Home

Ach, laat ze maar lullen, wij gaan het redden in de eredivisie

Als kind vertelde Mitchell Geleijnse liever niet dat hij uit Almere kwam. Vroegen leeftijdsgenoten op de camping waar hij vandaan kwam, dan loog hij. ‘Amsterdam’, antwoordde hij, omdat hij geen zin had in het gezeur dat anders standaard volgde.

Mitchell Geleijnse is inmiddels bekend als de populaire Almeerse artiest Mits Mitchell. Hij is de schrijver en zanger van het clublied Wij leven voor City, dat bij iedere thuiswedstrijd van Almere City FC uit de boxen schalt en dat ik vervolgens dagen in mijn hoofd heb. Als ik hem spreek voor het duel met Feyenoord blijken we meer te delen dan onze liefde voor Ally. Flevoschaamte.

Over de auteur
Historicus Eva Vriend is geboren en getogen in Flevoland. Ze schreef Het Nieuwe Land: het verhaal van een polder die perfect moest zijn. Ze bericht elke twee weken in de Volkskrant over de verrichtingen van Almere City in de eredivisie.

Mitchell heeft het inmiddels achter zich gelaten, maar ik verzwijg tot op de dag van vandaag best vaak waar ik woon. Als ik weer eens geen trek heb in die meewarige blik. Vorige week nog, op de verjaardag van mijn beste vriend in Bussum, of laatst op de nieuwjaarsborrel van mijn uitgeverij aan de Prinsengracht. ‘Flevoland, hoezo?!’

Het was de voornaamste reden om fan te worden van Almere City. Jaloers had ik geluisterd naar de verhalen van collega Peter Middendorp over het seizoen 2018-2019. FC Emmen was als eerste Drentse voetbalclub succesvol in de eredivisie. Met iedere punt dat het elftal pakte, nam de populariteit van de provincie toe. Steeds minder hoefde Peter zich te verantwoorden over zijn herkomst. Drenthe als knuffelprovincie. Zoiets wilde ik ook.

Almere City doet het ook boven verwachting goed in het debuutseizoen. Het won vorige week uit bij PEC Zwolle (1-0). Maar er klinkt ook kritiek op het Almeerse ‘vechtvoetbal’. En als Hugo Borst begint met ‘Getafe light’ kan ik de gesprekken op de volgende verjaardag uittekenen. ‘Vind je het gek dat die club lelijk voetbalt? Die stad ziet er toch ook niet uit? Wat heeft Flevoland eigenlijk te bieden? Behalve een horizon?’

Maar dan gaat het thuispubliek in de 36ste minuut van de wedstrijd tegen Feyenoord massaal staan. 036 is het kengetal van Almere. De actie is bedacht door de harde kern. De ‘ultra’s’ vinden de ESPN-documentaire over de club te veel 020. ‘Geen dubbele identiteit’, schreeuwt een spandoek. ‘Almere = Almere.’

Ik aarzel even, maar ga ook staan. Hugo Borst, ESPN, het maakt niet uit, een gemeenschappelijke vijand geeft nu eenmaal een boost aan de onderlinge band. En daar begint het mee, hoofd omhoog, borst vooruit. Feyenoord wint met 2-0, maar 1-1 was ook een terechte uitslag geweest. Ik neurie mijn lievelingszin uit het clublied van Mitchell: ‘Hard werken voor geluk.’

Na afloop kan de Almeerse voetbaldiscipline zowaar op sympathie rekenen. Hoofdcoach annex meesterbrein Alex Pastoor krijgt complimenten voor zijn realiteitszin. ‘Almere gaat zich moeiteloos handhaven’, concludeert analist Leonne Stentler bij Studio Sport.

Mijn gedachten gaan naar Josh van Bruggen, het zoontje van verdediger Damian van Bruggen, de enige geboren en getogen Almeerder in de selectie. In de slotfase maakte hij bijna de 1-1. Tijdens de line-up had hij de kleine Josh op zijn arm gedragen. Bij de foto ervan op zijn Instagram klinkt Damians lievelingszin uit het clublied: ‘Ach, laat ze maar lullen...’

Als Josh van Bruggen later op de camping staat, zal hij zich niet meer schamen voor zijn woonplaats.

Source: Volkskrant columns

Previous

Next