Met de wet zou de staat van de natuur stapsgewijs vooruit moeten gaan. Met 80 procent van de beschermde natuurgebieden gaat het nu niet goed.
In 2030 moet 30 procent van de natuurgebieden in goede staat verkeren, in 2040 60 procent en in 2050 90 procent.
Europarlementariërs van de centrumrechtse Europese Volkspartij, waar het CDA en de ChristenUnie toe behoren, riepen maandagavond nog op de wet weg te stemmen.
De christendemocraten zijn de grootste fractie in het Europarlement, maar de parlementariërs stemden niet eensgezind. Zo stemde Anja Hagens, parlementariër voor de CU, voor de wet. Maar Tom Berendsen van het CDA stemde tegen.
De wet is een initiatief van toenmalig Eurocommissaris Frans Timmermans. Zijn oorspronkelijke voorstel stuitte op veel weerstand. Maar na onderhandelingen bereikten het parlement en de lidstaten in november een akkoord over een afgezwakte versie.
Zo was er discussie over de oorspronkelijke doelstelling dat de natuur niet verder mocht verslechteren. Sommige partijen waren bang dat Nederland daarmee een nieuwe stikstofcrisis over zich zou afroepen.
Daarom werd het verbod op verslechtering veranderd in een inspanningsverplichting om de natuur niet verder te laten verslechteren.
De laatste kleine horde die nu nog moet worden genomen - de stemming door de lidstaten - is normaal gesproken een formaliteit. Maar doordat de wet zo omstreden is, zal die in aanloop naar de goedkeuring vast en zeker nog veel discussie losmaken.
Het Nederlandse ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) heeft bijvoorbeeld nog onderzoek laten doen naar de gevolgen van de wet voor Nederland. Dat rapport en het kabinetsstandpunt worden binnenkort met de Tweede Kamer gedeeld.
De Europese Commissie, het dagelijkse bestuur van de EU, maakt wetsvoorstellen. Zo'n voorstel wordt vervolgens gedeeld met het parlement en de lidstaten.
Het parlement bestaat uit verschillende fracties, die allemaal een andere kijk op zo'n voorstel hebben. Daardoor kan het een tijdje duren voor een meerderheid op één lijn zit. Dat geldt natuurlijk ook voor de lidstaten. In de Raad proberen de vakministers het eens te worden. Beide EU-instellingen hebben het oorspronkelijke plan van de Commissie vaak aangepast.
Als deze hobbels genomen zijn, moeten onderhandelaars van de drie instellingen (de Commissie, het parlement en de Raad) er nog samen uit komen.
Als ze een akkoord hebben gesloten, worden de definitieve teksten geschreven. Vervolgens moeten het parlement en de lidstaten er nog een keer formeel over stemmen. Dat is meestal een formaliteit.
Source: Nu.nl algemeen