten zuiden van Breda. Op haar 7de ging ze wielrennen, aangestoken door haar oudere broers; ze wilde altijd alles doen wat Stijn en Ton deden.

Tot haar 21ste was Braspennincx wegwielrenner. Ze won in haar jeugd van jongens. Werd drie keer Nederlands jeugdkampioen. Zat als junior bij de nationale selectie en verhuisde naar Papendal. Maar na haar juniorentijd vielen haar resultaten, mede door de ziekte van Pfeiffer, tegen. Ze kwam in contact met de toenmalige baanbondscoach René Wolff. Na één vermogenstest zei hij: ‘Lijkt het je wat om een maand mee te gaan op trainingskamp naar Amerika?’ Haar antwoord: ‘Wat is dit voor vraag? Natuurlijk.’

Haar overstap naar de baan ging gepaard met flinke spierpijn. Krachttraining had ze nooit gedaan, nu werd het een hoofdonderdeel in haar trainingsprogramma. Maar het beviel direct. In 2015 kwam haar eerste, grote succes met WK-zilver op de keirin. Het gaf zelfvertrouwen, een jaar voor de Spelen van Rio.

‘Maar toen ging het in die zomer gigantisch mis.’

Een paar maanden na de euforie van het WK-zilver kreeg Braspennincx, 24 destijds, last van ‘irritante’ klachten. Na een wedstrijd in de VS was ze benauwd van haar fiets gestapt, ze had gedoucht, gegeten, onrustig geslapen; steeds werd ze wakker met het gevoel dat haar linkerarm in de weg lag. Tot ze uiteindelijk besloot bondscoach Wolff te wekken en ze samen op de fiets naar het ziekenhuis spoedden.

‘Shanne, je hebt een hartinfarct gehad’, hoorde ze de volgende ochtend van de dienstdoende broeder. Haar rechterkransslagader zat voor 99 procent dicht. Ze was gedotterd, er was een stent geplaatst, een buisje dat helpt bij het openhouden van het bloedvat. Terug in Nederland kreeg ze weer klachten en hoorde ze dat de Amerikaanse artsen er geen rekening mee hadden gehouden dat topsporters grotere aderen hebben dan gemiddeld. De stent was te klein en bleek dicht te zitten. Weer werd ze geopereerd, om de stent ruimer te maken. Of ze ooit nog topsport kon beoefenen, was lange tijd onzeker.

‘Maar ik was mentaal al gestopt. Ik voelde me zo verraden door mijn lichaam. Ik had het altijd zó goed verzorgd met goede voeding en aandacht voor herstel na zware inspanningen. Mijn lichaam heeft z’n limiet bereikt, dacht ik. Heb ik nog wel een toekomst?’

‘Een paar maanden na die tweede operatie ging ik langs bij de ploeg, gewoon om te kletsen. Ik zag mijn fiets. Even een rondje maken, dacht ik. In mijn eentje op de baan kwam het besef: o, shit, dit voelt als thuiskomen. Misschien moet ik toch kijken of ik groen licht kan krijgen om weer te fietsen. Om een fietslicentie te krijgen, was een medische keuring nodig. Er zat een dood stukje spier bij mijn hart, afgestorven door het infarct. Wat dat zou doen bij zware inspanning wisten artsen niet.

‘Ik kreeg maandenlang echo’s, inspanningstesten, scans. Kreeg adrenaline toegediend in een MRI-tunnel om mijn hartslag omhoog te jagen, terwijl ze maten of mijn hart het goed hield. Begin 2016 kwam het bericht dat ik weer topsport mocht bedrijven. Ik was ontzettend blij, maar ook verbaasd, want ik dacht er direct achteraan: o, ik kan dus oud worden?’

18 mei 1991: geboren in Turnhout
2015: WK-zilver op de keirin
2018: WK-zilver op de teamsprint
2021: olympisch goud op de keirin
2021: EK-goud op de sprint en de teamsprint

Braspennincx woont samen met olympisch baanwielrenkampioen Jeffrey Hoogland

‘Ik wist niet hoe groot de schade was, of ik over een x-aantal jaar toch problemen zou krijgen. Er waren mensen in de begeleidingsstaf die vanaf het begin hadden voorspeld dat ik weer kon gaan fietsen, toen ik daar nog niet aan durfde te denken. Lange tijd waren de artsen ook onzeker of het zou kunnen, door dat stukje dode spier.

‘Dat uiteindelijk in testen bleek dat mijn hart zich goed hield, was een opluchting. Ik besloot: ik wil zien wat ik kan met dit veranderde lichaam. Ik ben zo benieuwd naar wat ik er nog meer mee kan. Ik wil graag mijn bodem vinden. Hoe hard kan ik fietsen met dit lichaam?

‘Je rolt in topsport, daar kies je niet voor. Maar een paar maanden na mijn hartaanval maakte ik heel bewust de keuze om door te gaan met baanwielrennen.’

‘Dat ging met horten en stoten en heeft 2 à 2,5 jaar geduurd.’

Het is niet ongewoon dat topsporters misselijk zijn na een zware inspanning. Braspennincx vond lactaattrainingen, trainingen waarin ze ongeveer een halve minuut maximale inspanning moest leveren, altijd al zwaar.

‘Na mijn hartaanval werd ik daar twee à drie weken ziek van. Mijn nieren moesten zo veel lactaat verwerken, ze raakten verstopt. Ik kon moeilijk plassen, kreeg hoofdpijn, was kotsmisselijk, kon echt niks. Waardoor dat kwam, weet ik nog steeds niet, niemand kon me dat uitleggen.

‘Ik leerde hoe ik zulke inspanningen moest aanvliegen, wat ik tijdens en na afloop moest doen. Daardoor had ik er niet meer twee tot drie weken last van. Maar sinds dat infarct reageert mijn lijf wel anders.’

‘De internist zei: ‘Het enige wat je kunt doen om die reactie van je nieren tegen te gaan, is stoppen.’ Dat was voor Tokio. Toen dacht ik: oké, dan moet ik dit dus lijden. En hopen dat het niet te veel schade aanbrengt op de lange termijn.

‘Ik had een afspraak met mezelf: kijken hoe goed Shanne 5.0 kon zijn. Ik was bezig met de finaleversie van mezelf. Tuurlijk heb ik eens gedacht: wat ben ik aan het doen? Maar ik had een drang, zo sterk, dat het misschien zelfs het normale denken verstomde. En ik putte er vertrouwen uit dat een heel artsenteam zei: wat jij wilt doen, kan.

‘Die gouden medaille, mijn mooiste prestatie, die heb ik niet voor Nederland gehaald, maar voor mezelf. Tuurlijk is het supermooi als ik daar mensen mee inspireer, maar het is vooral het bewijs aan mezelf van wat ik met mijn lichaam kon doen.’

‘Deels. Maar ook door mijn opvoeding. Ik zag mijn ouders altijd hard werken. Wij leerden: als je iets wilt, werk je er maar voor. Deze medaille zegt: the sky kan the limit zijn als je hard werkt.’

‘Die te kleine stent, die in 2015 ruimer was gemaakt, bleek een klein jaar voor Tokio volledig verstopt. Daar had ik nooit iets van gemerkt. Ik had zelf omleidingen aangemaakt. Iedere dag je hart goed gebruiken, sterk maken, dat heeft mij, denk ik, in leven gehouden.

‘Daarom vind ik het nu ook spannend om minder te gaan sporten. Maar ik word door medici in de gaten gehouden. Het is elke keer fijn om groen licht te krijgen bij een inspanningstest. Je blijft toch hartpatiënt, de rest van je leven. De medische wereld vindt mijn casus heel interessant, hoor ik altijd. Leuk voor ze, maar ik was liever niet heel interessant geweest. Aan de andere kant, mijn motto sinds dat infarct is: het leven is een bonus. Geniet extra van de kleine dingen.’

Haar ‘meisjesdroom’ heeft ze nooit gehaald: wereldkampioen worden. Aan een olympische titel durfde ze niet eens te denken, die leek onbereikbaar. ‘Ik heb het me afgevraagd: kan ik leven zonder die wereldtitel? Ja. En dat epische wereldkampioenstruitje zie ik dankzij Jeffrey toch al elke dag.

‘Na mijn finish in Tokio dacht ik eerst: holy shit, ik ben olympisch kampioen. Daarna was ik zó tevreden. Dat gevoel hield aan, zelfs thuis, op de momenten dat het op de baan even niet ging hoe ik wilde. Tevredenheid is prettig, maar ik dacht ook: wat moet ik hier eigenlijk mee?’

‘Stoppen. Wat ik precies ga doen, weet ik nog niet, maar dat komt wel goed. De oogkleppen kunnen af, ik heb topsport uitgespeeld.’

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Antwoord op al uw vragen

Updates, wijzigingen en klachten

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2024 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next