Home

Ouder worden is ook een proces van persoonlijke groei, innerlijke kracht en bezinning

‘Oh jij bent het’, zegt de hoogbejaarde patiënte als ze me ziet. Terwijl ik met mijn sjaal de regendruppels van mijn gezicht veeg en de kleine portiekflat binnenstap, vraag ik: ‘Wie had u dan gehoopt dat ik zou zijn?’. ‘Nou, gehoopt Harrison Ford, maar verwacht de postbezorger’, grapt ze, zichtbaar tevreden met haar bijdehante antwoord.

Terwijl ik de voordeur sluit probeert de 90-jarige mevrouw B. haar rolstoel achteruit door de smalle gang de woonkamer in te rijden. Dat blijkt lastig. Ze stoot tegen de plinten en de deurpost waar krassen en gedeukte hoekjes verraden dat dit niet haar ‘first rodeo’ is. 'Welverdraaid! Vroeger was ik de beste in achteruit inparkeren, nu kan ik die vervloekte stoel niet eens 4 meter recht naar achteren rijden.’

Over de auteur
Danka Stuijver is huisarts en columnist van de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

‘Wat kom je eigenlijk doen?’, vraagt ze als we zijn aangekomen in de woonkamer. Ik antwoord: ‘Ik kom kijken hoe het met u gaat.’ ‘Hmpf’, klinkt het, ‘je weet toch hoeveel gedoe het voor mij is om die voordeur open te maken?’ Ze pakt de afstandsbediening en drukt met wilde gebaren het geluid van de tv een paar decibellen zachter. Ik negeer het gemopper en loop naar een foto aan de muur. Daar staat ze.

Lachend tussen haar kroost. Ze ziet het en zegt: ‘Allemaal goeie jongens, hoor. Niet een heeft een tatoeage.’ Ik onderdruk een lach en wijs naar de knapste van het stel. ‘Ja, dat is een homootje’, verklaart ze nuchter. Op haar gezicht tekent zich een stiekem lachje af van iemand die weet dat ze dankzij haar leeftijd wegkomt met het zeggen van dingen die eigenlijk niet kunnen. Ze knipoogt. Dan zet ze de tv uit.

‘Gister had ik een baaldag', vertelt ze. ‘Ik kon alleen maar huilen.’ ‘Hoe kwam dat?’ vraag ik. ‘Tja meid, er is gewoon zo weinig meer aan. Mijn gewrichten kraken als oude vloeren. Ik zit de hele dag in dit onding.’ Ze tikt tegen het wiel van de rolstoel. Het moet ook confronterend zijn. Vroeger bestierde deze vrouw een huishouden met zeven jongens. Nu is ze geheel afhankelijk van hulp van anderen. ‘Die arme meiden van de thuiszorg zijn me vast helemaal zat’, verzucht ze. Maar ik weet dat ze ook bij de thuiszorg populair is. Juist omdat ze altijd begint met stand-upcomedygemopper en eindigt met prachtige verhalen en levenslessen. Zo ook vandaag.

‘Ze zeggen dat verdriet met de jaren slijt, maar hem’, ze knikt naar een foto van haar twaalf jaar geleden overleden man, ‘mis ik iedere dag een beetje meer.’ Ze vertelt over hoe hij was. Over een verregende, maar zo gezellige kampeervakantie met haar gezin op de Veluwe. Terwijl ik naar haar luister, lijkt het alsof ze voorleest uit een roman. Uit een dagboek gevuld met herinneringen uit haar leven. Op jonge leeftijd heeft ze waarschijnlijk met een jeugdige haast de bladzijdes vol geschreven en omgeslagen. Wilde ze snel door naar het volgende doel en het volgende hoofdstuk in haar leven.

Onderwijl haar vingers snijdend aan de scherpe randen van haar eigen ambities. Later zou ze bladeren door de vergeelde pagina’s en tot de conclusie komen dat wat er echt toe deed alleen tussen de regels door kan worden gelezen. Dat momenten en mijlpalen die ooit zwaarwichtig leken, zijn vervaagd in de mist van haar geheugen. Wat bij blijft is de essentie: waar ze was, hoe het rook, hoe het voelde en vooral, wie er bij haar was.

Ouder worden is enerzijds een proces van aftakeling en verval, maar ook van persoonlijke groei, innerlijke kracht en bezinning. Waar we vaak moeite hebben met prioritering, gaat dat terugkijkend vanzelf. Wat écht belangrijk is, onthouden we. En delen we. Zoals dat fijne geluid van regen op het tentzeil tijdens die vakantie op de Veluwe, een warme kop koffie bij zonsopgang, een gezellig spelletje na het avondeten, en een kinderhandje dat tijdens het wandelen vol vertrouwen in de jouwe wordt gelegd.

Mevrouw B. is gestopt met praten. Haar boek gaat dicht. ‘Weet je, je moet helemaal niet zo oud willen worden als ik. Net als dat je nooit tot het einde op een feestje moet blijven. Als de muziek is uitgezet en iedereen al weg is.’

Source: Volkskrant columns

Previous

Next