Dat lijkt een uiterst mager resultaat van tien jaar stikstofbeleid, want in 2021 bevond 28 procent van het Nederlandse natuurareaal zich onder de stikstoftolerantiegrens (kritische depositiewaarde, KDW). Het kabinetsbeleid vergroot het natuurareaal dat niet langer kampt met een overmaat aan stikstofneerslag dus met een luttele 3 procentpunt.
Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) heeft dat berekend in zijn eerste evaluatie van de stikstof- en natuurmaatregelen van het kabinet. Net als de doorrekening van alle klimaatmaatregelen zal het PBL deze evaluatie vanaf nu elke twee jaar herhalen om de effectiviteit van het natuurbeleid en de haalbaarheid van de wettelijke doelen te beoordelen.
Hoewel het overheidsbeleid dus maar weinig natuur uit de gevarenzone haalt, daalt de stikstofneerslag op de Nederlandse natuur tot aan 2030 wel substantieel. De gemiddelde overschrijding van de KDW, de maximumhoeveelheid die een natuurgebied kan verdragen zonder schade te lijden, daalt dankzij alle stikstofreductiemaatregelen met eenderde, stelt het PBL.
Yvonne Hofs is politiek verslaggever van de Volkskrant en schrijft over financiën, economische zaken en landbouw, natuur en visserij.
Dat de wettelijke doelstelling (50 procent van het stikstofgevoelige natuurareaal onder de KDW) ‘ver buiten bereik’ blijft, komt deels doordat veel aangekondigde kabinetsmaatregelen nog uitgewerkt moeten worden. Het PBL heeft de beoogde effecten daarvan daarom niet in de doorrekening meegenomen.
Een tweede oorzaak van het tegenvallende (verwachte) resultaat zijn nieuwe wetenschappelijke inzichten over de stikstofgevoeligheid van bepaalde natuurtypen. Vorig jaar werd duidelijk dat een aantal van die habitats minder stikstof kunnen verdragen dan eerder aangenomen. De KDW’s van die gebieden zijn naar beneden bijgesteld, en daar houdt het kabinetsbeleid (nog) geen rekening mee. Er is nu veel meer stikstofreductie nodig om de wettelijke doelen te behalen.
Het planbureau is er bij de doorrekening van uitgegaan dat de opbrengst van de kabinetsmaatregelen grotendeels ten goede komt aan natuurherstel. Maar het kabinet heeft herhaaldelijk aan de Tweede Kamer geschreven dat het een onbekend deel van de gerealiseerde stikstofruimte wil reserveren voor economische activiteiten, zoals de aanleg van nieuwe infrastructuur en de legalisering van PAS-melders (bedrijven die buiten hun schuld zonder natuurvergunning zitten).
Het PBL noemt dit ‘opvallend’, omdat die stikstofruimte volgens de natuurbeschermingswetten eigenlijk in eerste instantie benut zou moeten worden voor natuurverbetering. ‘Bij het opstellen van het stikstofbeleid was al bekend dat het maatregelenpakket onvoldoende zou zijn om de doelen in 2035 te halen, zelfs als de vermindering van de stikstofuitstoot volledig voor de natuur wordt ingezet.’
De PBL-onderzoekers slaan daarnaast alarm over het feit dat ze de effecten van herstelmaatregelen in natuurgebieden (zoals plagwerkzaamheden en het verhogen van het waterpeil) niet kunnen meten, omdat daarover onvoldoende gegevens beschikbaar zijn. Nergens wordt centraal bijgehouden wat gemeenten en provincies precies doen aan natuurherstel, en wat daarvan de resultaten zijn. Het PBL vraagt het kabinet hiervoor zo snel mogelijk een systeem te ontwikkelen.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Antwoord op al uw vragen
Updates, wijzigingen en klachten
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2024 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden