Het kabinet zal nu snel op zoek moeten naar een redelijke regeling die de gemeenten niet opzadelt met enorme bureaucratie.
Eerst het goede nieuws. Twee jaar na de Russische invasie in Oekraïne vangt Nederland nog altijd zonder noemenswaardig gezeur ruim 100 duizend Oekraïners op. Met hen gaat het bovendien vaak naar omstandigheden goed. Meer dan de helft van de 15- tot 65-jarigen werkt inmiddels in loondienst. Dat is goed voor hun integratie, voor hun zelfredzaamheid én voor Nederland zelf, dat permanent verlegen zit om arbeidskrachten. Het is een geluk bij het ongeluk van de oorlog, maar veel Oekraïners komen als geroepen.
Dat het intussen wel piept en kraakt, bleek deze week toen de opvang voor Oekraïners in Utrecht zich genoodzaakt zag de deuren te sluiten. De locatie is overvol, de noodzakelijke voorzieningen kunnen niet meer worden gegarandeerd. Doordat er geen zicht is op andere opvangplekken is een onhoudbare situatie ontstaan.
Dat zet opeens extra druk op het al wat langer lopende debat over de voorzieningen die voor Oekraïners zijn opgetuigd. Die zijn royaal, zoals in alle EU-landen. Ze hebben recht op verblijf, onderwijs en zorg. Wie niet werkt, krijgt bovendien tussen de 201 en 384 euro leefgeld per maand. Wie wel werkt, mag door de gemeente worden gekort, maar in de praktijk blijken nogal wat gemeenten niet de capaciteiten te hebben om daarop te controleren.
Intussen groeit in en rond de opvang wel de indruk dat de ruime Nederlandse interpretatie van de Europese afspraken een nogal uitnodigende werking heeft op Oekraïners die al in andere landen waren opgevangen. De verlokking van volop werk met daarbovenop gratis huisvesting én het leefgeld, maakt het leven in Nederland voor hen aantrekkelijker dan voor enige andere groep. In de Tweede Kamer werd er woensdag terecht op gewezen dat ook asielzoekers, mensen in verpleeghuizen en zelfs daklozen een eigen bijdrage betalen voor hun huisvesting.
Veel andere landen bieden de Oekraïners slechts tijdelijk - enkele maanden - gratis huisvesting. Daarna gaan eigen bijdragen gelden. Er is niets onredelijks aan om dat ook hier in te voeren voor de mensen die goed betaald werk hebben. De uitdaging voor het kabinet is nu vooral om een regeling op te tuigen zonder gemeenten weer te belasten met tijdrovende procedures en controles waarvoor bij voorbaat onvoldoende personeel voorhanden is.
In de Kamer meldden zich donderdag intussen ook de eerste fracties, de BBB voorop, die vinden dat het wel wat minder kan met de aantallen Oekraïners. Zij vroegen het kabinet woensdag te onderzoeken in hoeverre terugkeer mogelijk is naar relatief veilige regio’s.
Dat is rijkelijk voorbarig. Zolang Oekraïne nog lang niet aan de winnende hand is aan het front en de Russische bombardementen zeer onvoorspelbaar zijn, is het een heel slecht idee om bij mensen te gaan aandringen op terugkeer.
De beste manier om te zorgen dat vluchtelingenopvang niet meer nodig is en dat terugkeer wel mogelijk wordt, is ervoor zorgen dat Rusland deze oorlog niet wint en dat Oekraïne dus op alle mogelijke manieren gesteund blijft worden. Misschien kan de BBB beginnen met het verspreiden van dat inzicht aan de formatietafel, waar het nog niet tot alle gesprekspartners is doorgedrongen.
In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.
Source: Volkskrant