Dat het multiculturele gedachtengoed nog niet is doorgedrongen tot in alle haarvaten van de Nederlandse samenleving, is wel gebleken uit het onomstotelijke feit dat Geert Wilders als winnaar uit de laatste verkiezingen tevoorschijn is gekomen.
Je merkt het aan kleine geschillen. Neem het debat over de vraag of boa’s een hoofddoek mogen dragen. Wat me daarin opvalt, is dat de voorstanders van de hoofddoek er altijd vrijgevig bij vermelden dat het ook geldt voor andere religieuze uitingen, zoals de tulband en het keppeltje. Nu wil ik niet spreken voor al die honderdduizenden tulband dragende sikhs die staan te trappelen om toe te treden tot het Nederlandse politiekorps, maar ik heb wel een paar Joden in mijn kennissenkring.
Over de auteur
Max Pam is schrijver en columnist van de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Eerlijk gezegd ken ik geen enkele Jood die agent wilde of wil worden. Ze zijn er vast en misschien bestaat er zelfs een Joodse taskforce die de laatste nazi moet opsporen in de Drentse bossen. Ja, in Israël heb je natuurlijk ‘de besneden politie’ – om met Theo van Gogh te spreken – maar in Nederland kan ik mij slechts één geval herinneren van een Joodse agent die in het nieuws kwam. Dat was in 1966 (!), toen hij bij rellen in Amsterdam werd uitgescholden voor SS’er. Hij had niet eens een keppeltje op, maar wel een dienstpet die hem werd afgepakt – een klein verschil. Louis van Gasteren heeft over de aanleiding nog een film gemaakt: Omdat mijn fiets daar stond.
Die agent is er nooit helemaal overheen gekomen en heeft er nog jaren last van gehad. Dat was toen. Heden ten dage zou ik het gewone lui niet aanraden om met een keppeltje op door Amsterdam-West te lopen, laat staan dat je een agent zoiets kunt aandoen. Zelfs al zou de diender in kwestie het zelf willen, dan nog dient een overheid te beseffen dat zij niet alleen haar burgers moet beschermen, maar ook haar eigen dienaren.
In Nieuwsuur werd trouwens gemeld dat het dragen van een religieus embleem weliswaar in een aantal steden is toegestaan, maar dat niemand zich tot nu toe heeft gemeld. Ze kijken wel uit. Niet-bestaande problemen oplossen in het kader van symboolpolitiek, daar zijn wij Nederlanders goed in.
Het slavernijmuseum dat op het Amsterdamse Java-eiland moet komen, is ook zoiets. Het moet 80 miljoen euro kosten, maar dat is volgens de drie instigatoren niet genoeg. Er moet nog zeker 25 miljoen bij. De drie reisden volgens Trouw helemaal naar Washington en spraken later in de West met ‘duizenden nazaten van slaafgemaakten’. Ik zie een lopende band voor me, waarop in gepaste afstand van elkaar duizenden mensen zitten die geïnterviewd gaan worden.
Logisch dat voormalige Tweede Kamerlid John Leerdam tot de drie reislustige onderzoekers behoort. Ooit verwierf hij nationale bekendheid omdat zijn hele woning vol bleek te staan met die Delfts blauwe KLM-huisjes, die je alleen maar krijgt als je eersteklas vliegt. Toen vond men dat niet kunnen voor een volksvertegenwoordiger, maar je zou Leerdam nu ook kunnen beschouwen als het symbool van de humanitaire vooruitgang. Staken de tot slaafgemaakten de oceaan over, opgesloten in het vooronder en als haringen in een ton, John Leerdam doet dat een paar eeuwen later heel wat luxueuzer in een eersteklas KLM-stoel. Toch blijft het voor mij voodoo dat John, ooit door de PvdA geloosd wegens algehele onwetendheid, een leidende figuur is geworden in ‘het kenniscentrum’ dat het slavernijmuseum uiteindelijk moet worden.
Overigens kreeg ik na het lezen van het interview met Wim Pijbes in de Volkskrant helemaal het gevoel dat bij het oprichten van een nieuw museum andermans bankbiljetten tegen de plinten klotsen. Dankzij jouw onfeilbare oog voor kwaliteit kun je rijkelijk de portefeuille trekken om iets aan te kopen, dat je vervolgens heel chic ‘verwerven’ noemt. Ik bedoel: Rotterdam is niet alleen de stad waar het geld wordt verdiend, maar waar het tegenwoordig ook wordt uitgegeven. En in het voorbijgaan heb je, staande op De Hef en met je neus in de wind, alle namen van driesterrenrestaurants uit je hoofd geleerd.
Momenteel proberen politici een kabinet in elkaar te timmeren waarvan de beoogd premier niets heeft met musea en zeker niet met een slavernijmuseum. In het programma van zijn partij staat letterlijk: ‘Stoppen met kunst- en cultuursubsidies.’ Zijn PVV-adjudant Martin Bosma, tevens voorzitter van de Tweede Kamer, maakte laatst goede sier door een vergadering af te sluiten met een gedicht van Gerard Reve. Jammer dat niemand in het parlement hem erop heeft gewezen heeft dat Reve woedend was, toen staatssecretaris Jo Cals ooit een reisbeurs introk die een commissie al aan Reve had toegekend. En dat Gerard een vete met zijn broer Karel begon, toen ook die verklaarde dat schrijvers eigenlijk geen subsidie nodig hebben.
De parvenu’s zijn onder ons.
Source: Volkskrant