Met zijn uitspraak dat hij ‘niet uitsluit’ dat westerse troepen direct betrokken raken bij de oorlog in Oekraïne wilde Emmanuel Macron vooral een krachtig strategisch signaal aan Moskou geven. De opmerkingen van de Franse president zijn niet overal met gejuich ontvangen.
Door bijna twintig andere Europese leiders op korte termijn naar Parijs uit te nodigen, onderstreepte Macron maandag dat de Fransen herkennen hoe urgent de militaire situatie is in Oekraïne – en dat zij, meer dan tot dusver, een leidende rol willen spelen in het antwoord.
Vijftien landen omhelsden in Parijs een Tsjechisch idee om zo snel mogelijk 800 duizend 155mm-artilleriegranaten naar Oekraïne te krijgen. De Tsjechen zeggen deze hoeveelheid munitie op korte termijn van landen buiten de EU te kunnen betrekken en zoeken financiering voor hun plan.
Volgens de Financial Times gaat dat 1,5 miljard euro kosten, waarvan Praag ook 300 miljoen uit Europese fondsen wil. De Fransen waren hier altijd pertinent tegen (want Europees geld moet geïnvesteerd in Europese productie), maar tonen zich nu flexibeler om snellere steun aan Oekraïne mogelijk te maken. Dat kan helpen, net als de 100 miljoen euro die demissionair premier Mark Rutte maandag toezegde.
Over de auteur
Arnout Brouwers schrijft voor de Volkskrant over veiligheid, diplomatie en buitenlands beleid. Eerder was hij correspondent in Moskou.
Volg alles over de kabinetsformatie hier.
In Parijs werd er ook een ‘coalitie’ van landen opgericht voor het sturen van raketten met een bereik van meer dan 70 kilometer. Groot-Brittannië en Frankrijk sturen zulke raketten al, maar hebben maar een beperkt aantal. Indirect wordt dit Franse initiatief dan ook gezien als por in de zij van de Duitse bondskanselier Olaf Scholz. Duitsland is weliswaar verreweg de grootste Europese leverancier van militaire steun aan Oekraïne, maar Scholz blijft volharden (ondanks ook toenemende binnenlandse druk) in zijn weigering Taurus-langeafstandsraketten te sturen.
Tegen de achtergrond van weifelende bondgenoten en acute Oekraïense tekorten op het slagveld, heeft Macron blijkbaar besloten nog een ander, strategisch signaal af te geven – en dat zijn de uitspraken die hij maandag deed over de mogelijke toekomstige betrokkenheid van westerse troepen. Dat was een van de opties die was besproken door de twintig leiders, zei Macron, eraan toevoegend dat er ‘op dit moment geen formele consensus over bestaat’.
‘Maar niets moet worden uitgesloten’, zei Macron. ‘We zullen alles doen wat nodig is om ervoor te zorgen dat Rusland deze oorlog niet wint.’ Over de eventuele toekomstige betrokkenheid van Franse soldaten nam hij volgens de Franse krant Le Monde een positie van ‘strategische ambiguïteit’ in. ‘Ik heb absoluut niet gezegd dat Frankrijk hier niet positief tegenover staat.’
De uitspraken zijn een radicale breuk met de houding die alle Navobondgenoten strikt aanhouden, voor en na het begin van de grote Russische invasie twee jaar geleden: dat een directe confrontatie met Rusland koste wat het kost vermeden moet worden. Dit is een leidend beginsel voor zowel de Verenigde Staten als voor Duitsland – en tevens de verklaring waarom de twee grootste leveranciers van financiële steun en wapens (waarbij Frankrijk ver achterblijft) consequent aarzelen over het leveren van de militaire capaciteiten – zoals gevechtsvliegtuigen en langeafstandswapens – die Oekraïne enorm hadden kunnen helpen in de verdediging van hun grondgebied.
Het duurde niet lang of de rechtse en linkse oppositie in Frankrijk laakte Macrons uitspraken als onverantwoord. In Europa regende het ontkenningen dat er sprake kon zijn van directe militaire betrokkenheid. De Zweedse en Nederlandse premiers zeiden dat dit ‘niet aan de orde’ is en kanselier Scholz sprak een categorische ontkenning uit – ‘geen grondtroepen, geen soldaten op Oekraïense bodem’. Al net zo voorspelbaar was de reactie uit Moskou, waar president Poetins woordvoerder zei dat het sturen van troepen ‘niet in het belang zou zijn’ van de landen die dit overwegen. Bij westerse militaire presentie in Oekraïne ‘zouden we niet langer moeten spreken van de waarschijnlijkheid, maar van de onvermijdelijkheid’ van een directe militaire confrontatie tussen de Navo en Rusland.
Ondertussen heeft Macron het toch maar gezegd. ‘Macron probeert de calculatie van het Kremlin te beïnvloeden’, zegt een Europese diplomaat tegen de Volkskrant, die vanwege zijn functie niet bij naam genoemd wil worden. ‘Het is een stap voorwaarts in de retoriek, later mogelijk gevolgd door een stap voorwaarts in daden. De Fransen zijn strategische denkers. Ze hebben door dat er iets moet gebeuren en ze coördineren dit soort uitspraken niet met de Amerikanen.’
Franse diplomatieke bronnen dicht bij Macron zeggen tegen Le Monde dat landen dichter bij Rusland ook discreet de opties willen bespreken van verdergaande betrokkenheid. Dat kan beginnen met het repareren van materieel op Oekraïens grondgebied. ‘Dat gaat niet zozeer over het sturen van infanteriebataljons’, zegt een bron tegen de Franse krant, eerder over mijnenruiming of medische hulp.
Zoals altijd worden alle opties bestudeerd – ‘de maximale, de minimale, en de nuloptie’ – zonder dat er enig besluit is genomen. Het doel? Een strategisch signaal aan de Russen: ‘Denk niet dat je alles kunt maken.’
Source: Volkskrant