Home

Kun je jezelf trainen optimistischer te worden?

Optimisme is de verwachting dat het in de toekomst goed zal komen. ‘Wie optimistisch is, gaat ervan uit dat hem of haar meer positieve dan negatieve dingen zullen overkomen. Voor een pessimist geldt het omgekeerde’, zegt Madelon Peters, hoogleraar experimentele gezondheidspsychologie aan de Universiteit Maastricht.

Optimisten en pessimisten gaan anders om met tegenslag. ‘Optimisten zien tegenslag als uitzondering op de regel. Problemen zijn vervelend, maar oplosbaar’, zegt Bertus Jeronimus, universitair docent ontwikkelingspsychologie aan de Rijksuniversiteit Groningen. ‘Een pessimist gaat problemen, en het risico daarop, eerder uit de weg. Als een pessimist tegenslag heeft, zal hij geneigd zijn te denken: dat overkomt mij ook altijd. Het gevoel controle te hebben speelt een rol. Een optimist heeft meer dan een pessimist het gevoel zeggenschap te hebben over het leven.’

Over de auteur
Heleen van Lier schrijft voor de Volkskrant over praktische kwesties uit het dagelijks leven en (duurzaam) reizen.

Veel Nederlanders kijken met een zwart omrande blik naar de wereld, zegt filosoof en psycholoog Kees Kraaijeveld. ‘Terwijl 85 procent van de Nederlanders zichzelf volgens SCP-peilingen in 2020 gelukkig en welvarend noemt, meent de meerderheid dat de toestand in de wereld alleen maar is verslechterd.’ En ja, klimaatverandering, oorlogen, overbevolking en enge ziektes zijn soms lastig te negeren, maar het beeld over de wereld is verwrongen, meent Kraaijeveld. ‘Negatieve berichten hebben nu eenmaal een veel grotere invloed op ons brein dan positieve. We onthouden ze beter, ze wegen zwaarder.’ De negativity bias, noemen psychologen deze ingebakken afwijking.

Als wapen tegen deze ingebakken negativiteit moeten Nederlanders volgens Kraaijeveld ‘stoppen met mopperen en meer werk maken van een positieve mentaliteit’. ‘De maat der dingen zou niet de groei van de materiële welvaart moeten zijn, maar de groei van ons ‘bruto nationaal geluk’’. Volgens Kraaijeveld liggen er grote kansen voor de politiek, de zorg, het bedrijfsleven en het onderwijs om een positieve mentaliteit te stimuleren. Want een optimistisch wereldbeeld is niet alleen goed voor het individu, maar voor de hele samenleving, zegt Kraaijeveld. ‘De neveneffecten van een positieve mentaliteit zijn onder meer betere motivatie, hogere productiviteit, minder relationele ellende en minder ziekten.’

Dit laatste beaamt hoogleraar Peters: ‘Optimisten lopen gemiddeld minder risico op hart- en vaatziekten en leven langer. Dat is deels omdat mensen met een optimistische inborst gemiddeld genomen wat gezonder eten, minder excessief drinken en meer sporten. Maar als je corrigeert voor die gezondere levensstijl, dan blijkt er nog altijd een verschil te bestaan. Vermoedelijk beschermt optimisme ook tegen de negatieve fysieke invloed van stress.’

Hoe komt het dat sommige mensen in moeilijke omstandigheden blijven lachen en doorgaan met hun leven, terwijl voor een ander het glas altijd half leeg lijkt? ‘Het is een samenspel van genetische aanleg en omgevingsfactoren’, zegt Meike Bartels, hoogleraar genetica en welbevinden aan de Vrije Universiteit (VU).

Persoonlijkheid (hoe iemand denkt, zich voelt en gedraagt) is een mix van genen, opvoeding en levenservaringen. ‘Je kunt genetisch aanleg hebben om optimistisch te zijn, maar opgroeien in een omgeving die je pessimistisch maakt, bijvoorbeeld omdat je een onbetrouwbare vader of moeder hebt. Als die hechting mis gaat in de vroege jaren, kan er iets in je persoonlijkheid anders vast gaan zitten’, zegt Jaap Denissen, hoogleraar ontwikkelingspsychologie aan de Universiteit Utrecht. ‘Maar hoe die mix precies in elkaar steekt, welke levensgebeurtenissen bij wie de meeste invloed hebben en hoe genen en opvoeding op elkaar inwerken, dat is raadselachtig.’

Mensen die onder betere omstandigheden leven zijn meestal optimistischer. In westerse landen, waar het bruto nationaal inkomen hoog is en de overheid (relatief) betrouwbaar, zijn mensen gemiddeld optimistischer dan bijvoorbeeld in veel Afrikaanse landen ten zuiden van de Sahara, waar het inkomen vaak vele malen lager is en burgers van de overheid weinig hoeven te verwachten. Maar het verschil tussen landen is klein, vergeleken met de verschillen tussen personen binnen landen, benadrukken onderzoekers.

Overigens zijn wereldwijd de meeste mensen eerder optimistisch dan pessimistisch ingesteld als het gaat om hun eigen leven. ‘Het merendeel van de mensen heeft een optimistisch beeld van hun kansen in het leven, ook als ze geconfronteerd worden met de realiteit’, zegt Peters. Ze wijst op een Brits experiment waarbij proefpersonen moesten inschatten hoe groot de kans is dat hen iets negatiefs zou overkomen, zoals dat ze een auto-ongeluk zouden krijgen, dat ze slachtoffer zouden worden van een roofoverval, of dat ze kanker zouden krijgen. De meeste mensen schatten dat te positief in. Ook nadat ze de echte cijfers zagen, bleven ze hun eigen kansen onderschatten.’

Als wetenschappers willen weten hoe optimistisch of pessimistisch iemand is, meten ze dat op basis van zelfrapportage: de antwoorden die een proefpersoon geeft over zichzelf. Dat doen ze al decennia op basis van tien korte stellingen. Zoals: ‘Ik ben altijd optimistisch over mijn toekomst.’ Of: ‘Ik verwacht zelden dat mij goede dingen overkomen.’

Wie wil kan de zogeheten LOT-R test hier in een paar minuten tijd doen, in het Engels.

‘De veronderstelling was lange tijd dat onze persoonlijkheid min of meer vastlag’, zegt Jaap Denissen, hoogleraar psychologie aan de Universiteit Tilburg. ‘Maar inmiddels staat het voor persoonlijkheidspsychologen vast dat het kán: je persoonlijkheid veranderen. Niet in zes stappen of in vijf dagen natuurlijk, dat is veel te simplistisch’.

Ook volgens Meike Bartels kun je jezelf trainen in optimisme. ‘Dat klinkt overzichtelijker dan het is. Wie van nature diep pessimistisch is, wordt niet zomaar een optimist. Vergelijk het met sport: Wie aanleg heeft voor conditieopbouw zal makkelijker en sneller vooruitgaan. Maar iedereen gaat vooruit door te trainen.’

Madelon Peters laat voor haar onderzoeken proefpersonen een zo positief mogelijke toekomst voor zichzelf inbeelden. ‘Voor een onderzoek naar stress en optimisme lieten we studenten die oefening twee weken lang dagelijks doen. Via speekselsampels konden we meten hoeveel stresshormonen ze aanmaakten. Die daalden meteen.’ Ook in de dagboekjes die de studenten moesten invullen viel terug te lezen dat ze minder last hadden van stress. En als de onderzoekers ze vervolgens een stressvolle taak lieten doen (onvoorbereid een presentatie geven), leverde het ze minder stress op dan voordat ze die oefening deden, en minder dan bij de controlegroep.

Volgens Peters werkt dit goed op de korte termijn, maar zijn dit soort oefeningen in het dagelijks leven niet makkelijk vol te houden. Ze worden snel sleets. Wie echt wil veranderen, zal daar de rest van zijn of haar leven tijd en energie in moeten steken en genoegen moeten nemen met kleine stapjes.

Moeten we nu bij elke vorm van ellende lichtpuntjes proberen te zien? Dat hoeft zeker niet. Volgens onderzoek van de Universiteit van Tilburg zijn mensen die veel druk ervaren om gelukkig te zijn, over het algemeen minder tevreden met hun leven en voelen zich vaker somber en angstig.

Ook therapeut Whitney Goodman waarschuwt voor deze druk, die zij ‘giftige positiviteit’ noemt. ‘Giftige positiviteit is het ontkennen dat het slechte bestaat en dat het leven soms tegen kan zitten.’ Het idee dat we louter positief in het leven moeten staan impliceert volgens Goodman: wie ongelukkig is, heeft dat aan zichzelf te danken. ‘Bovendien kan giftige positiviteit ertoe leiden dat maatschappelijke problemen niet aan de kaak worden gesteld, want er is binnen giftige positiviteit geen ruimte voor kritiek of geklaag’, aldus Goodman.

Voel dus vooral niet te veel druk om altijd maar te proberen optimistisch te zijn. Volgens Peters zitten er ook positieve kanten aan pessimisme. ‘Als je bijvoorbeeld lage verwachtingen hebt, kun je ook niet teleurgesteld raken.’ Universitair docent Jeronimus ziet nog een voordeel: ‘Pessimisten hebben minder kans op een verkeersongeluk. Ze zijn risicomijdender: ze rijden niet te hard en blijven thuis als het te hard regent.’

Voor dit artikel hebben we informatie uit eerdere Volkskrant-artikelen gebundeld:

Stop met dat gemopper, laten we ons als samenleving trainen in geluk, 23 februari 2018 - Kees Kraaijeveld

Therapeut Whitney Goodman strijdt tegen giftige positiviteit: ‘Die ideale versie van jezelf bestaat niet, 18 februari 2022 - Kaya Bouma

Waarom is de een van nature positief en de ander negatief? Het raadselachtige samenspel van genen en omgeving, 21 juli 2023 - Kaya Bouma

Of je je karakter kunt veranderen? Nou, in elk geval een beetje, 21 februari 2020 - Margreet Vermeulen

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Antwoord op al uw vragen

Updates, wijzigingen en klachten

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2024 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next