We weten allemaal wat het betekent om mens te zijn. Toch is het niet vanzelfsprekend het menselijke in elkaar te zien, zeker wanneer je moet uitzoomen tot maatschappelijk niveau. Dan kan het individu verdwijnen in een woud van politieke belangen, financiële prikkels, tijdsdruk, beleidsafspraken en computersystemen, of verbleekt de mens tot een achtergrondfiguur in de routine van dossiervretende medewerkers die achterstanden proberen weg te werken.
Maandag presenteerde de parlementaire enquêtecommissie Fraudebeleid en Dienstverlening het rapport Blind voor mens en recht. Het is het zoveelste onderzoek naar aanleiding van de toeslagenaffaire, ditmaal stond de vraag centraal waarom die affaire heeft kunnen gebeuren. Daarvoor heeft de commissie gekeken naar de manier waarop de overheid fraude bestrijdt.
Over de auteur
Ibtihal Jadib is rechter-plaatsvervanger, schrijver en columnist voor de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Het rapport is moeilijk om door te komen. Aan de zinsopbouw of het taalgebruik ligt het niet, integendeel, het is glashelder geschreven. De moeilijkheid zit ’m in het onpasselijke gevoel dat per bladzijde toeneemt omdat het simpelweg niet te verkroppen is dat geen van de staatsmachten heeft kunnen of willen bijsturen. Een van de ideeën achter de trias politica is het corrigerend vermogen; als de een verzaakt, kan de ander ingrijpen. Maar in het rapport lees je: ‘De mogelijkheden voor mensen om hun recht te halen, werden door de wetgever beperkt. De uitvoerende macht heeft te weinig oog gehad voor de gevolgen van zijn besluiten voor mensen. Vervolgens heeft de bestuursrechtspraak de schrijnende gevallen die hieruit volgden, genegeerd. Dit terwijl ze hiervan wel op de hoogte was. De commissie rekent het alle staatsmachten zwaar aan dat zij hebben gefaald in het bieden van rechtsbescherming.’
Het maakt het rapport indringend omdat iedereen wordt aangesproken, per staatsmacht worden de tekortkomingen nagelopen. Hierdoor voel je de trechter waarin mensen terechtkwamen steeds smaller worden totdat er geen ruimte overbleef voor lucht. Ik moest bij het lezen denken aan mijn moeder. Die heeft in de jaren tachtig als jonge, alleenstaande moeder moeten aankloppen bij de gemeente en de rechtbank om zich te kunnen redden. Ze vertelde me eens hoe ze in een periode van wanhoop en stress een poststuk kreeg waarin stond dat ze 900 gulden kreeg toegewezen. Dat werd haar kantelmoment; ze kreeg weer lucht en vertrouwen. In het systeem waarin de toeslagenaffaire heeft plaatsgevonden zou mijn moeder geen schijn van kans hebben gehad. Maar die 900 gulden heeft voor haar het verschil gemaakt, en nu, zoveel jaren later, schiet ze nog steeds vol als ze eraan terugdenkt. De impact van overheidsbesluiten op kwetsbare burgers is wezenlijk en langdurig.
De parlementaire enquêtecommissie heeft een rapport opgesteld dat iedereen zou moeten lezen die namens de overheid optreedt. Het brengt je terug tot vragen als: Wat breng ik, met deze beslissing of werkwijze, teweeg in het leven van een mens? Wat speelt er aan de andere kant van de telefoon of aan de andere kant van de balie en hoe kan ik daar rekening mee houden?
Daarbij staat of valt alles met goede wetgeving, maar dat lijkt niet iedereen zo te zien. In het rapport is beschreven hoe het kabinet stug bleef vasthouden aan een onevenwichtige fraudewet, ondanks een kritisch wetgevingsadvies van de Raad van State, terugkoppelingen van uitvoeringsinstanties en een rapport van de Nationale Ombudsman. Dit omdat een van de regeringspartijen vasthield ‘aan de afschrikkende werking van de wet’, waarna even verderop het volgende zinnetje verschijnt: ‘Meegaan met de Raad van State zou, hoewel juridisch oorbaar, politiek dan ook moeilijk zijn.’
Als het politiek makkelijker is om burgers te vermorzelen dan juridisch fatsoenlijke wetgeving te maken, moeten alle alarmbellen afgaan.
Source: Volkskrant